Wanneer een gezin uit twee kanten bestaat, voelt het onderscheid tussen eigen kinderen en stiefkinderen na verloop van tijd vaak niet meer als een onderscheid. Toch maakt de wet dat verschil wel degelijk. Het thema stiefkinderen erfrecht roept daarom veel vragen op, meestal juist op het moment dat iemand net is overleden. Dan blijkt dat een stiefkind volgens de wet geen erfgenaam is van de stiefouder, hoe lang het gezin ook heeft bestaan.
Dat is een harde constatering, zeker in een periode van verlies. Het betekent gelukkig niet dat er niets mogelijk is. Er zijn twee routes waarlangs een stiefkind wel erft. Daarnaast bestaat er een opvallend verschil tussen het civiele erfrecht en de erfbelasting, want fiscaal wordt een stiefkind meestal juist wel als kind aangemerkt.
In dit artikel leest u wat de positie van het stiefkind is, welke ruimte er is om die te veranderen, en waar die ruimte wordt begrensd door de rechten van de eigen kinderen.
⚖️ In het kort
- Een stiefkind is geen wettelijk erfgenaam van de stiefouder en erft zonder testament niets, ongeacht hoe lang het gezin heeft bestaan.
- Twee routes leiden wel tot erfgenaamschap: benoeming in een testament of stiefouderadoptie.
- Voor de erfbelasting geldt een stiefkind in de regel wel als kind, met de kindvrijstelling en het lage tarief van de gunstigste tariefgroep.
- Die fiscale gelijkstelling vervalt na een scheiding, maar blijft juist in stand wanneer het huwelijk door overlijden eindigt.
- Een stiefkind heeft zelf geen legitieme portie, maar die van de eigen kinderen begrenst wel hoeveel aan een stiefkind kan worden nagelaten.
- Wie als volwassene onbetaald meewerkte in het huishouden of bedrijf van de stiefouder, kan een som ineens vorderen (artikel 4:36 BW).
Wat is een stiefkind in het erfrecht?
Een stiefkind is het kind van de echtgenoot of geregistreerde partner van de erflater, geboren uit een eerdere relatie. Door dat huwelijk of geregistreerd partnerschap ontstaat aanverwantschap tussen de stiefouder en het kind. Aanverwantschap is iets anders dan bloedverwantschap, en dat verschil is in het erfrecht doorslaggevend.
Er ontstaat namelijk geen familierechtelijke betrekking tussen de stiefouder en het stiefkind. Juridisch blijven het twee mensen zonder afstammingsrelatie, ook wanneer zij vijfentwintig jaar onder hetzelfde dak hebben gewoond. De wet kijkt bij de vraag wie erft niet naar de feitelijke band, maar naar afstamming, huwelijk en geregistreerd partnerschap.
Dat betekent niet dat een stiefouder tijdens het leven geen verplichtingen heeft. Zolang het huwelijk of geregistreerd partnerschap duurt, is een stiefouder onderhoudsplichtig tegenover de minderjarige stiefkinderen die tot het gezin behoren. Die verplichting eindigt bij het overlijden en groeit nooit uit tot een erfrecht.
De wet wijst de erfgenamen aan in vier groepen bloedverwanten, met de echtgenoot in de eerste groep. Wie in die volgorde de erfgenamen zijn, ligt vast zodra iemand zonder testament overlijdt. Een stiefkind komt in geen van die groepen voor.
Stiefkinderen erfrecht: zonder testament erft een stiefkind niets
Wie overlijdt zonder testament, laat de wet beslissen. Dat heet het versterferfrecht. Artikel 4:10 van het Burgerlijk Wetboek deelt de mogelijke erfgenamen in vier groepen in. De eerste groep bestaat uit de echtgenoot of geregistreerde partner en de eigen kinderen. Pas als die groep leeg is, komen de ouders, broers en zussen aan bod, en zo verder.
Een stiefkind valt buiten dit stelsel. Het is geen afstammeling van de stiefouder en het is niet met de stiefouder gehuwd. Hoe erven zonder testament verloopt, hangt immers volledig af van bloedverwantschap en huwelijk.
Laat de stiefouder een echtgenoot en eigen kinderen na, dan geldt bovendien de wettelijke verdeling. De langstlevende krijgt alle goederen en de eigen kinderen een geldvordering die pas opeisbaar is bij diens overlijden. Het stiefkind komt in die verdeling niet voor.
Eén uitzondering: een vergoeding voor verrichte arbeid
De wet kent op dit punt één opening. Een kind, stiefkind, pleegkind, behuwdkind of kleinkind dat als meerderjarige zonder passende beloning heeft gewerkt in het huishouden, beroep of bedrijf van de erflater, kan op grond van artikel 4:36 BW een som ineens vorderen als billijke vergoeding. Die aanspraak moet binnen negen maanden na het overlijden kenbaar zijn gemaakt. De som ineens voor verzorging, opvoeding en studie uit artikel 4:35 BW staat niet open voor stiefkinderen.
Route 1: het stiefkind benoemen in een testament
De eerste en veruit meest gebruikte route is een testament. Binnen de grenzen die de wet stelt, is iedereen vrij om zelf te bepalen wie erft. Een stiefouder kan een stiefkind dus tot erfgenaam benoemen, desgewenst voor precies hetzelfde deel als de eigen kinderen.
Er bestaat een belangrijk verschil tussen twee manieren om een stiefkind te bedenken. Wie het stiefkind tot erfgenaam benoemt, maakt het deelgenoot in de hele nalatenschap. Het stiefkind deelt dan mee in de bezittingen en in de schulden, moet aanvaarden of verwerpen en beslist mee over de afwikkeling. Wie kiest voor een legaat, geeft het stiefkind een aanspraak op een vast bedrag of op een bepaald goed, zonder dat het erfgenaam wordt. Een legataris draagt geen verantwoordelijkheid voor de schulden.
Een testament wordt opgemaakt bij de notaris en geregistreerd in het Centraal Testamentenregister, zodat het na het overlijden ook echt wordt gevonden. Het kan tot het laatste moment worden gewijzigd. Dat is een kracht en tegelijk een kwetsbaarheid, want de langstlevende partner kan later andere keuzes maken dan tijdens het samenleven de bedoeling was.
Route 2: stiefouderadoptie
De tweede route gaat verder en is ingrijpender. Bij stiefouderadoptie adopteert de stiefouder het kind van de eigen partner. Vanaf dat moment is het geen stiefkind meer maar een eigen kind in juridische zin. Het wordt wettelijk erfgenaam en krijgt daarmee ook een legitieme portie.
De wet stelt daar voorwaarden aan. Het kind moet op de dag van het eerste verzoek minderjarig zijn, en een kind van twaalf jaar of ouder mag geen bezwaar maken tegen de adoptie. De ouder en de stiefouder moeten voorafgaand aan het verzoek ten minste drie aaneengesloten jaren hebben samengeleefd, en de stiefouder moet het kind ten minste een jaar hebben verzorgd en opgevoed. De rechter beoordeelt uiteindelijk of de adoptie in het kennelijk belang van het kind is.
Aan adoptie zit een keerzijde die vaak wordt onderschat. Door de adoptie ontstaat een familierechtelijke betrekking met de stiefouder en diens bloedverwanten. De band met de eigen ouder die met de adoptant is gehuwd of samenleeft, blijft bestaan. De band met de andere oorspronkelijke ouder en met diens familie vervalt echter, en daarmee ook het erfrecht in die tak. Adoptie is dus nooit alleen een erfrechtelijke keuze.
Erfbelasting: fiscaal telt een stiefkind wel als kind
Hier zit het opvallendste verschil in dit onderwerp. Het civiele erfrecht sluit het stiefkind uit, maar de fiscus doet dat juist niet. De Belastingdienst rekent onder het begrip kind uitdrukkelijk ook een stiefkind en een pleegkind. Artikel 19 van de Successiewet 1956 stelt aanverwanten voor de heffing gelijk aan bloedverwanten.
Het gevolg is aanzienlijk. Erft een stiefkind daadwerkelijk iets, bijvoorbeeld op grond van een testament, dan valt die verkrijging in de gunstigste tariefgroep, dezelfde als die van de eigen kinderen. In 2026 gaat het om 10 procent over het deel tot € 158.669 en 20 procent over het meerdere, met een vrijstelling van € 26.230. Die bedragen worden jaarlijks geïndexeerd, dus raadpleeg altijd de actuele cijfers van de Belastingdienst.
Aan de gelijkstelling zit wel een voorwaarde. De ouder en de stiefouder moeten gehuwd zijn, een geregistreerd partnerschap hebben, of als partner gelden in de zin van artikel 1a van de Successiewet. Voldoen samenwoners daar niet aan, dan valt het kind van de partner in de zwaarste tariefgroep.
De gelijkstelling eindigt bovendien zodra het huwelijk of partnerschap anders dan door overlijden eindigt: na een scheiding is het stiefkind fiscaal geen kind meer. Dit gunstige tarief zegt overigens niets over de vraag of een stiefkind erft, want zonder testament is er niets om belasting over te heffen.
De legitieme portie van de eigen kinderen begrenst de ruimte
De vrijheid om zelf te bepalen wie erft, is niet onbegrensd. Kinderen van de erflater zijn legitimarissen en hebben recht op een legitieme portie, ook wanneer zij in het testament worden overgeslagen. Artikel 4:63 BW omschrijft de legitimarissen als de afstammelingen van de erflater die door de wet als erfgenaam worden geroepen. Een stiefkind is geen afstammeling en heeft daarom zelf geen legitieme portie.
Voor de eigen kinderen ligt dat anders. De legitieme portie bedraagt de helft van het erfdeel dat het kind zonder testament zou hebben gekregen. Laat iemand een echtgenoot en twee kinderen na, dan is het versterferfdeel van elk kind een derde en de legitieme portie dus een zesde. Die breuk wordt toegepast op een rekengrootheid waarin ook bepaalde schenkingen meetellen en de schulden zijn afgetrokken. Hoe de legitieme portie berekenen uitpakt, vraagt om een nauwkeurige boedelopstelling.
Voor een samengesteld gezin betekent dit het volgende. Een stiefkind kan royaal worden bedacht, maar niet zo royaal dat de eigen kinderen minder overhouden dan hun legitieme portie. Ontstaat die situatie toch, dan kunnen zij inkorten op wat aan het stiefkind is nagelaten of geschonken. Een verdeling die op papier evenwichtig oogt, kan daardoor alsnog scheef komen te liggen.
Zo worden eigen kinderen en stiefkinderen evenwichtig bedacht
In veel samengestelde gezinnen is de wens eenvoudig te formuleren en lastig uit te voeren: alle kinderen moeten uiteindelijk hetzelfde krijgen. De notariële praktijk kent daarvoor een aantal beproefde bouwstenen.
De eenvoudigste is een testament waarin beide partners zowel hun eigen kinderen als de kinderen van de ander tot erfgenaam benoemen, voor gelijke delen. Een variant daarop is een legaat, waarmee het stiefkind een vast bedrag krijgt zonder erfgenaam te worden. Dat houdt de afwikkeling overzichtelijk.
Voor de langere termijn wordt vaak een tweetrapsmaking gebruikt. De langstlevende partner erft dan als bezwaarde en mag het vermogen gebruiken. Wat bij diens overlijden nog over is, gaat naar de verwachters die de eerststervende zelf heeft aangewezen. Zo blijft dat vermogen gekoppeld aan de eigen tak, ook wanneer de langstlevende hertrouwt.
Een derde bouwsteen is een making onder voorwaarde, waarbij de kinderen van de ene kant alleen erven wanneer de kinderen van de andere kant dat ook doen. Daarmee wordt ondervangen dat de langstlevende het eigen testament naderhand aanpast.
Welke combinatie past, hangt af van het gezin, het vermogen en de onderlinge verhoudingen. Het erfrecht in samengestelde gezinnen vraagt om testamenten die op elkaar zijn afgestemd en periodiek opnieuw tegen het licht gaan.
Als de stiefouder eerder overlijdt dan de eigen ouder
De volgorde van overlijden bepaalt in samengestelde gezinnen vaak meer dan mensen verwachten. Overlijdt de stiefouder als eerste en is er geen testament, dan gaat de nalatenschap naar de echtgenoot en naar de eigen kinderen van de stiefouder. Die echtgenoot is hier de eigen ouder van het stiefkind. Via de wettelijke verdeling krijgt die alle goederen, terwijl de eigen kinderen van de stiefouder een niet direct opeisbare vordering krijgen.
Het stiefkind krijgt dus rechtstreeks niets. Feitelijk komt het vermogen wel bij de eigen ouder terecht en kan het langs die weg later alsnog bij het stiefkind belanden. Dat is echter geen recht, alleen een mogelijke uitkomst. De eigen ouder kan het vermogen verbruiken, schenken of anders bestemmen.
Met een testament kan dit anders worden geregeld. Het stiefkind kan naast de langstlevende tot erfgenaam worden benoemd, waarbij de vordering pas opeisbaar is bij diens overlijden. Het stiefkind staat dan op dezelfde plaats als de eigen kinderen.
Overlijdt juist de eigen ouder als eerste, dan verandert er erfrechtelijk weinig. Zonder testament erft het stiefkind nog steeds niet van de stiefouder. Fiscaal blijft de gelijkstelling wel in stand, omdat het huwelijk door overlijden is geëindigd en niet door een scheiding. Voor de eigen kinderen van de overleden ouder kunnen dan de wilsrechten van kinderen gaan spelen.
Onenigheid over de positie van het stiefkind: zo pakt u dit aan
Discussies over de plaats van een stiefkind in een nalatenschap gaan zelden alleen over geld. Er speelt bijna altijd iets van erkenning mee, en de vraag wie er wel of niet bij hoorde. Juist daarom is een rustige en feitelijke aanpak de kortste weg naar duidelijkheid.
De eerste stap is vrijwel altijd overleg. Vraag het testament op bij de notaris, verzoek om een boedelbeschrijving en breng in kaart wat er werkelijk is nagelaten. Veel conflicten komen voort uit onvolledige informatie in plaats van uit onwil. Leidt overleg niet tot resultaat, dan volgt een formele brief waarin de aanspraak juridisch wordt onderbouwd en een redelijke termijn wordt gesteld.
Blijft een reactie uit, dan is het reëel om een procedure in het vooruitzicht te stellen. Dat is geen dreigement, maar een duidelijke mededeling over de vervolgstap. Vaak komt het gesprek daarna alsnog op gang, zeker wanneer aan beide zijden advocaten betrokken raken. Levert ook die ronde niets op, dan kan mediation een optie zijn, of een procedure bij de rechter.
Let daarbij goed op de termijnen. De aanspraak op een som ineens vervalt negen maanden na het overlijden, en ook rond aanvaarding en verwerping gelden eigen regels. Wie twijfelt over de eigen positie, kan beter vroeg een erfrechtadvocaat inschakelen dan wachten tot de verhoudingen zijn vastgelopen.
Veelgestelde vragen over stiefkinderen en erfrecht
Kan een stiefkind een testament aanvechten waarin het niet is opgenomen?
Een stiefkind heeft geen legitieme portie en kan een testament dus niet aantasten met het argument dat het te weinig krijgt. Aanvechten kan alleen op algemene gronden, bijvoorbeeld wanneer de erflater bij het opmaken zijn wil niet kon bepalen, of wanneer sprake was van bedreiging, bedrog of misbruik van omstandigheden. Ook een vormfout kan een testament aantasten. De bewijslast ligt bij degene die aanvecht en is in de praktijk zwaar.
Blijft een stiefkind fiscaal een kind als de ouder en de stiefouder zijn gescheiden?
Nee. De gelijkstelling van aanverwanten met bloedverwanten in de Successiewet eindigt zodra het huwelijk of partnerschap dat de aanverwantschap deed ontstaan op een andere manier dan door overlijden eindigt. Na een echtscheiding wordt een verkrijging door het voormalige stiefkind belast in de zwaarste tariefgroep, met de laagste vrijstelling. Eindigt het huwelijk door overlijden, dan blijft de gunstige behandeling juist bestaan. Wie na een scheiding toch iets wil nalaten aan het kind van een ex-partner, houdt daar rekening mee.
Kan een stiefouder een stiefkind later weer uit het testament schrappen?
Ja. Een testament kan tot het overlijden op elk moment worden gewijzigd of herroepen. Een benoeming tot erfgenaam biedt dus geen garantie voor de toekomst, en dat weegt zwaar wanneer de eigen ouder van het stiefkind als eerste overlijdt. Wie dat risico wil beperken, kan met de notaris kijken naar een tweetrapsmaking of een making onder voorwaarde, waarmee de eerststervende de bestemming van het eigen vermogen vastlegt. Mondelinge afspraken hebben in het erfrecht geen zelfstandige waarde.
Mag een stiefkind meebeslissen over de verdeling van de nalatenschap?
Dat hangt af van de rol die het testament toekent. Is het stiefkind tot erfgenaam benoemd, dan is het deelgenoot in de nalatenschap en beslist het mee over de afwikkeling en de verdeling. Is het stiefkind alleen legataris, dan bestaat er uitsluitend een vordering op de erfgenamen tot afgifte van het gelegateerde en is er geen zeggenschap over de rest. Is er een executeur benoemd, dan beheert die de nalatenschap en loopt de communicatie in eerste instantie via hem.
Wat gebeurt er met de woning waarin het samengestelde gezin woonde?
De woning volgt de eigendomsverhoudingen en het testament, niet het gevoel van thuishoren. Was de woning eigendom van de stiefouder en is er geen testament, dan valt zij in diens nalatenschap en komt zij toe aan de echtgenoot en de eigen kinderen. Woonde het stiefkind daar op dat moment nog, dan ontstaat daaruit geen zelfstandig recht om te blijven. Bij een woning die van beide partners samen was, speelt bovendien het huwelijksvermogensrecht mee.
Kan een meerderjarig stiefkind nog worden geadopteerd?
Nee. De wet eist dat het kind op de dag van het eerste adoptieverzoek minderjarig is. Voor volwassen stiefkinderen is stiefouderadoptie dus geen begaanbare weg meer, hoe hecht de band ook is. Wat wel kan, is het stiefkind bij testament tot erfgenaam of legataris benoemen. Fiscaal maakt dat weinig verschil, omdat het stiefkind bij een bestaand huwelijk of geregistreerd partnerschap toch al in de tariefgroep van de eigen kinderen valt.
Tot slot
De regels rond stiefkinderen zijn strenger dan de meeste gezinnen verwachten. Zonder testament erft een stiefkind niets van de stiefouder, ook niet na een leven lang samen. Tegelijk is er meer mogelijk dan het op het eerste gezicht lijkt. Een testament biedt veel ruimte, stiefouderadoptie is bij minderjarige kinderen een reële optie, en fiscaal staat het stiefkind al met één been in de groep van de eigen kinderen. De grens ligt bij de legitieme portie van de eigen kinderen.
Is er nog niets geregeld, dan is dit een goed moment om de testamenten van beide partners naast elkaar te leggen. Heeft er al een overlijden plaatsgevonden, dan helpt het om vroeg te weten waar de juridische grenzen liggen en welke termijnen lopen.
Van Zinnicq Bergmann staat sinds 1870 cliënten bij in Noord-Brabant en daarbuiten. Onze erfrechtspecialisten kijken rustig met u mee naar de feiten, de mogelijkheden en de termijnen, en zorgen voor duidelijkheid over uw positie. Neemt u gerust contact op voor een eerste gesprek.