Van alle vrijstellingen in de erfbelasting is die voor de partner veruit de hoogste. Zij bedraagt 828.035 euro, en dat betekent dat er in veel nalatenschappen aan de kant van de langstlevende helemaal niets te betalen valt. Toch krijgen wij hierover regelmatig vragen, en dat komt door één regel die de meeste mensen niet kennen: de vrijstelling wordt verlaagd met de helft van de waarde van een nabestaandenpensioen.
Die verrekening heet imputatie. Zij kan de vrijstelling flink verkleinen, vooral bij een partner met een goed pensioen uit een lang dienstverband. Er geldt wel een bodem, zodat er altijd een aanzienlijk bedrag belastingvrij blijft.
Daarnaast speelt de vraag wie überhaupt als partner geldt. Voor gehuwden en geregistreerd partners is dat vanzelfsprekend, voor samenwoners niet. Juist daar gaat het in de praktijk vaak mis, met een verschil dat kan oplopen tot honderdduizenden euro’s.
⚖️ In het kort
- De partnervrijstelling bedraagt 828.035 euro.
- De helft van de waarde van een nabestaandenpensioen wordt van die vrijstelling afgetrokken.
- Er blijft altijd een minimumvrijstelling van 213.915 euro over, hoe hoog het pensioen ook is.
- Gehuwden en geregistreerd partners zijn automatisch partner voor de erfbelasting.
- Samenwoners zijn dat alleen bij een notarieel samenlevingscontract met zorgverplichting, of na langdurig onafgebroken samenwonen.
- Boven de vrijstelling geldt 10 procent tot 158.669 euro en 20 procent daarboven.
Wie is partner voor de erfbelasting?
Gehuwden en geregistreerd partners zijn het automatisch, zolang zij niet duurzaam gescheiden leven of in scheiding liggen. Voor samenwoners gelden aanvullende eisen. Zij moeten beiden meerderjarig zijn, op hetzelfde adres in de basisregistratie staan ingeschreven, en een notarieel samenlevingscontract hebben met een wederzijdse zorgverplichting.
Ook aan de duur worden voorwaarden gesteld. Met een notarieel samenlevingscontract geldt een kortere periode van samenwonen dan zonder. Zonder contract is een langdurige, onafgebroken samenwoning vereist voordat het partnerschap voor de erfbelasting ontstaat.
Bloedverwanten in de rechte lijn kunnen geen partner van elkaar zijn. Een vader en een inwonende dochter vallen dus nooit onder de partnerregeling, hoe lang zij ook samen een huishouden voeren. Voor broers en zussen die samenwonen ligt dat anders, zij kunnen onder voorwaarden wel als partner worden aangemerkt. Zie erfbelasting voor broer of zus.
Hoe de imputatie werkt
Een nabestaandenpensioen wordt zelf niet belast met erfbelasting. Zonder correctie zou een partner met een royaal pensioen daardoor dubbel voordeel hebben: een onbelaste uitkering én de volledige vrijstelling. De wetgever heeft dat opgelost door de helft van de waarde van dat pensioen van de vrijstelling af te trekken.
De rekenwijze is als volgt. Eerst wordt de waarde van het nabestaandenpensioen bepaald. Daarvan wordt de helft genomen. Dat bedrag gaat van de vrijstelling van 828.035 euro af. Wat overblijft, is de vrijstelling waarmee wordt gerekend.
Een voorbeeld. De waarde van het nabestaandenpensioen bedraagt 300.000 euro. De helft daarvan is 150.000 euro. De vrijstelling wordt dan 678.035 euro. Erft de partner 500.000 euro, dan blijft dat onder de vrijstelling en is er geen erfbelasting verschuldigd.
Een tweede voorbeeld. De waarde van het nabestaandenpensioen bedraagt 1,4 miljoen euro. De helft daarvan is 700.000 euro. Op papier zou de vrijstelling dan 128.035 euro bedragen, maar door de bodem blijft zij op 213.915 euro staan. Lager wordt zij nooit.
Rekenvoorbeeld uit dit artikel
Zo werkt de imputatie van het pensioen
Uitgangspunt: het nabestaandenpensioen van de langstlevende heeft een waarde van 300.000 euro.
- De vrijstelling voor een partner828.035 euro
- Af: de helft van de waarde van het nabestaandenpensioen150.000 euro
- De vrijstelling waarmee wordt gerekend678.035 euro
Gratis nieuwsbrief
Juridische tips in uw mailbox
Wij sturen regelmatig een korte nieuwsbrief met praktische juridische tips over arbeidsrecht, huurrecht en erfrecht. U laat alleen uw naam en e-mailadres achter.
De bodem van 213.915 euro
Die minimumvrijstelling is een belangrijke geruststelling. Hoe hoog het nabestaandenpensioen ook is, de langstlevende houdt altijd ruim twee ton belastingvrije ruimte. Voor de meeste nalatenschappen waarin de woning al aan de langstlevende toekomt en er verder spaargeld is, betekent dit dat er alsnog niets of weinig te betalen valt.
Wel is het verstandig om de waarde van het pensioen te laten vaststellen voordat de aangifte wordt gedaan. Die waarde volgt niet uit het maandbedrag alleen, maar uit een berekening waarin de leeftijd van de partner en de verwachte duur van de uitkering meewegen. Het pensioenfonds of de verzekeraar levert die opgave.
Wat de partner erft bij de wettelijke verdeling
Is er geen testament en zijn er kinderen, dan geldt de wettelijke verdeling. De langstlevende krijgt alle goederen en neemt de schulden voor zijn of haar rekening. De kinderen krijgen een vordering die pas na het tweede overlijden opeisbaar is.
Voor de erfbelasting wordt de langstlevende belast over wat hij of zij verkrijgt, verminderd met de waarde van die vorderingen. In veel gevallen blijft dat ruim onder de vrijstelling. De kinderen worden belast over hun vordering, ook al hebben zij nog niets in handen. De langstlevende schiet die belasting voor en dat bedrag wordt verrekend met de vordering van de kinderen. Zie erfbelasting over het kindsdeel.
Dat voorschieten is het punt waar het knelt. De partner betaalt zelf misschien niets, maar moet wel de aanslagen van de kinderen voldoen. Bij een nalatenschap die vooral uit een woning bestaat, kan dat voor een liquiditeitsprobleem zorgen.
Samenwonen zonder samenlevingscontract
Dit is de situatie waarin de gevolgen het grootst zijn. Twee mensen wonen jarenlang samen, delen alles, maar hebben nooit iets bij de notaris laten vastleggen. Overlijdt een van beiden, dan is de ander geen erfgenaam volgens de wet en mogelijk ook geen partner voor de erfbelasting.
Zonder testament erft de langstlevende dan niets. Staat er wel een testament, dan erft hij of zij wel, maar mogelijk tegen een vrijstelling van 2.769 euro en een tarief van 30 en 40 procent. Van een nalatenschap van 400.000 euro blijft dan aanzienlijk minder over dan verwacht.
Wie samenwoont, doet er daarom goed aan twee dingen te regelen: een notarieel samenlevingscontract met een zorgverplichting, en een testament. Het eerste regelt de fiscale positie, het tweede het erfrecht zelf. Zie ook erven zonder testament.
De aangifte van de langstlevende
Ook wanneer er niets te betalen valt, is de aangifte belangrijk. Zij legt namelijk vast wat er in de nalatenschap zat en hoe groot de vorderingen van de kinderen zijn geworden.
Die vaststelling gaat jaren mee. Bij het tweede overlijden wordt de vordering van elk kind van de nalatenschap afgetrokken, en dan moet blijken hoe hoog zij was. Ontbreekt de aangifte of is zij onvolledig, dan begint de discussie op dat moment bij nul.
Vraag daarom bij de aangifte om een opgave van de waarde van het nabestaandenpensioen, ook al blijft u ruim onder de vrijstelling. Die waarde bepaalt namelijk de imputatie, en het is prettig om de berekening in het dossier te hebben.
Leg daarnaast vast welk rentepercentage er over de vorderingen van de kinderen geldt en vanaf welke datum dat loopt. Dat is bij veel testamenten een keuze die binnen de aangiftetermijn moet worden gemaakt en die achteraf niet meer te herstellen is. Zie aangifte erfbelasting.
Het opvullegaat en andere testamentvormen
Bij een grote nalatenschap kan het aantrekkelijk zijn om de vrijstelling van de kinderen alvast te benutten, zodat er bij het tweede overlijden minder te belasten valt. Dat kan met een testament waarin de vordering van de kinderen kan worden vergroot of verkleind, afhankelijk van wat op dat moment fiscaal het gunstigst is.
Andere vormen leggen het accent juist op de zekerheid van de langstlevende, bijvoorbeeld door een vruchtgebruik toe te kennen. Welke vorm past, hangt af van de omvang van het vermogen, de leeftijd van de langstlevende en de verhoudingen met de kinderen.
Wat in alle gevallen geldt: zo’n keuze is maatwerk en moet passen bij de familie. Een fiscaal optimaal testament dat spanning veroorzaakt tussen de langstlevende en de kinderen, is per saldo geen goed testament.
Wat de langstlevende het eerst regelt
In de eerste maanden na een overlijden is de fiscale kant zelden de eerste zorg, en dat hoeft ook niet. Toch zijn er een paar dingen die beter vroeg gebeuren dan laat.
Vraag bij het pensioenfonds of de verzekeraar een opgave van het nabestaandenpensioen, inclusief de waarde van de aanspraak. Die waarde bepaalt de imputatie en is bij de aangifte nodig.
Regel de toegang tot de bankrekeningen. Meestal is daar een verklaring van erfrecht voor nodig, al maken sommige banken bij een langstlevende partner zonder kinderen uit een eerdere relatie een uitzondering.
Breng in kaart wat er in de nalatenschap zit, ook wanneer u verwacht dat er niets te betalen valt. De aangifte legt namelijk vast hoe groot de vorderingen van de kinderen zijn, en dat document heeft u bij het tweede overlijden nodig.
Kijk ten slotte naar uw eigen testament. Na een overlijden verandert uw situatie, en een testament dat is opgesteld toen uw partner nog leefde, klopt vaak niet meer. Zie testament opstellen.
Drie rekenvoorbeelden
De imputatie laat zich het best zien aan de hand van cijfers. In alle drie de gevallen erft de langstlevende 600.000 euro.
Zonder nabestaandenpensioen. De vrijstelling blijft 828.035 euro. De verkrijging van 600.000 euro blijft daaronder, dus er is geen erfbelasting verschuldigd.
Met een nabestaandenpensioen van 300.000 euro. De helft daarvan, 150.000 euro, gaat van de vrijstelling af. Die wordt 678.035 euro. De verkrijging van 600.000 euro blijft nog steeds daaronder, dus opnieuw niets verschuldigd.
Met een nabestaandenpensioen van 1,4 miljoen euro. De helft is 700.000 euro. Op papier zou de vrijstelling uitkomen op 128.035 euro, maar door de bodem blijft zij 213.915 euro. Van de verkrijging van 600.000 euro is dan 386.085 euro belast. Daarvan valt 158.669 euro in de eerste schijf tegen 10 procent, dat is 15.866,90 euro, en 227.416 euro in de tweede schijf tegen 20 procent, dat is 45.483,20 euro. Samen ruim 61.300 euro.
Het derde geval komt vooral voor bij een partner van een werknemer met een lang dienstverband en een goed pensioen, of bij een directeur-grootaandeelhouder met een eigen pensioenvoorziening. Juist daar loont het om de waarde van het pensioen vroeg op te vragen, zodat de uitkomst geen verrassing is.
Wanneer de langstlevende toch moet betalen
Er zijn drie situaties waarin er aan de kant van de partner wel degelijk een aanslag komt.
De eerste is een groot vermogen in combinatie met een fors pensioen, zoals in het derde rekenvoorbeeld. De tweede is een partnerschap dat fiscaal niet wordt erkend, meestal bij samenwoners zonder notarieel samenlevingscontract. Dan geldt niet de partnervrijstelling maar die van 2.769 euro, met een tarief van 30 en 40 procent.
De derde is minder bekend: de langstlevende die de aanslagen van de kinderen voorschiet. Zelf betaalt hij of zij misschien niets, maar er moet wel geld op tafel komen. Bij een nalatenschap die vooral uit een woning bestaat, is dat een reëel liquiditeitsprobleem. Vraag in dat geval tijdig uitstel van betaling of tref een regeling. Zie uitstel van betaling erfbelasting.
Welke pensioenaanspraken worden meegeteld?
Niet elke uitkering telt mee voor de imputatie. Het gaat om aanspraken die voortkomen uit een pensioenregeling of een lijfrente en die tot uitkering komen door het overlijden. Een nabestaandenpensioen uit het dienstverband van de overledene is het duidelijkste voorbeeld.
Een gewone levensverzekering ligt anders. Die kan juist zelf belast zijn als verkrijging, in plaats van te worden geïmputeerd. Of dat zo is, hangt af van wie de premie heeft betaald en van de begunstiging. Bij een polis die volledig uit het eigen vermogen van de begunstigde is betaald, kan de uitkering buiten de heffing blijven.
Ook een oudedagsverplichting uit een eigen vennootschap kan een rol spelen. Dat is specialistische materie waarbij de waardering afhangt van de leeftijd van de nabestaande en van de voorwaarden van de regeling. Vraag bij het pensioenfonds, de verzekeraar of de accountant om een opgave van de waarde, en neem die op in de aangifte. Zie aangifte erfbelasting.
De woning en de langstlevende
In de meeste nalatenschappen is de woning het grootste bestanddeel. Bij de wettelijke verdeling gaat die naar de langstlevende, die er dus gewoon kan blijven wonen. Dat is precies wat de wetgever heeft beoogd.
Staat er een testament met een vruchtgebruikconstructie, dan verkrijgt de langstlevende het gebruik en de kinderen de blote eigendom. Voor de erfbelasting worden beide delen gewaardeerd, waarbij de waarde van het vruchtgebruik afhangt van de leeftijd van de langstlevende. Hoe jonger, hoe hoger die waarde en hoe meer er aan zijn of haar kant wordt belast, al blijft dat door de hoge vrijstelling meestal zonder gevolgen.
Belangrijker dan de fiscale kant is de zekerheid. Kan de langstlevende de woning aanhouden, ook wanneer de aanslagen van de kinderen moeten worden voorgeschoten? Bij een woning zonder hypotheek en zonder spaargeld is dat een reële vraag. Zie de woning in de erfenis.
Als de relatie was verbroken
Het partnerschap voor de erfbelasting eindigt niet vanzelf op het moment dat mensen uit elkaar gaan. Bij gehuwden loopt het door tot de echtscheiding is ingeschreven, tenzij er sprake is van duurzaam gescheiden leven.
Bij samenwoners eindigt het zodra niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan, bijvoorbeeld door uitschrijving op het gezamenlijke adres. Een oud samenlevingscontract dat nooit is opgezegd, is op zichzelf niet genoeg.
Dit is een punt om na te lopen bij een testament dat jaren geleden is opgesteld. Staat de ex-partner daar nog in en is het partnerschap fiscaal geëindigd, dan verkrijgt hij of zij tegen 30 en 40 procent. Dat is zelden de bedoeling geweest. Zie testament.
Wat samenwoners moeten regelen
Voor samenwoners hangt alles af van twee documenten, en het ontbreken daarvan is bij deze groep veruit de duurste omissie in het hele erfrecht.
Het eerste is het notariële samenlevingscontract met een wederzijdse zorgverplichting. Dat regelt de fiscale positie: met dat contract, plus inschrijving op hetzelfde adres en het voldoen aan de eis van de samenwoonduur, geldt de partnervrijstelling van 828.035 euro. Zonder dat contract valt de langstlevende terug op 2.769 euro en een tarief van 30 en 40 procent.
Het tweede is het testament. Dat regelt het erfrecht zelf. Zonder testament is een samenwonende partner namelijk helemaal geen erfgenaam. De wet kent hem of haar niets toe, hoe lang de relatie ook heeft geduurd. Het vermogen gaat dan naar de ouders, broers en zussen van de overledene.
Die twee documenten zijn niet uitwisselbaar. Een testament zonder samenlevingscontract levert een erfgenaam op die tegen 30 procent wordt belast. Een samenlevingscontract zonder testament levert een gunstige tariefgroep op voor iemand die niets erft.
Wij zien deze situatie regelmatig, en meestal pas op het moment dat er niets meer aan te doen is. Bij een woning van vier ton en een langstlevende zonder erfrecht is het verschil met een goed geregelde situatie het hele huis. Zie erven zonder testament.
De langstlevende in een samengesteld gezin
Zijn er kinderen uit een eerdere relatie, dan wordt de positie van de langstlevende ingewikkelder. Die kinderen zijn erfgenaam van hun eigen ouder en hebben een aanspraak, terwijl de langstlevende het huis en het vermogen nodig heeft om te blijven wonen.
Bij de wettelijke verdeling wordt dat opgelost doordat de kinderen een vordering krijgen die pas opeisbaar is na het overlijden van de langstlevende. Maar dat geldt alleen wanneer er sprake is van een huwelijk of geregistreerd partnerschap. Bij samenwoners geldt de wettelijke verdeling niet, ook niet met een samenlevingscontract.
Voor die situatie is een testament noodzakelijk, waarin bijvoorbeeld een vruchtgebruik van de woning aan de partner wordt toegekend en de blote eigendom aan de kinderen. Fiscaal wordt dat gesplitst en ieder deel apart gewaardeerd, waarbij de leeftijd van de partner de waarde van het vruchtgebruik bepaalt.
Wat hierbij telt is niet alleen de fiscale uitkomst maar ook de vraag of de partner en de kinderen jarenlang met elkaar verder kunnen. Een constructie waarin zij elkaar nodig hebben voor elke beslissing over het huis, werkt in de praktijk zelden goed. Zie erfrecht in samengestelde gezinnen.
Veelgestelde vragen over erfbelasting voor de partner
Betaal ik erfbelasting over het nabestaandenpensioen zelf?
Nee, de uitkering zelf is niet belast met erfbelasting. Wel wordt de helft van de waarde ervan van uw vrijstelling afgetrokken.
Geldt de partnervrijstelling ook bij een echtscheiding in gang?
Bent u duurzaam gescheiden gaan leven of loopt de scheiding, dan kan het partnerschap voor de erfbelasting zijn vervallen. Dat is een beoordeling per geval en het verschil is groot.
Wij hebben een samenlevingscontract, is dat genoeg?
Het contract moet notarieel zijn en een wederzijdse zorgverplichting bevatten. Ook moet u op hetzelfde adres staan ingeschreven en aan de eis van de samenwoonduur voldoen.
Wat als ik zowel een erfdeel als een lijfrente-uitkering krijg?
Ook lijfrente-aanspraken kunnen op de vrijstelling worden geïmputeerd. Laat dat nakijken, want de rekenwijze verschilt per soort aanspraak.
Moet ik aangifte doen als ik onder de partnervrijstelling blijf?
Krijgt u een uitnodiging, dan wel. Ook zonder verschuldigde belasting wordt de aangifte gebruikt om de omvang van de nalatenschap en de vorderingen van de kinderen vast te leggen.
Is de partnervrijstelling ook van toepassing op mijn eigen kinderen?
Nee. Kinderen hebben een eigen vrijstelling van 26.230 euro. Zie de vrijstelling erfbelasting.
Zekerheid voor wie achterblijft
Voor de meeste partners valt de erfbelasting mee, en dat is precies de bedoeling van de wetgever geweest. De hoge vrijstelling moet voorkomen dat een langstlevende na een overlijden ook nog met een aanslag wordt geconfronteerd.
De aandachtspunten zitten aan de randen: bij samenwoners zonder notarieel contract, bij een fors nabestaandenpensioen en bij een nalatenschap waarin de langstlevende de aanslagen van de kinderen moet voorschieten. Dat zijn punten die zich bij leven laten regelen en die achteraf veel moeilijker te herstellen zijn.
Van Zinnicq Bergmann staat sinds 1870 naast cliënten in Noord-Brabant en daarbuiten. Wilt u weten hoe uw partner er straks voor staat, of heeft u na een overlijden een aanslag ontvangen die u niet had verwacht, neemt u dan gerust telefonisch contact met ons op. Wij denken graag met u mee.
Wetgeving en rechtspraak veranderen. Dit artikel geeft algemene informatie en is geen juridisch advies. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend.
Wat cliënten over ons kantoor zeggen
uit 43 beoordelingen op Klantenvertellen
Ze schakelt snel, communiceert helder en heeft oog voor zowel de juridische als de menselijke kant van de zaak.
Jeroen, HedelHanneke van Haarlem, arbeidsrecht2026 via Klantenvertellen
Hij is deskundig, betrokken en werkt heel zorgvuldig. De communicatie verliep prettig en duidelijk, wat mij veel rust en vertrouwen gaf.
Sophie v G., ArnhemJean van Zinnicq Bergmann, erfrecht2026 via Klantenvertellen
Ik werd bij elke stap geholpen, werd voortdurend op de hoogte gehouden en werd hartelijk behandeld.
Olha Safarova, 's-HertogenboschHanneke van Haarlem, arbeidsrecht2026 via Klantenvertellen
Na maanden van op en neer mailen en bellen zijn we er dankzij de deskundigheid van Hanneke toch samen uitgekomen.
Edwin, UdenHanneke van Haarlem, arbeidsrecht2026 via Klantenvertellen
Ze vertelt alles heel rustig en kalm. Je weet meteen waar je aan toe bent en je kunt zien dat ze heel ervaren is.
Michael Oosterwaal, VlijmenHanneke van Haarlem2026 via Klantenvertellen
Zeer toegankelijk en laagdrempelig in de communicatie, evenals doortastend en meelevend.
René, BestHanneke van Haarlem2025 via Klantenvertellen
Krachtig, snel en kundig. Alissa heeft direct de onzekerheden weggenomen.
Anoniem, 's-HertogenboschAlissa van der Voet2025 via Klantenvertellen
Het kantoor hanteert een heldere en prettige manier van communiceren en men komt snel ter zake.
Marco, RosmalenArbeidsrecht2024 via Klantenvertellen
Cliënten krijgen na afloop van hun zaak een uitnodiging van Klantenvertellen om hun ervaring te delen.
Leg uw kwestie vrijblijvend voor
Beschrijf in het kort waar uw vraag over gaat. Een van onze advocaten neemt contact met u op om te bespreken wat mogelijk is.