Schenking en erfrecht zijn in de praktijk nauwelijks van elkaar los te zien. Wat iemand tijdens het leven weggeeft, bepaalt mede wat er na het overlijden nog te verdelen valt. Een gift aan een kind, een bedrag dat een kleinkind kreeg voor de studie of een bedrag dat op papier werd geschonken: het komt allemaal weer ter sprake zodra de nalatenschap wordt afgewikkeld. Soms omdat het moet, soms omdat een van de erfgenamen erover begint.
Dat leidt regelmatig tot spanning in een periode waarin die spanning het minst welkom is. De ene erfgenaam vindt dat een eerdere gift moet worden verrekend, de andere vindt dat wat gegeven is gegeven blijft. Beiden kunnen gelijk hebben, want het antwoord hangt af van wat de overledene destijds heeft vastgelegd, van de vorm van de schenking en van de vraag of iemand een beroep doet op de legitieme portie.
Dit artikel geeft het overzicht: welke soorten schenkingen er zijn, wanneer een gift moet worden ingebracht bij de verdeling, hoe schenkingen doorwerken in de legitieme portie en de erfbelasting, en waarom de uitsluitingsclausule zo vaak wordt gebruikt.
⚖️ In het kort
- Een schenking tijdens leven verkleint de nalatenschap, maar verdwijnt daarmee niet uit het erfrecht.
- Sinds 2003 hoeft een gift alleen te worden ingebracht bij de verdeling als de erflater dat bij de schenking of in het testament heeft bepaald.
- Voor de berekening van de legitieme portie tellen bepaalde schenkingen juist wel altijd mee, ook als ze lang geleden zijn gedaan.
- Schenkingen binnen 180 dagen voor het overlijden worden voor de erfbelasting bij de nalatenschap geteld, met verrekening van al betaalde schenkbelasting.
- Een uitsluitingsclausule houdt het geschonkene buiten een eventuele verdeling als de ontvanger later gaat scheiden.
- Een schenking op papier telt fiscaal alleen als schuld mee wanneer er een notariële akte is en de rente daadwerkelijk elk jaar is betaald.
Schenking en erfrecht: waarom beide altijd samen worden bekeken
Het erfrecht regelt wat er gebeurt met het vermogen dat iemand nalaat. Dat vermogen is niet zomaar een momentopname. Wie jarenlang bedragen heeft weggegeven, laat minder na dan iemand die alles heeft laten staan. Precies daarom kijkt de wet in een aantal situaties terug naar wat er tijdens het leven is weggegeven.
Die terugblik gebeurt langs drie verschillende sporen, die vaak door elkaar heen lopen en tot verwarring leiden. Het eerste spoor is de verdeling tussen de erfgenamen onderling. Daar speelt de vraag of een eerdere gift verrekend moet worden met het erfdeel van degene die hem ontving. Het tweede spoor is de legitieme portie. Een kind dat onterfd is of dat minder krijgt dan het wettelijke minimum, mag bepaalde schenkingen optellen bij de nalatenschap voordat zijn aanspraak wordt berekend. Het derde spoor is fiscaal. De Belastingdienst kijkt onder omstandigheden naar schenkingen die kort voor het overlijden zijn gedaan.
Deze drie sporen hebben elk hun eigen regels en hun eigen uitkomst. Een schenking kan dus meetellen voor de legitieme portie en tegelijk niet hoeven te worden ingebracht bij de verdeling. Dat voelt tegenstrijdig, maar het is het logische gevolg van het feit dat de wetgever hier verschillende belangen beschermt. Voor een goed begrip van de basisregels helpt het om eerst te weten hoe het Nederlandse erfrecht is opgebouwd.
Wat is een schenking, en wanneer is het er juridisch een?
Van een schenking is sprake wanneer iemand uit vrijgevigheid vermogen overdraagt aan een ander, zonder tegenprestatie. Onder die noemer valt meer dan mensen denken. Ook een lening die nooit is terugbetaald en stilzwijgend is kwijtgescholden, of een huis dat ver onder de marktwaarde aan een kind is overgedragen, kan juridisch een gift zijn.
Dat onderscheid is belangrijk, want alleen wat als gift kwalificeert kan later worden meegewogen. Bij de afwikkeling van een nalatenschap komt daarom regelmatig de vraag op tafel of een bedrag een lening was of toch een schenking. Bankafschriften, leningsovereenkomsten en de vraag of er ooit rente of aflossing is betaald geven dan de doorslag.
De gewone schenking, van hand tot hand
De meest voorkomende vorm is de schenking die direct wordt uitgevoerd. Er gaat geld van de ene rekening naar de andere, of een goed wordt overgedragen. Daar is geen notaris voor nodig. Het bedrag is meteen weg uit het vermogen van de schenker en meteen beschikbaar voor de ontvanger. Wie wil vastleggen onder welke voorwaarden er is geschonken, doet dat het beste schriftelijk. Zonder vastlegging is achteraf lastig aan te tonen wat de bedoeling was.
De schenking op papier
Bij een schenking op papier wordt een bedrag wel geschonken, maar niet uitbetaald. De schenker erkent een schuld aan de ontvanger, die pas na het overlijden uit de nalatenschap wordt voldaan. Dit gebruiken mensen die vermogen willen overdragen dat vastzit, bijvoorbeeld in een woning. Aan deze vorm zitten strikte voorwaarden, die verderop aan bod komen. Wie de vormen naast elkaar wil zien, vindt meer uitleg in het artikel over schenking bij leven.
Inbreng van schenkingen bij de verdeling van de nalatenschap
Inbreng betekent dat een erfgenaam de waarde van een eerder ontvangen gift laat verrekenen met zijn erfdeel. Zo kan het erfrecht ongelijkheid tussen kinderen rechttrekken. Rekenkundig wordt gedaan alsof het geschonken bedrag nog in de nalatenschap zit, waarna het van het aandeel van de ontvanger wordt afgetrokken.
Wanneer geldt een inbrengverplichting?
Hier ontstaan de meeste misverstanden. Onder het oude erfrecht was inbreng het uitgangspunt. Sinds de invoering van het huidige erfrecht in 2003 is dat omgedraaid. De hoofdregel is nu dat een gift niet hoeft te worden ingebracht, tenzij de erflater dat uitdrukkelijk heeft voorgeschreven. Dat kan op twee momenten: bij de schenking zelf, of later in een uiterste wilsbeschikking. Een inbrengverplichting die bij de gift is opgelegd, kan bij testament weer ongedaan worden gemaakt.
De praktische betekenis daarvan is groot. Zonder zo’n bepaling geldt eens gegeven blijft gegeven, ook als een van de kinderen aantoonbaar veel meer heeft ontvangen dan de anderen. Dat komt hard aan bij erfgenamen die ervan uitgingen dat alles vanzelf zou worden rechtgetrokken.
Hoe werkt de inbreng in de praktijk?
Is er wel een inbrengverplichting, dan wordt de gift gewaardeerd naar het moment waarop hij werd gedaan. Bij een geldbedrag is dat het geschonken bedrag. Bij een goed, zoals een woning of een aandelenpakket, ligt de waardering gevoeliger en is discussie tussen erfgenamen niet ongebruikelijk. De inbreng gaat bovendien niet verder dan het erfdeel zelf: wie meer ontving dan zijn aandeel waard is, hoeft het verschil niet terug te betalen.
Schenkingen en de berekening van de legitieme portie
De legitieme portie is het deel van de nalatenschap waarop een kind altijd aanspraak kan maken, ook na onterving. Bij de berekening daarvan spelen schenkingen een eigen rol, los van de vraag of er een inbrengverplichting geldt. De wet telt namelijk bepaalde giften weer op bij de nalatenschap voordat de aanspraak wordt bepaald. Zo wordt voorkomen dat iemand zijn vermogen bij leven wegschenkt en daarmee de wettelijke aanspraak van een kind uitholt.
De hoofdregel is dat giften meetellen wanneer ze binnen vijf jaar voor het overlijden zijn gedaan. Op die regel bestaan uitzonderingen die in de praktijk vaak juist doorslaggevend zijn. Giften aan een afstammeling die zelf legitimaris is, tellen bijvoorbeeld mee zonder beperking in de tijd. Hetzelfde geldt voor giften die de erflater op elk moment had kunnen herroepen, en voor giften waarvan het voordeel pas na het overlijden volledig wordt genoten. Gebruikelijke giften, zoals verjaardagscadeaus, blijven buiten beschouwing.
Dat maakt de berekening bewerkelijk. Vaak moet eerst in kaart worden gebracht wat er de afgelopen jaren is weggegaan, en soms verder terug. Rekeningafschriften, notariële akten en schenkingsovereenkomsten vormen daarbij het bewijs. Dit onderwerp verdient een eigen uitwerking en is uitgebreid behandeld in het artikel over schenkingen en de legitieme portie.
De 180-dagenregeling rond het overlijden
Naast de civielrechtelijke kant is er de fiscale kant. Daar geldt een regel die veel families verrast: schenkingen die binnen 180 dagen voor het overlijden zijn gedaan, worden voor de erfbelasting behandeld alsof ze uit de nalatenschap zijn verkregen. Ze worden dus opgeteld bij de erfenis en meegenomen in de aangifte erfbelasting.
De achtergrond is begrijpelijk. Zonder zo’n bepaling zou iemand vlak voor het overlijden grote bedragen kunnen wegschenken en daarmee erfbelasting kunnen ontlopen. De regel sluit die route af. Belangrijk is dat er geen sprake is van dubbele heffing. Schenkbelasting die al over de gift is betaald, wordt verrekend met de verschuldigde erfbelasting.
In de praktijk raakt deze regeling vooral gezinnen die pas laat in actie komen. Als duidelijk wordt dat iemand ernstig ziek is, ontstaat soms de gedachte om alsnog snel te schenken. Binnen die termijn levert dat fiscaal geen voordeel op, terwijl de afwikkeling wel ingewikkelder wordt: de erfgenamen of de executeur moeten de schenkingen alsnog opgeven. Er gelden enkele uitzonderingen, onder meer voor giften aan goede doelen met een ANBI-status en voor bepaalde eenmalig verhoogde vrijstellingen.
Let op dat deze termijn losstaat van de civielrechtelijke vraag of een gift moet worden ingebracht of meetelt voor de legitieme portie. Een schenking kan dus buiten de 180 dagen vallen en fiscaal onaangeroerd blijven, terwijl zij tussen de erfgenamen onderling wel degelijk een rol speelt. Het is verstandig om beide vragen apart te beantwoorden en ze niet door elkaar te laten lopen.
De uitsluitingsclausule en waarom die zo vaak wordt gebruikt
Veel ouders die schenken, hebben dezelfde zorg: blijft het geld wel bij het eigen kind als diens relatie stukloopt? Voor die zorg bestaat de uitsluitingsclausule. Daarmee bepaalt de schenker dat het geschonkene niet in een huwelijksgemeenschap of geregistreerd partnerschap van de ontvanger valt. Het blijft privévermogen. Bij een scheiding hoeft het niet te worden gedeeld met de ex-partner.
De clausule moet worden opgenomen bij de schenking zelf. Achteraf toevoegen kan niet. Dat is precies waarom dit onderwerp zo vaak terugkomt bij nalatenschappen: bij de ene gift is het wel gedaan en bij de andere niet, en dat verschil merkt de familie pas jaren later. Dezelfde clausule kan overigens ook in een testament worden opgenomen voor wat iemand nalaat.
Sinds de wetswijziging van 2018 vallen erfenissen en schenkingen bij huwelijken die daarna zijn gesloten in beginsel al buiten de gemeenschap. Toch blijft de clausule van waarde. Bij oudere huwelijken geldt het oude regime nog, en echtgenoten kunnen in huwelijkse voorwaarden andere afspraken maken. Bovendien ontstaat er vaak discussie wanneer geschonken geld op een gezamenlijke rekening is gestort en daarna is uitgegeven. Dan draait het om de vraag of er nog een vergoedingsrecht bestaat, en dat is bewerkelijk om te reconstrueren. Meer hierover leest u in het artikel over de schenking met uitsluitingsclausule.
Herroepelijke schenkingen en schenkingen onder voorwaarden
Een schenking hoeft niet definitief te zijn. De schenker kan bedingen dat hij de gift mag herroepen. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer iemand vermogen wil overdragen maar zich niet volledig wil vastleggen, omdat de eigen situatie nog kan veranderen. Is die bevoegdheid bedongen, dan kan de herroeping plaatsvinden door een verklaring aan de ontvanger, en ook bij uiterste wilsbeschikking zonder dat de ontvanger daarvan op de hoogte is.
Aan deze vorm zit een keerzijde die veel mensen niet zien aankomen. Juist omdat de schenker de gift op elk moment had kunnen terugdraaien, telt een herroepelijke gift bij de berekening van de legitieme portie mee zonder beperking in de tijd. Wat bedoeld was als flexibiliteit, kan dus later precies de discussie oproepen die men wilde vermijden.
Een verwante figuur is de schenking die pas na het overlijden wordt uitgevoerd. Daarvoor gelden strenge vormeisen. Zo’n schenking vervalt in beginsel met het overlijden van de schenker, tenzij hij haar persoonlijk is aangegaan en er een notariële akte van is opgemaakt. Dat is ook de reden dat de schenking op papier altijd bij de notaris wordt vastgelegd. Ontbreekt die akte, dan houdt de constructie geen stand en blijft het beoogde effect uit.
Schenkbelasting en erfbelasting op hoofdlijnen
Schenkbelasting en erfbelasting zijn twee kanten van dezelfde medaille. Over wat iemand tijdens leven ontvangt, kan schenkbelasting verschuldigd zijn. Over wat iemand na een overlijden verkrijgt, kan erfbelasting verschuldigd zijn. In beide gevallen hangen de vrijstelling en het tarief af van de relatie tot de schenker of erflater, en van de omvang van de verkrijging. Partners en kinderen zitten in de gunstigste groep, verdere familie en derden in een ongunstigere.
Voor schenkingen aan kinderen geldt een jaarlijkse vrijstelling, en voor andere ontvangers een lagere. Die bedragen worden elk jaar door de overheid aangepast, net als de grenzen van de tariefschijven. Het heeft daarom weinig zin om op oude cijfers te varen. Voor de actuele bedragen is de Belastingdienst de aangewezen bron.
Veel mensen kiezen voor schenken tijdens leven omdat vermogen dan gespreid kan worden overgedragen. Door herhaald binnen de jaarlijkse vrijstelling te blijven, wordt de nalatenschap kleiner en daarmee de latere erfbelasting lager. Daar staat een reëel nadeel tegenover: wat weg is, is weg. Wie later zelf zorgkosten of andere uitgaven heeft, kan er niet meer over beschikken. Bij een schenking op papier geldt bovendien de eis dat er jaarlijks daadwerkelijk zes procent rente over het geschonken bedrag aan de ontvanger wordt betaald. Wordt die rente vergeten of te laat betaald, dan vervalt de aftrekbaarheid van de schuld voor de erfbelasting. De afweging tussen beide routes komt aan bod in het artikel over schenken of erven.
Als een schenking leidt tot een conflict tussen erfgenamen
Schenkingen zijn een van de meest voorkomende aanleidingen voor onenigheid bij een nalatenschap. Soms gaat het om de vraag of een bedrag een lening of een gift was, soms om de vraag of er een inbrengverplichting gold. En soms om iets zwaarders: het vermoeden dat er in de laatste levensjaren geld is verdwenen van de rekening van de overledene, terwijl die niet meer goed in staat was zelf te beslissen.
Voor dat laatste kent de wet een belangrijke opening. Worden er feiten gesteld waaruit volgt dat een schenking tot stand is gekomen door misbruik van omstandigheden, dan ligt de bewijslast van het tegendeel bij degene die de gift ontving. Die omkering maakt verschil wanneer de schenker zelf niet meer kan verklaren wat de bedoeling was. Erfgenamen kunnen als rechtsopvolger van de overledene zo’n schenking laten aantasten.
In zo’n kwestie houden wij een vaste volgorde aan. Eerst wordt geprobeerd het onderling op te lossen door in gesprek te gaan en de feiten boven tafel te krijgen. Levert dat niets op, dan volgt een formele brief waarin de aanspraak wordt onderbouwd. Blijft een reactie uit, dan wordt een procedure in het vooruitzicht gesteld als drukmiddel. Vaak volgt daarna een tweede ronde waarin beide partijen zich door een advocaat laten bijstaan, omdat de standpunten dan scherper en zakelijker worden. Pas als ook dat vastloopt, kan mediation zinvol zijn, en als sluitstuk resteert de gang naar de rechter. Van Zinnicq Bergmann staat sinds 1870 cliënten in Noord-Brabant en daarbuiten bij, en weegt per zaak welke stap op dat moment het meeste oplevert. Zie ook onze pagina over de rol van een erfrechtadvocaat.
Veelgestelde vragen over schenking en erfrecht
Telt een schenking van tien jaar geleden nog mee bij de erfenis?
Dat hangt af van waarvoor u het wilt weten. Voor de verdeling tussen erfgenamen telt een oude gift alleen mee als de overledene een inbrengverplichting heeft vastgelegd, bij de schenking zelf of in het testament. Voor de legitieme portie ligt het anders. Daar geldt een termijn van vijf jaar als hoofdregel, maar giften aan een kind dat zelf legitimaris is tellen ook mee als ze veel langer geleden zijn gedaan. Eén schenking kan dus voor het ene doel wel en voor het andere niet meetellen.
Moet er erfbelasting worden betaald over een schenking waarover al schenkbelasting is voldaan?
Wanneer de schenking binnen 180 dagen voor het overlijden is gedaan, wordt zij voor de erfbelasting bij de nalatenschap geteld. Er is dan geen sprake van dubbele heffing: de schenkbelasting die al is betaald, wordt verrekend met de erfbelasting die verschuldigd is. Per saldo wordt er dus eenmaal geheven, maar wel naar het erfbelastingregime. Dat kan gunstiger of ongunstiger uitpakken dan de oorspronkelijke schenkbelasting. De schenking moet in de aangifte erfbelasting worden vermeld.
Kan een schenking na het overlijden nog worden teruggedraaid?
In een aantal gevallen wel. Is bij de schenking bedongen dat zij herroepelijk is, dan vererft die bevoegdheid in beginsel, tenzij anders is afgesproken. Daarnaast kan een schenking worden aangetast wanneer zij bijvoorbeeld tot stand is gekomen door misbruik van omstandigheden of wanneer de schenker op dat moment niet in staat was zijn wil te bepalen. Dat vraagt onderbouwing met stukken, zoals bankafschriften, medische gegevens en verklaringen. Laat een dergelijke stap altijd juridisch beoordelen voordat u erfgenamen erop aanspreekt.
Geldt een uitsluitingsclausule ook als het geld op een gezamenlijke rekening staat?
De clausule blijft gelden, maar het wordt lastiger om aan te tonen wat er met het geld is gebeurd. Zodra geschonken bedragen op een gezamenlijke rekening worden gestort en vervolgens worden uitgegeven aan gemeenschappelijke lasten, ontstaat de vraag of er nog een vergoedingsrecht bestaat richting de ontvanger. Die reconstructie is vaak bewerkelijk en leidt bij een scheiding regelmatig tot discussie. Het advies is om geschonken bedragen op een aparte rekening te houden en de administratie te bewaren.
Mag een ouder aan het ene kind meer schenken dan aan het andere?
Ja, dat mag. Een ouder is vrij om te bepalen wie wat krijgt tijdens het leven. Wel kan dat gevolgen hebben na het overlijden. Als er geen inbrengverplichting is vastgelegd, hoeft het verschil bij de verdeling niet te worden rechtgetrokken. Een kind dat zich benadeeld voelt, kan wel een beroep doen op de legitieme portie, waarbij bepaalde giften alsnog worden meegerekend. Wie ongelijk wil schenken zonder later ruzie, legt de bedoeling het beste schriftelijk vast.
Wat kunnen erfgenamen doen bij vermoedens over opnames van de rekening van de overledene?
De eerste stap is feitelijk: bankafschriften opvragen en in kaart brengen wat er wanneer is opgenomen en door wie. Vaak blijkt daaruit al of het gaat om normale uitgaven of om iets anders. Was er een volmacht, dan mag van de gevolmachtigde verantwoording worden verlangd over het gebruik daarvan. Blijkt dat er sprake was van schenkingen aan de gevolmachtigde zelf, dan kan de vraag spelen of die rechtsgeldig tot stand zijn gekomen. Laat de stukken beoordelen voordat u conclusies trekt.
Tot slot
Schenkingen zijn zelden alleen een fiscale keuze. Ze raken de verhoudingen binnen een familie en bepalen mede hoe de afwikkeling van een nalatenschap later verloopt. Wie tijdens het leven schenkt, doet er goed aan de bedoeling vast te leggen: wel of geen inbreng, wel of geen uitsluitingsclausule, wel of niet herroepelijk. Die paar zinnen op papier voorkomen achteraf veel onduidelijkheid.
Wordt u bij de afwikkeling van een nalatenschap juist geconfronteerd met schenkingen waarvan de gevolgen onduidelijk zijn, breng dan eerst rustig de feiten in beeld voordat er standpunten worden ingenomen. Vaak blijkt de situatie minder ingewikkeld dan zij op het eerste gezicht lijkt.
Heeft u een vraag over de plaats van een schenking in een nalatenschap? Neemt u gerust contact met ons op voor een eerste gesprek. Wij denken met u mee en zeggen ook eerlijk wanneer een juridische stap weinig zin heeft.