De combinatie van een wettelijke verdeling en een legitieme portie is een van de meest gespecialiseerde onderwerpen binnen het Nederlandse erfrecht. Wanneer de overledene een echtgenoot of geregistreerd partner én een onterfd kind achterlaat, lopen de bescherming van de langstlevende en de aanspraak van het onterfde kind door elkaar. Wat de wet de langstlevende geeft, kan voor de legitimaris als drempel werken, en wat de legitimaris kan opeisen, raakt soms direct aan het levensonderhoud van de langstlevende.
Voor zowel langstlevenden als onterfde kinderen is het belangrijk te weten hoe deze samenloop werkt. Hieronder leest u hoe de legitieme portie wordt berekend en uitgekeerd wanneer de wettelijke verdeling van toepassing is, waarom de opeisbaarheid van de legitimaire vordering uitgesteld kan zijn en wat dit in de praktijk betekent voor beide kanten van de tafel.
Wat doet de wettelijke verdeling met een legitimaire aanspraak?
Bij de wettelijke verdeling krijgt de langstlevende echtgenoot of geregistreerd partner alle goederen van de nalatenschap, terwijl de kinderen een geldvordering krijgen ter grootte van hun erfdeel. Een onterfd kind valt buiten dit systeem voor wat betreft het wettelijk erfdeel: het ontvangt geen geldvordering ter grootte van een vol erfdeel. Wel houdt het zijn aanspraak op de legitieme portie, die de wet bewaakt los van het testament.
De legitimaire vordering loopt dan ook niet via de wettelijke verdeling, maar wordt afzonderlijk uitgewerkt. De legitimaris stelt zijn vordering vast op basis van de legitimaire massa, roept deze in en wacht op de wettelijke opeisbaarheidsmomenten. Voor de langstlevende betekent dit dat de vordering van het onterfde kind in het algemeen niet meteen na het overlijden tot uitkering komt, maar pas op een later moment dat door de wet of het testament wordt bepaald.
Wanneer is de legitimaire vordering opeisbaar?
De hoofdregel is dat de legitimaire vordering opeisbaar wordt zes maanden na het overlijden van de erflater. Wanneer de wettelijke verdeling van toepassing is en de langstlevende daarmee de goederen heeft verkregen, schuift de wet de opeisbaarheid van de legitimaire vordering door naar het overlijden van de langstlevende. Tot dat moment heeft de legitimaris zijn vordering wel, maar kan hij niet tot inning overgaan, behoudens uitzonderingen zoals faillissement of toelating tot de schuldsanering van de langstlevende.
De erflater kan bovendien in een testament de opeisbaarheid nog verder uitstellen, bijvoorbeeld tot het overlijden van een hertrouwde langstlevende. Dat is een belangrijk gegeven voor onterfde kinderen: de aanspraak staat formeel vast, maar de feitelijke uitkering kan jaren op zich laten wachten. Tegelijk loopt er soms wel rente, afhankelijk van wat in het testament is geregeld.
De positie van de langstlevende
Voor de langstlevende is de uitgestelde opeisbaarheid van de legitimaire vordering een belangrijke bescherming. Zonder die uitgestelde opeisbaarheid zou hij of zij kort na het overlijden geconfronteerd kunnen worden met een geldclaim van een onterfd kind, terwijl het vermogen veelal in een woning of in beleggingen vastligt en niet zonder meer liquide is.
Tegelijk vraagt het bewustzijn van die uitgestelde vordering om vooruitziend handelen. De langstlevende doet er goed aan om bij het opmaken van zijn of haar eigen testament rekening te houden met de op handen zijnde legitimaire claim, omdat zij bij overlijden van de langstlevende uit het vermogen zal moeten worden voldaan. Een tijdige planning kan voorkomen dat de tweede nalatenschap onnodig wordt belast met een onverwachte verplichting.
“De wettelijke verdeling beschermt de langstlevende tegen acute claims, maar dempt de legitieme portie niet. Zij verschuift de afrekening naar een moment waarop niemand er meer op rekent.”
Rente over de legitimaire vordering
Of er rente loopt over de legitimaire vordering, en zo ja welke, hangt af van twee elementen. Allereerst van wat in het testament is opgenomen. Veel testamenten bevatten een specifieke renteregeling voor uitgestelde vorderingen, soms op de wettelijke rente, soms op een vast percentage. Daarnaast geldt voor situaties zonder testament dat de wet onder voorwaarden rente toerekent vanaf het moment van opeisbaarheid.
De rente kan de hoogte van de uiteindelijke uitkering aanzienlijk beïnvloeden, zeker wanneer de opeisbaarheid jaren wordt uitgesteld. Voor zowel langstlevenden als onterfde kinderen is het verstandig vooraf duidelijk te hebben welk regime van toepassing is en hoe de vordering tot aan de uiteindelijke uitkering zal aangroeien.
Wanneer ontstaat het conflict?
De combinatie van wettelijke verdeling en legitieme portie leidt in de praktijk regelmatig tot geschillen, soms direct na het eerste overlijden en soms pas bij het tweede. Direct na het eerste overlijden gaat het meestal over de berekening van de legitimaire massa, over de waardering van de woning of het bedrijf, en over de vraag welke schenkingen meetellen. Pas bij het tweede overlijden komen er andere thema’s bij: is de hoofdsom van destijds nog correct te reconstrueren, klopt de toegerekende rente, zijn er handelingen geweest die het kindsdeel onbedoeld hebben beïnvloed?
In samengestelde gezinnen, met een nieuwe partner van de langstlevende of een tweede huwelijk, zijn de conflicten vaak het scherpst. De oorspronkelijke kinderen vrezen dat hun vordering in de loop van de tijd is uitgehold, de stieffamilie ervaart de claim als een aanslag op het gezinsvermogen dat zij mede heeft opgebouwd. Vroege juridische beoordeling, bij voorkeur al rond het eerste overlijden, kan veel van deze conflicten voorkomen.
Specialistische bijstand bij wettelijke verdeling en legitieme portie
De samenloop van wettelijke verdeling en legitieme portie vraagt om iemand die zowel het civiele erfrecht als de fiscale en relationele kanten overziet. Een notaris kan de afwikkeling begeleiden zolang iedereen het eens is. Zodra er een onterfd kind in het spel is, of zodra het tweede overlijden in zicht komt, is een erfrechtadvocaat de aangewezen partij om de berekening, de opeisbaarheid en de rente voor u te bewaken.
Van Zinnicq Bergmann Advocaten staat al sinds 1870 cliënten bij in complexe juridische kwesties. Met meer dan 150 jaar ervaring kent ons kantoor de klappen van de zweep, van beide kanten van een conflict. Mr. Jean van Zinnicq Bergmann adviseert en procedeert in zaken rond legitieme portie en wettelijke verdeling voor cliënten in Noord-Brabant en daarbuiten. Wij ondersteunen langstlevenden bij het zorgvuldig vastleggen van de uitgangsposities en behartigen het belang van onterfde kinderen bij het bewaken van hun aanspraak.
Wat u moet weten over legitieme portie bij wettelijke verdeling
Houd ik als onterfd kind een aanspraak bij wettelijke verdeling?
Ja. De legitieme portie blijft bestaan, ook als de wettelijke verdeling van toepassing is. U valt buiten het wettelijk erfdeel, maar uw legitimaire aanspraak blijft via de berekening van de legitimaire massa overeind.
Wanneer wordt de legitimaire vordering opeisbaar?
Bij wettelijke verdeling in beginsel pas bij het overlijden van de langstlevende, behoudens uitzonderingen zoals faillissement of schuldsanering. De erflater kan in een testament bovendien de opeisbaarheid nog verder uitstellen, bijvoorbeeld bij hertrouwen.
Krijg ik rente over mijn uitgestelde vordering?
Vaak wel, afhankelijk van wat in het testament is geregeld en van het wettelijk regime. In bepaalde gevallen wordt wettelijke rente toegerekend vanaf de opeisbaarheid, in andere gevallen wordt een specifieke renteregeling in het testament gevolgd.
Wat betekent dit voor de langstlevende?
De langstlevende krijgt alle goederen en wordt beschermd tegen acute uitbetaling van de legitimaire vordering. Wel doet hij of zij er goed aan om bij het opmaken van het eigen testament rekening te houden met deze toekomstige verplichting.
Kan ik mijn legitieme portie eerder opeisen?
Alleen in uitzonderingsgevallen, zoals bij faillissement of toelating tot de schuldsanering van de langstlevende. In andere situaties wacht de uitkering tot het overlijden van de langstlevende.
Wat als de langstlevende hertrouwt?
Hertrouwen kan invloed hebben op het tijdpad van opeisbaarheid, op de samenstelling van de tweede nalatenschap en op de positie van wilsrechten van de eigen kinderen. Juridische beoordeling op dat moment is verstandig.
Wat doet Van Zinnicq Bergmann Advocaten bij geschillen over legitieme portie en wettelijke verdeling?
Wij beoordelen uw positie als langstlevende of als onterfd kind, leggen waar nodig de hoofdsom en rente zorgvuldig vast, vragen informatie op en bewaken de opeisbaarheid. Komt het tot een procedure, dan procederen wij voor u bij de rechter, met heldere beslismomenten.