Wie in een testament als legataris is aangewezen, krijgt iets concreets toebedeeld. Een geldbedrag, een sieraad, een auto, een verzameling of soms een woning. Wat daarbij vaak pas later doordringt, is dat de Belastingdienst meekijkt. Rond een legaat en erfbelasting bestaat in de praktijk veel onduidelijkheid, en dat is begrijpelijk. Een legataris is geen erfgenaam, ontvangt geen aandeel in de nalatenschap als geheel en heeft meestal ook geen inzicht in de rest van de boedel. Toch volgt er wel degelijk een eigen aanslag.
De hoofdregel laat zich kort samenvatten: degene die het legaat ontvangt, betaalt in beginsel zelf de erfbelasting daarover. Hoeveel dat is, hangt af van twee dingen. De waarde van wat wordt verkregen, en de relatie tot de overledene. Een kind betaalt over precies hetzelfde bedrag aanzienlijk minder dan een goede vriend, een buurvrouw of een neef.
Op die hoofdregel bestaan uitzonderingen. Een erflater kan bepalen dat het legaat vrij van recht is, waardoor de last bij de erfgenamen komt te liggen. Een goed doel met een ANBI-status betaalt in de regel niets. En zodra het om een goed gaat in plaats van om geld, wordt de waardering een onderwerp op zich. Hieronder zetten wij die onderdelen rustig op een rij, zodat u weet waar u aan toe bent in een periode waarin dat prettig is.
⚖️ In het kort
- De legataris is zelf belastingplichtig en ontvangt een aanslag erfbelasting op eigen naam.
- Het tarief hangt af van de familieband: partner en kinderen betalen 10 en 20 procent, kleinkinderen 18 en 36 procent, overige verkrijgers 30 en 40 procent.
- Bij een legaat vrij van recht hoeft de legataris de belasting niet uit eigen middelen te voldoen, de last komt dan bij de erfgenamen te liggen.
- De vergoeding van die belasting uit de nalatenschap geldt zelf ook als verkrijging, waardoor de uiteindelijke aanslag hoger uitvalt.
- Een instelling met een ANBI-status betaalt in beginsel geen erfbelasting over een legaat.
- Tarieven, schijfgrenzen en vrijstellingen worden ieder jaar aangepast, controleer dus altijd de bedragen van het lopende jaar.
Legaat en erfbelasting: de hoofdregel voor de legataris
Voor de erfbelasting maakt het geen verschil of iemand erfgenaam is of legataris. De wet belast wat iemand krachtens erfrecht verkrijgt van een inwoner van Nederland. Een legaat is zo’n verkrijging. De legataris is dus zelf belastingplichtig en krijgt een aanslag op zijn of haar eigen naam, los van de erfgenamen.
Civielrechtelijk is de positie een andere. Een legataris is geen deelgenoot in de nalatenschap, maar heeft een vorderingsrecht op de erfgenamen. Wat dat vorderingsrecht precies inhoudt en hoe het zich verhoudt tot een erfstelling leest u in ons overzicht over legaat en codicil. Fiscaal telt echter alleen wat er onder de streep bij de legataris terechtkomt.
Dat onderscheid heeft een prettige kant. Een legataris is niet aansprakelijk voor de schulden van de nalatenschap. Iemand die een geldbedrag gelegateerd krijgt, hoeft dus niet te vrezen dat een onbekende schuldeiser zich later meldt. Maar er is ook een keerzijde. De legataris heeft weinig invloed op het tempo van de afwikkeling, terwijl de fiscale verplichting wel ontstaat op het moment van overlijden.
Wij merken in de praktijk dat dit voor onbegrip zorgt. Iemand krijgt bericht dat er een bedrag is nagelaten, hoort maandenlang niets meer, en ontvangt vervolgens een aanslag. Dat is juridisch correct, maar het vraagt wel om uitleg. Weten wat er komt, maakt het aanmerkelijk rustiger.
In welke tariefgroep valt de legataris?
De erfbelasting kent drie tariefgroepen. In welke groep een legataris valt, wordt uitsluitend bepaald door de relatie tot de overledene. De vorm van het legaat speelt daarbij geen rol. Wie een schilderij krijgt, valt in dezelfde groep als wie een geldbedrag krijgt.
Het bedrag waarbij de tweede schijf begint, wordt ieder jaar geïndexeerd. Op de website van de Belastingdienst staat de schijfgrens van het lopende jaar. Het hogere percentage geldt alleen over het deel van de verkrijging dat boven die grens uitkomt, niet over het geheel.
De groep overige verkrijgers is groter dan veel mensen denken. Broers en zussen vallen daaronder, net als neven, nichten, ooms, tantes, vrienden en buren. Juist bij hen wordt een legaat vaak ingezet, en juist daar valt de belasting het zwaarst uit. Een kleinkind zit in een tussenpositie: dezelfde vrijstelling als een kind, maar een tarief dat aanzienlijk hoger ligt.
Voor de tariefgroep van kinderen tellen ook stiefkinderen en pleegkinderen mee, mits aan de voorwaarden is voldaan. Het partnerbegrip in de erfbelasting is een eigen fiscaal begrip en loopt niet altijd gelijk met wat mensen zelf onder partnerschap verstaan. Samenwonen zonder notarieel samenlevingscontract kan betekenen dat iemand in de zwaarste groep valt, met alle gevolgen van dien.
De vrijstelling die voor u geldt
Voordat het tarief wordt toegepast, wordt eerst de vrijstelling van de verkrijging afgetrokken. Blijft de waarde van het legaat onder die vrijstelling, dan is er geen erfbelasting verschuldigd. Komt de waarde erboven, dan wordt alleen over het meerdere geheven.
De hoogte van de vrijstelling verschilt sterk per relatie en wordt elk jaar opnieuw vastgesteld. Voor een partner is de vrijstelling zeer ruim en loopt deze in de honderdduizenden euro’s. Voor kinderen en kleinkinderen is de vrijstelling bescheiden en ligt deze in de orde van tienduizenden euro’s. Voor overige verkrijgers gaat het om een klein bedrag van enkele duizenden euro’s. Voor een kind met een beperking geldt onder voorwaarden een hogere vrijstelling. Omdat deze bedragen jaarlijks worden aangepast, raden wij aan de actuele cijfers van het jaar van overlijden te raadplegen bij de Belastingdienst.
Er is een punt dat regelmatig over het hoofd wordt gezien. De vrijstelling geldt per persoon en per nalatenschap, niet per verkrijging. Iemand die zowel erfgenaam is als een legaat ontvangt, telt beide bedragen bij elkaar op en past daarna één keer de vrijstelling toe. Wie dus denkt twee keer een drempel te hebben, komt bedrogen uit.
Ook een uitkering uit een levensverzekering kan meetellen voor de erfbelasting. Dat kan ertoe leiden dat een op zichzelf klein legaat toch belast is, omdat de vrijstelling al is opgesoupeerd door een andere verkrijging uit dezelfde nalatenschap.
Een legaat vrij van recht: de last verschuift naar de erfgenamen
Een erflater kan in het testament bepalen dat een legaat vrij van recht wordt uitgekeerd. Dat betekent dat de legataris de erfbelasting niet met eigen geld hoeft te betalen. De gedachte erachter is sympathiek: wie iets nalaat aan een goede vriend of aan een kleinkind, wil dat het volle bedrag daadwerkelijk aankomt en niet dat de ontvanger direct een deel moet terugstorten aan de Belastingdienst.
Praktisch werkt het als volgt. De legataris ontvangt nog steeds een aanslag op eigen naam, maar die aanslag wordt voldaan uit de nalatenschap. Is er een executeur testamentair benoemd, dan betaalt deze de aanslag. Is er geen executeur, dan voldoen de erfgenamen de belasting rechtstreeks of vergoeden zij het bedrag aan de legataris.
De vergoeding is zelf ook belast
Hier zit een technisch detail met een merkbaar effect. De vergoeding uit de nalatenschap waarmee de erfbelasting wordt betaald, wordt zelf ook gezien als een verkrijging. Ook daarover is dus erfbelasting verschuldigd. Het gevolg is dat de totale aanslag hoger uitvalt dan een eenvoudige rekensom op het legaatbedrag zou doen vermoeden. In de fiscale praktijk heet dit brutering.
Voor de erfgenamen betekent een legaat vrij van recht dat er minder overblijft dan zij op basis van het testament verwachtten. Zij dragen immers niet alleen het legaat zelf, maar ook de belasting daarover en de belasting over die belasting. Wie een testament laat opstellen, doet er goed aan zich die uitwerking vooraf te laten voorrekenen. Een goed bedoelde bepaling kan anders tot verrassing en soms tot wrijving tussen nabestaanden leiden.
De waardering van een gelegateerd goed
Bij een legaat van een geldbedrag is de waarde eenvoudig vast te stellen. Gaat het om een goed, dan wordt de zaak ingewikkelder. Uitgangspunt is de waarde in het economisch verkeer op de dag van overlijden. Dat is de prijs die bij een normale verkoop tussen onafhankelijke partijen zou worden gerealiseerd.
Woningen, inboedel en sieraden
Voor een woning geldt een bijzondere regel. De wet schrijft voor dat de WOZ-waarde als uitgangspunt dient. Dat voorkomt langdurige discussies over de marktwaarde, maar het kan ook nadelig uitpakken wanneer de WOZ-waarde hoger ligt dan wat de woning werkelijk opbrengt. Rust er een hypotheek op, dan is de vraag of en hoe die schuld doorwerkt. Meer daarover staat in ons cluster over de woning in de erfenis.
Inboedelgoederen hebben vaak een beperkte waarde in het economisch verkeer. Een eettafel, een kast of een televisie brengen bij verkoop weinig op, hoe groot de emotionele waarde ook is. In de aangifte wordt daarvoor dan ook regelmatig een lage waarde of zelfs nihil opgenomen. Sieraden, kunst en verzamelingen liggen anders. Die worden apart gewaardeerd en kunnen een aanzienlijk bedrag vertegenwoordigen. Bij twijfel is een taxatie verstandig, zeker wanneer de erfgenamen en de legataris verschillend over de waarde denken. Goederen die via een codicil worden nagelaten, vallen fiscaal onder precies dezelfde regels.
Legaat tegen inbreng van de waarde
Een veelgebruikte constructie is het legaat tegen inbreng van de waarde. De erflater bepaalt dan dat een bepaald goed naar een bepaalde persoon gaat, maar dat die persoon de waarde daarvan in de nalatenschap moet inbrengen. Zo krijgt bijvoorbeeld één kind de woning of het bedrijfspand, zonder dat de andere erfgenamen daardoor benadeeld worden.
Fiscaal is de verkrijging in dat geval niet de volledige waarde van het goed, maar het verschil tussen de waarde die de Belastingdienst hanteert en het bedrag dat wordt ingebracht. Moet de volledige waarde worden ingebracht, dan is er per saldo geen verkrijging en dus in beginsel ook geen erfbelasting over dit onderdeel. Wordt een lager bedrag ingebracht dan de waarde die fiscaal geldt, dan is over dat verschil wel erfbelasting verschuldigd.
Juist bij woningen ontstaat hier soms een onaangename verrassing. Als in het testament staat dat de marktwaarde moet worden ingebracht, terwijl de Belastingdienst uitgaat van de WOZ-waarde, kunnen die twee bedragen uiteenlopen. Ligt de WOZ-waarde hoger, dan resteert een belaste verkrijging waar niemand op had gerekend.
Voor wie een testament laat opstellen is de les eenvoudig. Omschrijf nauwkeurig welk bedrag de legataris moet inbrengen en op welk moment dat wordt bepaald. Een vage formulering leidt jaren later tot discussie, precies op het moment dat de betrokkenen daar de energie niet voor hebben.
Een legaat aan een goed doel en de ANBI-vrijstelling
Veel mensen nemen een legaat aan een goed doel op in hun testament. Fiscaal is dat een aantrekkelijke keuze. Een instelling die door de Belastingdienst is aangemerkt als algemeen nut beogende instelling, kortweg ANBI, betaalt in beginsel geen erfbelasting over wat zij uit een nalatenschap ontvangt. Het volledige bedrag komt daardoor ten goede aan het doel dat de erflater voor ogen had.
Ook een sociaal belang behartigende instelling kan onder voorwaarden vrijgesteld zijn. Ontbreekt zowel de ANBI- als de SBBI-status, dan gelden de gewone regels en valt de instelling in de groep overige verkrijgers, met het hoogste tarief en de laagste vrijstelling. Het loont dus om vooraf te controleren of een organisatie de status daadwerkelijk heeft. Dat kan kosteloos via het openbare ANBI-register van de Belastingdienst.
Er is nog een aandachtspunt. Wanneer aan het legaat een voorwaarde wordt verbonden waardoor de verkrijging niet in het algemeen belang wordt besteed, kan de vrijstelling geheel of gedeeltelijk vervallen. Een bepaling dat het geld uitsluitend aan een specifiek particulier belang mag worden besteed, kan de fiscale voordelen dus doorkruisen.
Ten slotte een praktisch punt. Omschrijf de instelling in het testament zo nauwkeurig mogelijk, bij voorkeur met de statutaire naam en het inschrijvingsnummer. Organisaties fuseren, veranderen van naam of houden op te bestaan. Een precieze omschrijving voorkomt dat een goed bedoeld legaat na het overlijden niet meer uitvoerbaar blijkt.
De aangifte erfbelasting bij een legaat
Na een overlijden stuurt de Belastingdienst een aangiftebrief. Die gaat naar de executeur, naar een contactpersoon of naar een van de erfgenamen. In de praktijk verzorgt de executeur of de notaris de aangifte voor alle betrokkenen, of doen de erfgenamen dit zelf. Ook een legaat moet in die aangifte worden opgegeven, net als een uitkering uit een levensverzekering.
De aangiftetermijn is per 2026 verruimd. Voor overlijdens tot en met 2025 gold een termijn van acht maanden na de overlijdensdatum. Voor overlijdens vanaf 2026 geldt een termijn van twintig maanden. De datum die in de aangiftebrief staat is altijd leidend, dus die is het controleren waard. Komt de aangifte te laat binnen of wijkt de aanslag af van wat is aangegeven, dan kan de Belastingdienst belastingrente in rekening brengen.
Wie ontvangt de aanslag
Bij de aangifte kan worden aangegeven naar wie de aanslagen worden gestuurd. Dat kan de contactpersoon zijn, die daarna met de nalatenschap afrekent, ieder afzonderlijk, of de executeur. Voor een legataris is het prettig om vooraf te weten welke keuze is gemaakt, zodat een aanslag niet als een verrassing op de mat valt.
Een aandachtspunt is de timing. De belastingschuld ontstaat op het moment van overlijden, terwijl het legaat vaak pas later daadwerkelijk wordt afgegeven. Een legaat van een geldsom is volgens de wet zes maanden na het overlijden opeisbaar, tenzij de erflater anders heeft bepaald. Wie een goed gelegateerd krijgt en dat wil houden, moet de belasting bovendien uit eigen middelen voldoen. Het is verstandig daar tijdig rekening mee te houden.
Als de erfgenamen het legaat niet afgeven
Het komt voor dat een legataris wel een aanslag ontvangt, maar het legaat zelf niet. De erfgenamen reageren niet, betwisten de waarde of stellen zich op het standpunt dat er niets te verdelen valt. Dat is een vervelende positie, zeker wanneer de belastingschuld inmiddels wel vaststaat.
In die situatie is een beheerste opbouw het meest effectief. Wij beginnen met onderhandeling en een verzoek om inzage in de boedelbeschrijving, zodat duidelijk wordt wat er is. Levert dat niets op, dan volgt een formele brief waarin de vordering en de termijn worden vastgelegd. Blijft het stil, dan stellen wij een procedure in het vooruitzicht. Vaak volgt dan een tweede ronde waarin aan beide kanten advocaten betrokken zijn en alsnog een regeling wordt bereikt. Pas als dat spoor is uitgelopen, kan mediation zinvol zijn. Een gang naar de rechter is de laatste stap.
Er kunnen ook redenen zijn waarom een legaat niet volledig kan worden uitgekeerd. Is de nalatenschap ontoereikend, dan gaan de schulden voor op de legaten. Ook een beroep op de legitieme portie door een onterfd kind kan ertoe leiden dat legaten worden ingekort. Fiscaal is dan van belang dat de aanslag aansluit bij wat feitelijk wordt verkregen. Krijgt u minder dan waar het testament van uitging, laat de aangifte of de aanslag dan beoordelen door een erfrechtadvocaat, zodat u niet betaalt over iets dat nooit is uitgekeerd.
Veelgestelde vragen over legaat en erfbelasting
Is er verschil in erfbelasting tussen een legaat en een gewoon erfdeel?
Voor de erfbelasting niet. Zowel een erfdeel als een legaat is een verkrijging krachtens erfrecht, en op beide worden dezelfde tariefgroepen en vrijstellingen toegepast. Het verschil zit in de civielrechtelijke positie. Een erfgenaam treedt in de rechten en plichten van de overledene en kan met schulden te maken krijgen, terwijl een legataris een vorderingsrecht heeft op de erfgenamen en niet aansprakelijk is voor de schulden van de nalatenschap. Ontvangt iemand beide, dan worden ze bij elkaar opgeteld en geldt de vrijstelling één keer.
Kan ik een legaat weigeren om erfbelasting te besparen?
Een legaat weigeren mag, en daarvoor gelden geen strenge vormvereisten. Een duidelijke schriftelijke verklaring aan de erfgenamen of de executeur volstaat, zolang het legaat nog niet is aanvaard. Fiscaal levert het echter geen besparing op. De Successiewet bepaalt dat door verwerping of afstand van rechten niet minder erfbelasting wordt geheven dan zonder die handeling verschuldigd zou zijn geweest. De Belastingdienst vergelijkt beide situaties en heft over het hoogste bedrag. Verwerpen kan om andere redenen verstandig zijn, maar als fiscale route werkt het niet.
Moet ik erfbelasting betalen voordat ik het legaat heb ontvangen?
Dat kan gebeuren. De belastingschuld ontstaat op de dag van overlijden, terwijl de afgifte van het legaat vaak later plaatsvindt. Een legaat van een geldsom is zes maanden na het overlijden opeisbaar, tenzij in het testament iets anders is bepaald. Duurt de afwikkeling langer, bijvoorbeeld omdat een woning nog verkocht moet worden, dan kan de aanslag eerder komen dan het geld. Neem in dat geval contact op met de executeur of de erfgenamen en bespreek de betaling. Uitstel van betaling is soms mogelijk.
Geldt voor een legaat uit een codicil dezelfde erfbelasting?
Ja. Een codicil is een handgeschreven, gedateerd en ondertekend stuk waarmee uitsluitend kleding, sieraden en bepaalde inboedelgoederen kunnen worden nagelaten. Fiscaal wordt zo’n verkrijging op precies dezelfde manier behandeld als een legaat uit een notarieel testament. Ook hier geldt de waarde in het economisch verkeer op de overlijdensdatum en ook hier bepaalt de familieband het tarief en de vrijstelling. In veel gevallen blijft de waarde van dergelijke goederen beperkt, waardoor er per saldo weinig of geen erfbelasting verschuldigd is.
Wat gebeurt er als de nalatenschap te klein is om het legaat volledig uit te keren?
Schulden van de nalatenschap gaan voor op legaten. Is er onvoldoende vermogen, dan wordt het legaat verminderd of kan het geheel vervallen. Ook een geslaagd beroep op de legitieme portie door een onterfd kind kan ertoe leiden dat legaten worden ingekort. Voor de erfbelasting is doorslaggevend wat feitelijk wordt verkregen. Blijkt achteraf dat er minder is uitgekeerd dan waarvan de aangifte uitging, laat dan beoordelen of de aanslag moet worden aangepast. Een tijdige reactie voorkomt dat u belasting betaalt over iets dat nooit is ontvangen.
Kan ik bezwaar maken tegen de waarde waarover de erfbelasting is berekend?
Dat kan. Op het aanslagbiljet staat binnen welke termijn bezwaar mogelijk is en hoe dat moet gebeuren. Bezwaar heeft vooral kans van slagen wanneer de gehanteerde waarde aantoonbaar niet klopt, bijvoorbeeld doordat een goed onjuist is gewaardeerd of doordat een verkrijging dubbel is meegeteld. Voor woningen geldt de WOZ-waarde als wettelijk uitgangspunt, waardoor de ruimte voor discussie beperkter is. Verzamel bewijsmateriaal zoals een taxatierapport of een verkoopakte, en laat de zaak beoordelen voordat de bezwaartermijn verstrijkt.
Duidelijkheid over uw positie als legataris
Een legaat is bedoeld als een gebaar. Dat gebaar komt het best tot zijn recht wanneer vooraf duidelijk is wie de erfbelasting betaalt, hoe het gelegateerde wordt gewaardeerd en wanneer de afgifte plaatsvindt. Voor de legataris betekent dat vooral: weten in welke tariefgroep hij of zij valt, welke vrijstelling geldt en of het testament iets bepaalt over een legaat vrij van recht.
Loopt het anders dan verwacht, dan is het zelden nodig om direct te procederen. In veruit de meeste zaken die wij behandelen, komt er een oplossing door helder te maken wat er in de nalatenschap zit, wat de wet bepaalt en wat er redelijkerwijs te verdelen valt. Rust ontstaat vaak al op het moment dat de cijfers op tafel liggen.
Van Zinnicq Bergmann staat sinds 1870 naast cliënten in Noord-Brabant en daarbuiten. Die ruim 150 jaar ervaring gebruiken wij om erfrechtelijke vragen kalm en zorgvuldig te behandelen, met oog voor de verhoudingen binnen een familie. Heeft u een legaat ontvangen en weet u niet goed wat u met de aanslag aan moet, of wilt u bij het opstellen van een testament de fiscale gevolgen doorgronden, neemt u dan gerust contact met ons op. Wij denken graag met u mee.