Wie samenwoont zonder te trouwen, gaat er vaak van uit dat de partner na een overlijden gewoon in het huis kan blijven wonen. Toch hangt die zekerheid af van één bepaling in het samenlevingscontract: het verblijvingsbeding. Ontbreekt die, of is zij anders geformuleerd dan u denkt, dan kan de langstlevende tegenover de familie van de overledene komen te staan.
Samenwoners hebben namelijk geen wettelijk erfrecht ten opzichte van elkaar. Zonder regeling gaat de helft van de gezamenlijke woning naar de erfgenamen van de overleden partner: de kinderen, of bij gebreke daarvan de ouders, broers en zussen. Het verblijvingsbeding voorkomt dat, maar het is een contractuele afspraak en geen erfrecht. Dat verschil werkt door in wat er onder valt, in de positie van kinderen en in de erfbelasting.
Hieronder leest u wat een verblijvingsbeding in het samenlevingscontract regelt, waar het misgaat en wanneer u er een testament naast nodig heeft.
⚖️ In het kort
- Samenwoners erven zonder testament niets van elkaar. Het verblijvingsbeding is een afspraak in het samenlevingscontract, geen erfrecht.
- Het beding regelt alleen de gezamenlijke goederen, zoals een samen gekochte woning, de inboedel en gezamenlijke rekeningen. Het privévermogen van de overledene valt erbuiten.
- Bij een beding met vergoeding moet de langstlevende de waarde van de verkregen helft afrekenen met de erfgenamen.
- Kinderen van de overledene kunnen bij een beding zonder vergoeding hun legitieme portie geldend maken, ook ten laste van wat de partner via het beding krijgt.
- Bent u fiscaal partner, dan wordt de verkrijging belast als erfenis, met de partnervrijstelling van 828.035 euro.
- Een oud samenlevingscontract sluit vaak niet meer aan op de huidige woning, de hypotheek of de gezinssituatie.
Samenwoners erven niet automatisch van elkaar
Het wettelijk erfrecht kent alleen de echtgenoot en de geregistreerd partner een plaats toe, hoe lang een samenwoonrelatie ook heeft geduurd. Zonder testament gaat de nalatenschap volgens het versterferfrecht naar de kinderen, en als die er niet zijn naar de ouders, broers en zussen.
De langstlevende blijft eigenaar van de eigen helft, maar wordt voor de andere helft mede-eigenaar met de erfgenamen van de overledene. Iedere deelgenoot kan in beginsel op ieder moment verdeling vorderen (art. 3:178 BW). Kan de partner de erfgenamen niet uitkopen, dan dreigt verkoop.
Ook de bescherming die de wet een echtgenoot geeft, zoals het recht om zes maanden in de woning te blijven, geldt niet voor samenwoners. Over de positie van gehuwden leest u meer in erfenis en huwelijk uitgelegd.
Wat een verblijvingsbeding is
Een verblijvingsbeding is een afspraak dat bij het overlijden van een van beide partners diens aandeel in de gezamenlijke goederen toekomt aan de langstlevende. Juridisch is het een verdeling onder de opschortende voorwaarde van overlijden. Omdat het een overeenkomst is en geen testament, kan geen van beiden het beding eenzijdig wijzigen.
Meestal werkt het beding verbintenisrechtelijk: na het overlijden moet het aandeel nog bij notariële akte aan de langstlevende worden geleverd. Een volmacht in het contract maakt dat mogelijk zonder de erfgenamen.
Naast de automatische verblijving bestaan het toedelingsbeding, waarbij de langstlevende kan verlangen dat de goederen aan hem of haar worden toegedeeld, en het overnemingsbeding, waarbij de langstlevende de goederen mag overnemen, meestal tegen betaling van de waarde. De term langstlevendebeding hoort u ook, maar die heeft geen vaste juridische betekenis.
Gratis nieuwsbrief
Juridische tips in uw mailbox
Wij sturen regelmatig een korte nieuwsbrief met praktische juridische tips over arbeidsrecht, huurrecht en erfrecht. U laat alleen uw naam en e-mailadres achter.
Met of zonder vergoeding
Elke variant kan met of zonder vergoeding worden afgesproken. Zonder vergoeding, ook wel om niet genoemd, krijgt de langstlevende zowel het aandeel als de waarde ervan. Met vergoeding moet de langstlevende de waarde van de verkregen helft, verminderd met de helft van de hypotheekschuld, afrekenen met de nalatenschap. Die waarde komt dan toe aan de erfgenamen.
Dat kan knellen. Wie een overwaarde van 200.000 euro in de woning heeft, moet bij een beding met vergoeding 100.000 euro aan de erfgenamen betalen. Lukt dat niet, dan is de woning alsnog niet te behouden.
Een beding zonder vergoeding geldt voor de schenkbelasting niet als schenking zolang beide partners een vergelijkbare kans hebben om als eerste te overlijden, een zogenoemde kansovereenkomst. Bij een groot leeftijdsverschil of een ernstige ziekte bij ondertekening ontbreekt die gelijkwaardigheid, en kan het beding als schenking worden aangemerkt.
Wat het beding wel en niet regelt
Het verblijvingsbeding werkt alleen voor goederen die u samen bezit: de woning op beider naam, de gezamenlijke inboedel en een en/of-rekening. Wat op naam van één van u staat, valt er niet onder. Spaargeld op een eigen rekening of een woning die alleen van uw partner is, vererft volgens het testament of de wet.
Het beding maakt de langstlevende ook geen erfgenaam. Wie wil dat de partner ook het privévermogen krijgt, heeft daarvoor een testament nodig. Zie testament opstellen.
De woning en de hypotheek
Bij een gezamenlijke woning hoort meestal een gezamenlijke hypotheek, waarvoor beide partners hoofdelijk aansprakelijk zijn. Het beding verplicht de langstlevende de schuld over te nemen, maar de bank moet daaraan meewerken door de erfgenamen uit hun aansprakelijkheid te ontslaan. Dat hangt af van het inkomen van de langstlevende en een eventuele overlijdensrisicoverzekering. Meer hierover leest u bij huis erven met hypotheek.
Voor de overdrachtsbelasting geldt een vrijstelling als onder meer de woning samen is gekocht in een verhouding tussen 60 en 40 procent. Anders kan over de verkregen helft overdrachtsbelasting verschuldigd zijn.
Kinderen en de legitieme portie
Bij een beding zonder vergoeding erven de kinderen van de overledene de woninghelft niet. Bij een beding met vergoeding erven zij een vordering op de langstlevende ter waarde van die helft, en die vordering is in beginsel direct opeisbaar. Vooral in samengestelde gezinnen leidt dat tot spanning, want stiefkinderen erven niet van een stiefouder.
Een beding zonder vergoeding wordt door de wet aangemerkt als een quasi-legaat (art. 4:126 lid 2 onder a BW). Kinderen die uit de nalatenschap hun legitieme portie niet krijgen, kunnen daarom inkorten op wat de partner via het beding verkrijgt. De langstlevende kan dan een geldbedrag aan hen verschuldigd worden.
Samenwoners met een notarieel samenlevingscontract en een gemeenschappelijke huishouding kunnen dat verzachten. In een testament kan worden bepaald dat de vordering van een kind op de partner pas opeisbaar is na het overlijden van die partner (art. 4:82 BW). Zie ook legitieme portie en de woning.
Erfbelasting en de partnervrijstelling
Strikt genomen is een verkrijging via een verblijvingsbeding geen erfenis. Toch bepaalt de Successiewet dat het aandeel dat bij overlijden aan de langstlevende verblijft, wordt geacht krachtens erfrecht te zijn verkregen (art. 11 lid 2 Successiewet). Die fictie werkt alleen als de langstlevende voor de erfbelasting als partner of familie geldt. Bent u nog geen fiscaal partner, dan valt de verkrijging via het beding buiten de heffing. Wie in die situatie via een testament erft, betaalt juist 30 en 40 procent, met een vrijstelling van 2.769 euro.
Fiscaal partner bent u als u in de zes maanden voor het overlijden aan art. 1a Successiewet voldoet: beiden meerderjarig, op hetzelfde adres ingeschreven, een notarieel samenlevingscontract met wederzijdse zorgverplichting en geen bloedverwanten in de rechte lijn. Zonder notarieel contract geldt een termijn van vijf jaar onafgebroken samenwonen op hetzelfde adres.
Als fiscaal partner wordt de verkrijging belast als erfenis, met de partnervrijstelling van 828.035 euro en een tarief van 10 en 20 procent. Op die vrijstelling gaat wel een deel van de partnerpensioenen af. Zie erfbelasting voor de partner. Bij een beding met vergoeding betalen de erfgenamen erfbelasting over de vergoeding.
Als het beding niet notarieel is vastgelegd
Een zelf opgesteld verblijvingsbeding is riskant. Een gift die pas na het overlijden wordt uitgevoerd, vereist volgens de wet een notariële akte (art. 7:177 BW). Of een onderhands beding zonder vergoeding stand houdt, kan dan ter discussie komen te staan.
Daarnaast kunnen de erfgenamen de inhoud betwisten en telt het contract niet mee voor de partnervrijstelling na zes maanden. Ook art. 4:82 BW vereist een notarieel contract. Een zelfgeschreven overeenkomst kunt u daarom beter alsnog notarieel laten vastleggen.
Het risico van een oud samenlevingscontract
Veel samenlevingscontracten worden gesloten bij de aankoop van een eerste woning en daarna nooit meer bekeken. Een contract dat destijds paste, kan nu verkeerd uitpakken.
Een beding met vergoeding kan de langstlevende dwingen de woning te verkopen om de kinderen uit te betalen. Een beding zonder vergoeding kan juist kinderen uit een eerdere relatie benadelen. Ook ontbreekt in oudere contracten soms de wederzijdse zorgverplichting die voor de partnervrijstelling nodig is.
Laat uw contract daarom opnieuw beoordelen bij grote veranderingen, zoals de geboorte van een kind of de aankoop van een andere woning.
Verblijvingsbeding en testament samen
Het beding en een testament vullen elkaar aan. Het beding regelt de gezamenlijke goederen en kan niet eenzijdig worden gewijzigd. Het testament regelt het privévermogen, kan de partner tot erfgenaam benoemen en kan bepalen wat er na het tweede overlijden gebeurt, bijvoorbeeld via een tweetrapsmaking. Zie ook het langstlevende testament.
De twee moeten wel op elkaar zijn afgestemd. Is de langstlevende tevens enig erfgenaam, dan vallen het recht op levering en de plicht tot levering in één persoon samen, en kan het beding zijn werking verliezen. Notarissen nemen daarom vaak op dat het beding niet werkt zodra de partners fiscaal partner zijn en de langstlevende via het testament erft. Wijzigt één van u later het testament, dan blijft het beding gewoon gelden.
Een voorbeeld met de woning
Stel: een vrouw en een man wonen negen jaar samen en hebben een notarieel samenlevingscontract met zorgverplichting en een verblijvingsbeding zonder vergoeding. Hun woning staat op beider naam en heeft een waarde van 520.000 euro. De hypotheek bedraagt 240.000 euro. De man heeft twee kinderen uit een eerder huwelijk en 60.000 euro spaargeld op een eigen rekening. Een testament heeft hij niet.
De man overlijdt. Via het beding verkrijgt de vrouw zijn helft van de woning, 260.000 euro, en neemt zij zijn helft van de hypotheek over, 120.000 euro. Per saldo verkrijgt zij 140.000 euro. Als fiscaal partner blijft zij ruim binnen de partnervrijstelling en betaalt zij geen erfbelasting.
Het spaargeld gaat naar zijn twee kinderen, ieder 30.000 euro. Na hun vrijstelling van 26.230 euro betalen zij ieder 10 procent over 3.770 euro, dus 377 euro. Bij hun legitieme portie telt ook de verbleven woninghelft mee. Vereenvoudigd komt de legitieme massa uit op 200.000 euro en de legitieme portie op 50.000 euro per kind. Met 30.000 euro komen zij ieder 20.000 euro tekort, en dat kunnen zij op zijn partner verhalen.
Zijn partner woont dus in het huis, maar kan samen 40.000 euro verschuldigd zijn. Met een testament op grond van art. 4:82 BW was dat pas na haar overlijden opeisbaar geweest. De exacte uitkomst hangt af van schulden en eerdere schenkingen; zie de legitieme portie berekenen.
Voorbeeld uit dit artikel
Waarom de partner de twee kinderen samen 40.000 euro verschuldigd kan zijn
- Legitieme massa, vereenvoudigd, met de verbleven woninghelft200.000 euro
- Legitieme portie voor ieder van de twee kinderen50.000 euro
- Af: wat ieder kind uit het spaargeld erft− 30.000 euro
- Tekort per kind, te verhalen op de partner20.000 euro
Wat er gebeurt als u uit elkaar gaat
Het verblijvingsbeding werkt alleen bij overlijden. Gaat de relatie op een andere manier ten einde, dan worden de gezamenlijke goederen verdeeld volgens wat het contract daarover zegt, en anders volgens de gewone regels voor gemeenschappelijk eigendom. Vaak bevat het contract een recht om de woning tegen de waarde over te nemen.
Leg bij een breuk schriftelijk vast dat het samenlevingscontract is beëindigd en hoe de goederen zijn verdeeld. Pas ook uw testament aan als uw ex-partner daarin staat, en controleer de begunstiging van een overlijdensrisicoverzekering.
Veelgestelde vragen over het verblijvingsbeding
Is een verblijvingsbeding hetzelfde als een testament?
Nee. Het beding is een overeenkomst die alleen de gezamenlijke goederen regelt en niet eenzijdig kan worden gewijzigd. Een testament regelt de hele nalatenschap, inclusief het privévermogen.
Moet ik erfbelasting betalen bij een verblijvingsbeding?
Als u fiscaal partner bent, wordt de verkrijging belast als erfenis, met de partnervrijstelling van 828.035 euro. Bent u nog geen fiscaal partner, dan valt de verkrijging via het beding buiten de erfbelasting.
Geldt een verblijvingsbeding ook voor het spaargeld van mijn partner?
Alleen als het op een gezamenlijke rekening staat. Wat alleen op naam van uw partner staat, gaat naar diens erfgenamen, tenzij een testament iets anders bepaalt.
Kunnen de kinderen van mijn partner het beding aanvechten?
Zij kunnen het beding niet ongedaan maken, maar wel hun legitieme portie inroepen als die niet uit de nalatenschap kan worden voldaan. Zie de legitieme portie.
Is een zelfgeschreven samenlevingscontract met verblijvingsbeding geldig?
Dat staat niet vast, omdat voor een gift die pas na overlijden wordt uitgevoerd een notariële akte is vereist. Bovendien telt een onderhands contract niet mee voor de partnervrijstelling na zes maanden.
Wat gebeurt er met het verblijvingsbeding als wij uit elkaar gaan?
Het beding werkt alleen bij overlijden. Bij een breuk worden de gezamenlijke goederen verdeeld volgens het contract of de wet, en is het verstandig het contract schriftelijk te beëindigen.
Zekerheid voor de partner die achterblijft
Een verblijvingsbeding is voor veel samenwoners de basis onder hun woonzekerheid, maar het regelt alleen wat u samen bezit en werkt voor kinderen en erfbelasting anders uit dan vaak wordt verwacht.
Bekijk het contract en het testament daarom als één geheel, en opnieuw als uw situatie verandert. Meer over de samenhang tussen relatievorm en erfrecht leest u in erfenis en huwelijk uitgelegd.
Van Zinnicq Bergmann staat sinds 1870 naast cliënten in Noord-Brabant en daarbuiten. Heeft u na het overlijden van uw partner vragen over de uitvoering van het verblijvingsbeding, of maken de erfgenamen aanspraak op de woning, neemt u dan gerust telefonisch contact met ons op.
Wetgeving en rechtspraak veranderen. Dit artikel geeft algemene informatie en is geen juridisch advies. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend.
Wat cliënten over ons kantoor zeggen
uit 43 beoordelingen op Klantenvertellen
Ze schakelt snel, communiceert helder en heeft oog voor zowel de juridische als de menselijke kant van de zaak.
Jeroen, HedelHanneke van Haarlem, arbeidsrecht2026 via Klantenvertellen
Hij is deskundig, betrokken en werkt heel zorgvuldig. De communicatie verliep prettig en duidelijk, wat mij veel rust en vertrouwen gaf.
Sophie v G., ArnhemJean van Zinnicq Bergmann, erfrecht2026 via Klantenvertellen
Ik werd bij elke stap geholpen, werd voortdurend op de hoogte gehouden en werd hartelijk behandeld.
Olha Safarova, 's-HertogenboschHanneke van Haarlem, arbeidsrecht2026 via Klantenvertellen
Na maanden van op en neer mailen en bellen zijn we er dankzij de deskundigheid van Hanneke toch samen uitgekomen.
Edwin, UdenHanneke van Haarlem, arbeidsrecht2026 via Klantenvertellen
Ze vertelt alles heel rustig en kalm. Je weet meteen waar je aan toe bent en je kunt zien dat ze heel ervaren is.
Michael Oosterwaal, VlijmenHanneke van Haarlem2026 via Klantenvertellen
Zeer toegankelijk en laagdrempelig in de communicatie, evenals doortastend en meelevend.
René, BestHanneke van Haarlem2025 via Klantenvertellen
Krachtig, snel en kundig. Alissa heeft direct de onzekerheden weggenomen.
Anoniem, 's-HertogenboschAlissa van der Voet2025 via Klantenvertellen
Het kantoor hanteert een heldere en prettige manier van communiceren en men komt snel ter zake.
Marco, RosmalenArbeidsrecht2024 via Klantenvertellen
Cliënten krijgen na afloop van hun zaak een uitnodiging van Klantenvertellen om hun ervaring te delen.
Leg uw kwestie vrijblijvend voor
Beschrijf in het kort waar uw vraag over gaat. Een van onze advocaten neemt contact met u op om te bespreken wat mogelijk is.