Na een overlijden komt al snel de vraag op tafel: wie zijn de erfgenamen? Het antwoord bepaalt wie recht heeft op de nalatenschap, wie mag beslissen over de woning en de bankrekeningen, en wie aansprakelijk kan worden voor eventuele schulden. Zolang dat niet vaststaat, staat de afwikkeling stil. Banken, verzekeraars en instanties willen eerst zwart op wit zien met wie zij te maken hebben.
De wet geeft hierop een sluitend antwoord, ook wanneer de overledene niets op papier heeft gezet. Het Nederlandse erfrecht werkt met het parentelenstelsel: vier groepen familieleden die in een vaste volgorde aan bod komen. Zolang er in een hogere groep nog iemand kan erven, komt de volgende groep helemaal niet in beeld.
Hieronder leest u hoe die volgorde precies werkt, wat er gebeurt als iemand de erfenis verwerpt of onwaardig is om te erven, hoe een testament de wettelijke volgorde opzijzet, en hoe u formeel laat vaststellen wie de erfgenamen zijn.
⚖️ In het kort
- De wet kent vier groepen erfgenamen. Alleen de hoogste groep waarin nog iemand kan erven, erft daadwerkelijk.
- Groep 1 bestaat uit de echtgenoot of geregistreerd partner samen met de kinderen. Samenwoners horen daar niet bij.
- Pas als groep 1 volledig ontbreekt, komt groep 2 aan bod: de ouders samen met de broers en zussen.
- Erft een kind, broer, zus, grootouder of overgrootouder niet, dan kunnen diens afstammelingen bij plaatsvervulling in die plaats komen.
- Familieleden die verder dan de zesde graad van de overledene af staan, erven volgens de wet niet.
- Een testament gaat voor op de wettelijke volgorde, binnen de grenzen die de wet daaraan stelt.
Wie zijn de erfgenamen volgens de wet?
Heeft de overledene geen testament gemaakt, dan wijst de wet de erfgenamen aan. Dat heet het versterferfrecht. Artikel 4:10 van het Burgerlijk Wetboek roept achtereenvolgens vier groepen op als erfgenaam uit eigen hoofde:
- de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot van de overledene, samen met diens kinderen;
- de ouders van de overledene, samen met diens broers en zussen;
- de grootouders van de overledene;
- de overgrootouders van de overledene.
Het woord achtereenvolgens is hier het sleutelwoord. De groepen erven niet naast elkaar, maar na elkaar. Is er in groep 1 nog iemand die kan erven, dan komen de groepen 2, 3 en 4 in het geheel niet aan bod. Deze systematiek heet het parentelenstelsel, naar de parentelen: de familietakken die vanuit de overledene worden afgelopen.
Wie de hoofdlijnen van erven zonder testament zoekt, vindt daar de algemene uitleg. Voor een breder overzicht van het rechtsgebied is er een complete uitleg over erfrecht in Nederland. Dit artikel gaat over de volgorde zelf en over de vraag wat er gebeurt als die volgorde in de praktijk hapert.
Groep 1: de partner en de kinderen
De eerste groep bestaat uit de echtgenoot van de overledene samen met de kinderen. Een geregistreerd partner staat hierbij gelijk aan een echtgenoot. Zij erven ieder een gelijk deel, dus bij een partner en twee kinderen erft ieder een derde.
Onder kinderen verstaat de wet de eigen kinderen van de overledene, ongeacht of zij binnen of buiten een huwelijk zijn geboren en ongeacht uit welke relatie zij komen. Ook geadopteerde kinderen tellen volledig mee. Stiefkinderen doen dat niet: zij erven alleen wanneer zij in een testament zijn opgenomen.
Een veelgemaakte aanname is dat een samenwonende partner vanzelf erft. Dat is niet zo. Ongehuwde partners zonder geregistreerd partnerschap erven niet volgens de wet, ook niet na dertig jaar samenwonen en ook niet met een notarieel samenlevingscontract. Zonder testament valt de nalatenschap dan toe aan de kinderen, of aan groep 2.
Laat de overledene een echtgenoot of geregistreerd partner én een of meer kinderen na, dan treedt bovendien de wettelijke verdeling in werking. De partner krijgt dan alle goederen van de nalatenschap en de kinderen krijgen een geldvordering op de partner. Zij zijn dus wel erfgenaam, maar krijgen hun deel in beginsel pas later uitbetaald.
Groep 2: de ouders samen met broers en zussen
Zijn er geen partner en geen kinderen of kleinkinderen, dan komt groep 2 aan bod. Die groep bestaat uit de ouders van de overledene samen met de broers en zussen. Zij erven in beginsel ieder een gelijk deel, waarbij ouders en broers en zussen dus naast elkaar staan.
Op die hoofdregel gelden twee uitzonderingen. Een halfbroer of halfzus erft de helft van wat een volle broer, een volle zus of een ouder krijgt. En het erfdeel van een ouder bedraagt altijd ten minste een kwart van de nalatenschap. Zou een ouder door het aantal erfgenamen op minder dan een kwart uitkomen, dan wordt dat deel verhoogd en worden de overige erfdelen naar evenredigheid verminderd.
Is een broer of zus eerder overleden, dan erven diens kinderen samen het deel dat de broer of zus zou hebben gekregen. Dat mechanisme heet plaatsvervulling en wordt uitgebreider besproken in het artikel over plaatsvervulling. Voor de volgorde is vooral van belang dat plaatsvervulling binnen dezelfde groep blijft. Zolang er nog een neef of nicht via deze weg kan erven, komt groep 3 niet aan de beurt.
Groep 3 en 4: grootouders, overgrootouders en de zesde graad
Ontbreekt ook groep 2 volledig, dan roept de wet de grootouders van de overledene op. In de praktijk zijn die vaak zelf al overleden. Dan komen hun afstammelingen bij plaatsvervulling in beeld: de ooms en tantes van de overledene en daarna de neven en nichten. Op dit punt wordt een nalatenschap vaak ingewikkeld, omdat het om een grote en soms slecht in kaart gebrachte familiekring gaat.
Is ook in de derde groep niemand te vinden, dan volgt de vierde groep: de overgrootouders en hun afstammelingen. De wet trekt daarbij een harde grens. Familieleden die verder dan de zesde graad van de overledene af staan, erven niet. De graad wordt geteld via het aantal geboorten dat twee personen van elkaar scheidt. Een kind van een oom of tante staat bijvoorbeeld in de vierde graad.
Levert het onderzoek helemaal niemand op, dan is er sprake van een onbeheerde nalatenschap. De rechtbank kan dan een vereffenaar benoemen die de nalatenschap afwikkelt en verder onderzoek doet. Blijft het resultaat leeg, dan komen de goederen uiteindelijk aan de Staat toe.
Waarom een lagere groep pas erft als de hogere groep ontbreekt
Het parentelenstelsel is bewust sluitend opgezet. De wetgever wilde voorkomen dat een nalatenschap over een onafzienbare kring van familieleden wordt uitgesmeerd. Daarom geldt: zodra in een groep één persoon aanwezig is die kan erven, vervalt het recht van alle volgende groepen.
Dat is voor nabestaanden soms moeilijk te aanvaarden. Een broer die zijn hele leven voor de overledene heeft gezorgd, erft niets wanneer er ook maar één kind is. Ook een langdurige, hechte band geeft geen erfrecht. De wet kijkt uitsluitend naar de familierechtelijke betrekking, niet naar de feitelijke verhouding.
Belangrijk is verder wat “ontbreken” precies betekent. Een groep ontbreekt pas wanneer daarin niemand meer kan erven, plaatsvervullers meegerekend. Een overleden kind sluit de volgende groep dus nog steeds uit zolang dat kind zelf kinderen heeft. Pas als die hele tak leeg is, schuift de volgorde door.
De onderwerpen die met deze kring te maken hebben, zoals de onderlinge verhouding tussen erfgenamen en hun rechten tijdens de afwikkeling, staan in ons overzicht bij elkaar.
Hoe een testament de wettelijke volgorde opzijzet
De wettelijke volgorde geldt alleen wanneer de overledene niets anders heeft geregeld. Met een testament kan iemand zelf bepalen wie erfgenaam wordt. Dat mag een familielid zijn dat volgens de wet nooit aan de beurt zou komen, maar ook een goede vriend, een samenwonende partner, een stiefkind of een goed doel.
Een testament kan meer doen dan alleen erfgenamen aanwijzen. Het kan iemand onterven, een legaat toekennen zoals een geldbedrag of een specifiek voorwerp, een executeur benoemen die de nalatenschap afwikkelt, of bepalen dat bepaalde vermogensbestanddelen buiten een gemeenschap van goederen blijven.
De vrijheid is niet onbeperkt. Kinderen die zijn onterfd, kunnen aanspraak maken op hun legitieme portie, het wettelijke minimumdeel dat altijd in geld wordt uitgekeerd. Ook de langstlevende echtgenoot of geregistreerd partner heeft enkele wettelijke rechten die een testament niet zomaar wegneemt, zoals het recht om in de woning te blijven wonen.
Of er een testament is, blijkt uit het Centraal Testamentenregister. Daarin staat geregistreerd wie wanneer bij welke notaris een testament heeft gemaakt. De inhoud staat er niet in. Die vraagt de notaris op bij de collega die het testament bewaart. Zolang dat niet is gecontroleerd, is de kring van erfgenamen nog niet definitief.
Als een erfgenaam verwerpt of onwaardig is om te erven
Erfgenaam zijn is geen verplichting. Iedere erfgenaam heeft drie keuzes: zuiver aanvaarden, beneficiair aanvaarden of verwerpen. Wie kiest voor de erfenis verwerpen, legt daarvoor een verklaring af bij de griffie van de rechtbank van de laatste woonplaats van de overledene. De keuze wordt vastgelegd in het openbare boedelregister en werkt terug tot het moment van overlijden. De verwerper wordt geacht nooit erfgenaam te zijn geweest.
Verwerpen heeft een gevolg dat vaak wordt onderschat. In het versterferfrecht komen de afstammelingen van de verwerper bij plaatsvervulling in diens plaats. Kinderen erven dus niet automatisch mee met de keuze van hun ouder. Zij moeten zelf verwerpen als zij de nalatenschap ook niet willen. Is er een testament, dan bepaalt dat testament wat er met het vrijgekomen deel gebeurt.
Blijft een erfgenaam een keuze uitstellen, dan kan een belanghebbende de kantonrechter vragen daarvoor een termijn te stellen. Wordt die termijn ongebruikt overschreden, dan geldt de nalatenschap als zuiver aanvaard, met alle gevolgen voor eventuele schulden.
Daarnaast kent de wet onwaardigheid. Artikel 4:3 van het Burgerlijk Wetboek noemt een beperkt aantal zeer ernstige situaties waarin iemand van rechtswege geen voordeel uit de nalatenschap mag trekken, bijvoorbeeld na een onherroepelijke veroordeling voor het ombrengen van de overledene of voor het vervalsen of vernietigen van diens testament. Een onwaardigheid vervalt wanneer de overledene het gedrag op ondubbelzinnige wijze heeft vergeven.
Een erfgenaam is onvindbaar of woont in het buitenland
Niet iedere erfgenaam is meteen te bereiken. Contact is verwaterd, iemand is geëmigreerd, of de familietak is nooit goed in kaart gebracht. De eerste stap is doorgaans navraag bij familie, vrienden en bekenden. Levert dat niets op, dan kan de notaris onderzoek doen in de basisregistratie personen en zo nodig een gespecialiseerd bureau inschakelen voor genealogisch onderzoek.
Blijft iemand onvindbaar, dan hoeft de afwikkeling niet eindeloos stil te liggen. De rechtbank kan op verzoek van een belanghebbende een vereffenaar benoemen die de nalatenschap afwikkelt, waarbij het aandeel van de vermiste wordt gereserveerd. Bij het verzoek moet worden onderbouwd welke pogingen zijn gedaan om de erfgenaam op te sporen.
Woont een erfgenaam in het buitenland, dan is de kring meestal wel bekend maar wordt de praktijk complexer. Binnen de Europese Unie geldt de Europese erfrechtverordening. Uitgangspunt daarin is het recht van het land waar de overledene zijn gewone verblijfplaats had, tenzij in een testament een rechtskeuze is gemaakt voor het recht van de nationaliteit. Met een Europese verklaring van erfrecht kunnen erfgenamen hun positie in andere lidstaten aantonen.
Werkt een gevonden erfgenaam niet mee, dan begint de aanpak met overleg en een concreet voorstel. Komt dat niet verder, dan volgt een formele brief namens de erfgenamen, zo nodig met het vooruitzicht van een procedure. Daarna volgt vaak een ronde met advocaten aan beide kanten. Pas als dat vastloopt, komen mediation of een gang naar de rechter in beeld.
Zo stelt u formeel vast wie de erfgenamen zijn
In de praktijk gebeurt de formele vaststelling bij de notaris. Die controleert eerst het Centraal Testamentenregister op een testament en raadpleegt daarnaast de basisregistratie personen om de familierechtelijke betrekkingen vast te stellen. Op basis van de wet en een eventueel testament stelt de notaris vervolgens vast wie de erfgenamen zijn.
Dat resultaat wordt vastgelegd in een verklaring van erfrecht. Daarin staat wie is overleden, wie de erfgenamen zijn, of zij hebben aanvaard, en wie bevoegd is de nalatenschap te beheren. Banken vragen die verklaring vaak voordat zij een rekening deblokkeren of overboeken. Ook bij de overdracht van een woning is de verklaring in de regel nodig. Hoe dat traject verloopt, staat beschreven bij een verklaring van erfrecht aanvragen.
Houd er rekening mee dat de verklaring een momentopname is. Duikt later een onbekend testament op of blijkt een familietak over het hoofd gezien, dan verandert de kring van erfgenamen alsnog. Bestaat er twijfel over de familieverhoudingen, over de geldigheid van een testament of over de positie van een onterfd kind, dan is juridisch advies verstandig voordat er wordt verdeeld. Een verdeling terugdraaien kost aanzienlijk meer moeite dan haar zorgvuldig voorbereiden.
Veelgestelde vragen over de erfopvolging
Erven mijn broers en zussen ook als ik kinderen heb?
Nee. Broers en zussen horen bij groep 2 en komen alleen aan bod wanneer groep 1 volledig ontbreekt. Zijn er kinderen, of kleinkinderen die via plaatsvervulling in de plaats van een overleden kind komen, dan vervalt het recht van groep 2 helemaal. Dat geldt ook wanneer de band met een broer of zus veel hechter was dan met de kinderen. Wie dat anders wil regelen, kan dat uitsluitend via een testament doen.
Erft mijn samenwonende partner iets zonder testament?
Nee. De wet noemt alleen de echtgenoot en de geregistreerd partner. Samenwoners erven niet van rechtswege, ook niet na tientallen jaren en ook niet met een notarieel samenlevingscontract. Zonder testament gaat de nalatenschap naar de kinderen, of bij het ontbreken daarvan naar de ouders, broers en zussen. Voor samenwonende partners is een testament daarom de enige manier om elkaar erfgenaam te maken. Een samenlevingscontract kan daarnaast wel afspraken bevatten over gemeenschappelijke bezittingen.
Wat gebeurt er als er helemaal geen erfgenamen zijn?
Levert het onderzoek in alle vier de groepen niemand op binnen de zesde graad, dan spreekt men van een onbeheerde nalatenschap. De rechtbank kan een vereffenaar benoemen die de bezittingen en schulden in kaart brengt en verder onderzoek doet naar mogelijke erfgenamen. Blijft dat zonder resultaat, dan komen de goederen uiteindelijk aan de Staat toe. Dat gebeurt zelden meteen, omdat eerst serieus naar familieleden wordt gezocht.
Erven kleinkinderen automatisch als hun ouder al is overleden?
In het versterferfrecht komen de kinderen van een vooroverleden kind samen in diens plaats. Zij delen het erfdeel dat hun ouder zou hebben gekregen. Dat geldt ook wanneer die ouder onwaardig is, onterfd is of de nalatenschap heeft verworpen. Is er een testament, dan hangt het van de inhoud daarvan af of plaatsvervulling is geregeld. Het is dus verstandig om altijd eerst te controleren of er een testament bestaat.
Krijgt een halfbroer of halfzus evenveel als een volle broer of zus?
Nee. Binnen groep 2 erft een halfbroer of halfzus de helft van wat een volle broer, een volle zus of een ouder ontvangt. Daarnaast geldt dat het erfdeel van een ouder altijd ten minste een kwart van de nalatenschap bedraagt. Komt een ouder door de rekensom lager uit, dan wordt dat deel opgehoogd en worden de andere erfdelen naar evenredigheid verlaagd. Deze regels gelden alleen bij vererving volgens de wet.
Kan iemand erfgenaam zijn zonder dat zelf te weten?
Ja, dat komt regelmatig voor, vooral bij verre familie in groep 3 of 4. Meestal komt het bericht van een notaris of van een vereffenaar die erfgenamenonderzoek doet. Wie zo’n bericht ontvangt, is niet verplicht te aanvaarden. Van belang is wel om niets uit de nalatenschap mee te nemen of te verkopen voordat er een keuze is gemaakt, omdat dat kan worden uitgelegd als zuivere aanvaarding. Vraag bij twijfel eerst advies.
Tot slot
De vraag wie de erfgenamen zijn, lijkt eenvoudig maar heeft in de praktijk vaak een gelaagd antwoord. Een tak die leeg blijkt, een testament dat later opduikt, een familielid dat verwerpt of onvindbaar is: het kan de hele volgorde veranderen. Juist in een periode van verlies is het prettig als iemand die kring rustig en zorgvuldig in kaart brengt, voordat er wordt verdeeld.
Van Zinnicq Bergmann Advocaten staat sinds 1870 naast cliënten in Den Bosch, Noord-Brabant en daarbuiten. Onze erfrechtspecialisten helpen bij het vaststellen van de erfgenamen, bij de uitleg van een testament en bij geschillen die daaruit voortkomen. Neemt u gerust contact op voor een eerste gesprek over uw situatie.