Na het overlijden van een vader of moeder hoort u het woord vaak voor het eerst: vruchtgebruik. De langstlevende blijft in het huis wonen en leeft van de opbrengst van het vermogen, terwijl de kinderen eigenaar worden van iets wat zij voorlopig niet kunnen gebruiken. Voor de een is dat logisch, voor de ander voelt het als een erfenis die er wel is maar niet te zien is.
Vruchtgebruik verdeelt een goed in twee lagen: het gebruik en de opbrengst aan de ene kant, de eigendom aan de andere kant. Wie welke laag heeft, bepaalt wie er mag wonen, wie het onderhoud betaalt, wie erfbelasting verschuldigd is en wat er gebeurt als de langstlevende overlijdt.
Hieronder leest u hoe vruchtgebruik in de erfenis ontstaat, welke rechten en plichten beide partijen hebben, hoe de Belastingdienst het waardeert en waar het in de praktijk misgaat.
⚖️ In het kort
- Vruchtgebruik is het recht om goederen van een ander te gebruiken en de opbrengst ervan te genieten. De eigendom ligt bij de bloot eigenaar.
- In de erfenis ontstaat vruchtgebruik via een testament of via de wettelijke rechten van een onterfde echtgenoot of geregistreerd partner.
- De vruchtgebruiker draagt de gewone lasten en het gewone onderhoud. Buitengewone herstellingen horen bij de bloot eigenaar, die daartoe niet verplicht is.
- Bloot eigenaren worden beschermd door een boedelbeschrijving en soms door zekerheid. Met een interingsbevoegdheid mag de vruchtgebruiker het vermogen zelf aanspreken.
- Voor de erfbelasting is het vruchtgebruik 6 procent van de waarde maal een leeftijdsfactor. De bloot eigenaren betalen over het verschil.
- Bij het overlijden van de vruchtgebruiker krijgen de bloot eigenaren de volle eigendom, zonder nieuwe erfbelasting over dat deel.
Wat vruchtgebruik en bloot eigendom zijn
Vruchtgebruik is een beperkt recht op een goed dat aan een ander toebehoort. De vruchtgebruiker mag het goed gebruiken en de vruchten ervan genieten: hij mag in de woning wonen of haar verhuren, en hij ontvangt de rente over spaargeld en het dividend van beleggingen. Het goed zelf blijft van een ander.
Die ander heet de bloot eigenaar, in de wet de hoofdgerechtigde. Zijn eigendom is als het ware leeg zolang het vruchtgebruik loopt: hij kan er niet in wonen en ontvangt de opbrengst niet. Hij heeft het vooruitzicht op de volle eigendom zodra het vruchtgebruik eindigt.
De vruchtgebruiker beheert en gebruikt, de bloot eigenaar beslist mee over alles wat de eigendom zelf raakt, zoals verkoop of een hypotheek.
Hoe vruchtgebruik in de erfenis ontstaat
Vruchtgebruik ontstaat niet vanzelf bij elk overlijden. De meest voorkomende route is het testament. De erflater benoemt bijvoorbeeld zijn kinderen tot erfgenaam en geeft zijn echtgenote een legaat van vruchtgebruik op de hele nalatenschap of op de woning. Dit heet vaak een vruchtgebruiktestament. Meer over legaten leest u bij legaat en codicil.
De tweede route zijn de wettelijke vruchtgebruiksrechten van een langstlevende echtgenoot of geregistreerd partner die is onterfd of de woning niet krijgt. De derde route loopt via de wilsrechten van kinderen: eisen kinderen bij de wettelijke verdeling goederen op, bijvoorbeeld omdat de langstlevende hertrouwt, dan kan die zich op die goederen een vruchtgebruik voorbehouden.
Gratis nieuwsbrief
Juridische tips in uw mailbox
Wij sturen regelmatig een korte nieuwsbrief met praktische juridische tips over arbeidsrecht, huurrecht en erfrecht. U laat alleen uw naam en e-mailadres achter.
De wettelijke vruchtgebruiksrechten van een onterfde partner
De termijnen op een rij
Tot wanneer een onterfde partner vruchtgebruik kan verlangen
Een onterfde echtgenoot of geregistreerd partner staat niet met lege handen. Op grond van artikel 4:29 BW kan hij vruchtgebruik verlangen van de woning en de inboedel. Artikel 4:30 BW gaat verder: ook op andere goederen van de nalatenschap kan vruchtgebruik worden verlangd, voor zover de partner dat voor zijn verzorging nodig heeft.
Daaraan zijn termijnen verbonden. Volgens artikel 4:31 BW moet de partner binnen een redelijke termijn die een belanghebbende hem stelt, en uiterlijk zes maanden (woning en inboedel) of een jaar (overige goederen) na het overlijden, verklaren dat hij aanspraak maakt op vruchtgebruik. De rechtsvordering verjaart na een jaar en drie maanden. Zolang de aanspraak kan worden ingeroepen, mogen de erfgenamen niet zomaar over de woning beschikken.
Ongehuwd samenwonenden hebben deze rechten niet. Zij kunnen alleen zes maanden in de woning blijven wonen. Uitgebreider leest u hierover bij onterving van uw partner.
Vruchtgebruik van de woning
Meestal draait het bij vruchtgebruik om het huis. De langstlevende wil blijven wonen waar hij of zij altijd heeft gewoond, en vruchtgebruik maakt dat mogelijk zonder dat de kinderen hun eigendom kwijt zijn. Was de woning van beide ouders, dan gaat het vruchtgebruik doorgaans alleen over de helft die tot de nalatenschap behoort.
De vruchtgebruiker mag in de woning wonen en haar ook verhuren, tenzij het testament iets anders zegt. Verkopen kan hij niet alleen: daarvoor is de medewerking van de bloot eigenaren nodig. Wordt de woning met instemming van iedereen verkocht, dan komt het vruchtgebruik in de regel op de opbrengst te rusten. Een vruchtgebruik voor de partner kan ook botsen met een kind dat zijn legitieme portie wil verhalen, zie de legitieme portie en de woning.
Bij een verhuizing naar een verpleeghuis blijft het vruchtgebruik bestaan. Rust er een hypotheek op het huis, zie dan huis erven met hypotheek.
De interingsbevoegdheid
Een gewone vruchtgebruiker mag de opbrengst gebruiken, niet het vermogen zelf. Dat knelt als de opbrengst niet genoeg is om van te leven. Daarom kent artikel 3:215 BW de interingsbevoegdheid: de bevoegdheid om goederen geheel of gedeeltelijk te vervreemden en te verteren.
Die bevoegdheid wordt meestal in het testament gegeven, onvoorwaardelijk of gekoppeld aan de behoefte van de langstlevende. Ook kan worden bepaald dat voor verkoop toestemming van een of meer personen nodig is, zoals een executeur of een van de kinderen. Wat de langstlevende met een interingsbevoegdheid heeft opgemaakt, is in beginsel weg: de bloot eigenaren ontvangen bij het einde wat er nog over is.
Bij de wettelijke vruchtgebruiksrechten van een onterfde partner ligt dat anders. Daar kan de kantonrechter op verzoek een interingsbevoegdheid toekennen als de verzorging van de partner dat nodig maakt. Verkoopt de partner dan een goed, dan krijgen de bloot eigenaren een vordering ter grootte van de waarde op dat moment.
Wie welke kosten en welk onderhoud draagt
De hoofdregel staat in artikel 3:220 BW: gewone lasten en gewone herstellingen zijn voor de vruchtgebruiker. Denk aan dagelijks onderhoud, schilderwerk, kleine reparaties, de verzekering en de gemeentelijke belastingen. Bij een woning met een hypotheek is het gebruikelijk dat de vruchtgebruiker de rente betaalt en de aflossing voor rekening van de bloot eigenaren komt, maar het testament kan dat anders regelen.
Buitengewone herstellingen, zoals een nieuw dak of funderingsherstel, horen bij de eigendom. De vruchtgebruiker moet de bloot eigenaar laten weten dat zo’n herstelling nodig is en hem de gelegenheid geven die uit te voeren. Maar de wet zegt uitdrukkelijk dat de bloot eigenaar niet verplicht is tot enige herstelling.
Juist daar ontstaat spanning: het dak lekt en de kinderen willen of kunnen niet betalen. Wie het dan zelf laat doen, kan bij het einde van het vruchtgebruik niet zonder meer alles terugvragen. Spreek daarom vooraf af wie wat betaalt en hoe dat later wordt verrekend, en leg dat schriftelijk vast.
De bescherming van de bloot eigenaren
De bloot eigenaar is voor zijn toekomstige eigendom afhankelijk van de zorgvuldigheid van de vruchtgebruiker. De belangrijkste waarborg is de boedelbeschrijving: bij het begin wordt vastgelegd welke goederen onder het vruchtgebruik vallen. Dat gebeurt bij notariële akte, of onderhands als de bloot eigenaar erbij is. Zolang die beschrijving ontbreekt, mag de bloot eigenaar de afgifte van de goederen opschorten.
Daarnaast moet de vruchtgebruiker jaarlijks opgave doen van goederen die er niet meer zijn en wat ervoor in de plaats kwam, en moet hij in beginsel zekerheid stellen. Bij een vruchtgebruik van de langstlevende partner geldt voor beide vaak een vrijstelling, via het testament of rechtstreeks via de wet.
Schiet de vruchtgebruiker ernstig tekort, bijvoorbeeld door de woning te laten verloederen, dan kan de rechtbank op grond van artikel 3:221 BW het beheer aan de bloot eigenaar geven of het vruchtgebruik onder bewind stellen. De erflater kan ook zelf kiezen voor een testamentair bewind.
Erfbelasting bij vruchtgebruik
Bij een vruchtgebruiktestament verkrijgen twee partijen iets: de langstlevende het vruchtgebruik, de kinderen de bloot eigendom. Ieder betaalt over zijn eigen deel. De jaarlijkse opbrengst wordt gesteld op 6 procent van de volle waarde. Dat bedrag gaat maal een leeftijdsfactor. De bloot eigendom is de volle waarde min de waarde van het vruchtgebruik.
De Belastingdienst hanteert voor een vruchtgebruik dat eindigt bij het overlijden van één persoon onder meer factor 10 van 60 tot 65 jaar, 8 van 65 tot 70, 7 van 70 tot 75, 5 van 75 tot 80, 4 van 80 tot 85, 3 van 85 tot 90 en 2 vanaf 90 jaar. Hoe ouder de vruchtgebruiker, hoe hoger de bloot eigendom.
Voor de woning geldt de WOZ-waarde als uitgangspunt, zie de WOZ-waarde bij erfbelasting. De partner blijft met het vruchtgebruik doorgaans ruim binnen de vrijstelling van 828.035 euro, zie erfbelasting voor de partner. Voor de inkomstenbelasting wordt een erfrechtelijk vruchtgebruik in de regel volledig aan de vruchtgebruiker toegerekend, zodat de kinderen hun bloot eigendom niet in box 3 opgeven.
Een rekenvoorbeeld van begin tot eind
Rekenvoorbeeld uit dit artikel
Van een nalatenschap van 300.000 euro naar de erfbelasting per kind
- De nalatenschap: zijn helft van de woning, 225.000 euro, en 75.000 euro spaargeld300.000 euro
- Af: het vruchtgebruik van de moeder van 72 jaar, 18.000 euro per jaar maal factor 7− 126.000 euro
- De bloot eigendom van de twee kinderen174.000 euro
- De bloot eigendom per kind87.000 euro
- Af: de vrijstelling voor een kind− 26.230 euro
- Belast tegen 10 procent60.770 euro
- Erfbelasting per kind6.077 euro
Een vader overlijdt. Hij was in gemeenschap van goederen getrouwd met een vrouw van 72 jaar en zij hebben twee kinderen. In zijn testament zijn de kinderen erfgenaam en krijgt de moeder het vruchtgebruik van de hele nalatenschap. Die bestaat uit zijn helft van de woning, 225.000 euro naar WOZ-waarde, en 75.000 euro spaargeld: samen 300.000 euro.
De jaarlijkse opbrengst is 6 procent van 300.000 euro, dus 18.000 euro. Bij 72 jaar hoort factor 7, zodat het vruchtgebruik 126.000 euro waard is. Dat valt ver binnen de partnervrijstelling: de moeder betaalt niets. De bloot eigendom is 174.000 euro, voor ieder kind 87.000 euro. Na de vrijstelling van 26.230 euro betaalt ieder kind 10 procent over 60.770 euro, dus 6.077 euro.
Anders dan bij de wettelijke verdeling schiet de langstlevende die belasting niet volgens de wet voor, zie erfbelasting over het kindsdeel. Veel testamenten bepalen daarom dat de erfbelasting van de bloot eigenaren ten laste van de nalatenschap komt. Staat dat er niet in en betaalt de moeder toch, leg dat dan vast, want een betaling zonder afspraak kan als schenking worden gezien. De aangifte moet bij een overlijden vanaf 2026 binnen 20 maanden worden gedaan, zie de aangifte erfbelasting.
Jaren later overlijdt de moeder. Het vruchtgebruik eindigt en de kinderen worden volledig eigenaar van wat eronder viel, zonder opnieuw erfbelasting over dat deel. Haar eigen helft erven zij op de gewone manier, met opnieuw een eigen vrijstelling.
Wanneer het vruchtgebruik eindigt
Een vruchtgebruik eindigt in elk geval bij het overlijden van de vruchtgebruiker. Het kan ook eindigen door het verstrijken van een termijn, door afstand of door een voorwaarde uit het testament, bijvoorbeeld als de langstlevende hertrouwt of gaat samenwonen.
Bij de wettelijke vruchtgebruiksrechten kan de kantonrechter het vruchtgebruik op verzoek van een bloot eigenaar beëindigen of beperken. Dat kan als daarmee een zwaarwegend belang wordt gediend en het belang van de partner niet ernstig wordt geschaad, of als de partner het vruchtgebruik voor zijn verzorging niet nodig heeft.
Na het einde moeten de goederen worden teruggegeven in de staat waarin zij dan verkeren. De erfgenamen van de vruchtgebruiker moeten daaraan meewerken. Had de langstlevende inmiddels een nieuwe partner, dan is dat een bekend punt van spanning, zie erfrecht in samengestelde gezinnen.
Vruchtgebruik, tweetrapsmaking en de wettelijke verdeling
Bij de wettelijke verdeling is het precies omgekeerd aan vruchtgebruik: de langstlevende wordt eigenaar van alles en de kinderen krijgen een geldvordering. Een derde variant is de tweetrapsmaking. Daarbij wordt de langstlevende eigenaar, maar gaat wat er bij zijn of haar overlijden nog over is naar een vooraf aangewezen verkrijger, bijvoorbeeld kinderen uit een eerdere relatie. Vruchtgebruik splitst gebruik en eigendom, de tweetrapsmaking splitst de tijd.
Welke vorm past, hangt af van de gezinssituatie, de omvang van het vermogen en de vrijheid die de langstlevende nodig heeft. In een langstlevende testament worden die keuzes uitgewerkt. Twijfelt u tussen vruchtgebruik en een making over twee generaties, laat dan beide doorrekenen voordat het testament wordt vastgesteld.
Leg in een vruchtgebruiktestament in elk geval vast op welke goederen het vruchtgebruik rust, of er een interingsbevoegdheid is, wie de erfbelasting van de bloot eigenaren draagt en wat er gebeurt bij hertrouwen of opname in een zorginstelling. Denk ook aan de Wlz-clausule.
Conflicten tussen vruchtgebruiker en kinderen
Vruchtgebruik brengt twee generaties voor lange tijd in één juridische verhouding. Bij wrijving blijken de belangen ver uiteen te lopen: de langstlevende wil rust en vrijheid, de kinderen willen hun toekomstige eigendom beschermd zien.
De conflicten die wij het vaakst zien, gaan over onderhoud dat uitblijft, een woning die leeg staat na een verhuizing naar een zorginstelling, vermogen dat met een interingsbevoegdheid wordt opgemaakt en een nieuwe partner die in de woning komt wonen. Ook een ontbrekende boedelbeschrijving leidt bij het einde regelmatig tot discussie over wat er destijds aanwezig was.
Veel van die geschillen zijn te voorkomen met heldere afspraken aan het begin. Is het conflict er al, dan is overleg met een duidelijk beeld van ieders rechten de eerste stap. Lukt dat niet, dan kunnen de kantonrechter of de rechtbank worden ingeschakeld. Zie ook ruzie om een erfenis en de wilsrechten van kinderen.
Veelgestelde vragen over vruchtgebruik
Wat betekent vruchtgebruik bij een erfenis?
De vruchtgebruiker mag de goederen uit de erfenis gebruiken en de opbrengst ervan genieten, terwijl een ander, meestal de kinderen, eigenaar is. Bij het einde van het vruchtgebruik krijgen de bloot eigenaren de volle eigendom.
Mag de vruchtgebruiker het huis verkopen?
Niet zonder medewerking van de bloot eigenaren, omdat zij de eigendom moeten overdragen. Na een gezamenlijke verkoop rust het vruchtgebruik in de regel op de opbrengst.
Wie betaalt het onderhoud bij vruchtgebruik?
Gewone lasten en gewoon onderhoud zijn voor de vruchtgebruiker. Buitengewone herstellingen horen bij de bloot eigenaar, maar die is wettelijk niet verplicht ze uit te voeren.
Moet ik erfbelasting betalen over de bloot eigendom?
Ja, over de waarde van de bloot eigendom bij het overlijden, na aftrek van uw vrijstelling. Bij het einde van het vruchtgebruik betaalt u over dat deel niet opnieuw. Zie de vrijstelling erfbelasting.
Hoe bereken ik de waarde van vruchtgebruik?
Neem 6 procent van de volle waarde en vermenigvuldig dat met de leeftijdsfactor van de vruchtgebruiker uit de tabel van de Belastingdienst. De bloot eigendom is de volle waarde min dat bedrag.
Heeft een onterfde partner recht op vruchtgebruik?
Een echtgenoot of geregistreerd partner kan vruchtgebruik verlangen van de woning en inboedel en, voor zover nodig voor de verzorging, van andere goederen. Dat moet binnen de wettelijke termijnen gebeuren. Zie onterving van de partner.
Helderheid voor de langstlevende en de kinderen
Vruchtgebruik is een evenwicht tussen twee belangen die allebei gerechtvaardigd zijn: de langstlevende die in vertrouwde omstandigheden verder wil leven en de kinderen die erop willen kunnen rekenen dat hun erfdeel er later nog is. De wet en het testament geven de spelregels, maar het evenwicht moet in de praktijk worden bewaakt.
Dat begint bij een goede boedelbeschrijving, duidelijke afspraken over kosten en onderhoud en een juiste aangifte erfbelasting. Zo voorkomt u dat er jaren later discussie ontstaat over wat er was en wie wat betaalde.
Van Zinnicq Bergmann staat sinds 1870 naast cliënten in Noord-Brabant en daarbuiten. Heeft u te maken met een vruchtgebruik in de erfenis, als langstlevende of als kind, en wilt u weten welke rechten en plichten er voor u gelden, neemt u dan gerust telefonisch contact met ons op.
Wetgeving en rechtspraak veranderen. Dit artikel geeft algemene informatie en is geen juridisch advies. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend.
Wat cliënten over ons kantoor zeggen
uit 43 beoordelingen op Klantenvertellen
Ze schakelt snel, communiceert helder en heeft oog voor zowel de juridische als de menselijke kant van de zaak.
Jeroen, HedelHanneke van Haarlem, arbeidsrecht2026 via Klantenvertellen
Hij is deskundig, betrokken en werkt heel zorgvuldig. De communicatie verliep prettig en duidelijk, wat mij veel rust en vertrouwen gaf.
Sophie v G., ArnhemJean van Zinnicq Bergmann, erfrecht2026 via Klantenvertellen
Ik werd bij elke stap geholpen, werd voortdurend op de hoogte gehouden en werd hartelijk behandeld.
Olha Safarova, 's-HertogenboschHanneke van Haarlem, arbeidsrecht2026 via Klantenvertellen
Na maanden van op en neer mailen en bellen zijn we er dankzij de deskundigheid van Hanneke toch samen uitgekomen.
Edwin, UdenHanneke van Haarlem, arbeidsrecht2026 via Klantenvertellen
Ze vertelt alles heel rustig en kalm. Je weet meteen waar je aan toe bent en je kunt zien dat ze heel ervaren is.
Michael Oosterwaal, VlijmenHanneke van Haarlem2026 via Klantenvertellen
Zeer toegankelijk en laagdrempelig in de communicatie, evenals doortastend en meelevend.
René, BestHanneke van Haarlem2025 via Klantenvertellen
Krachtig, snel en kundig. Alissa heeft direct de onzekerheden weggenomen.
Anoniem, 's-HertogenboschAlissa van der Voet2025 via Klantenvertellen
Het kantoor hanteert een heldere en prettige manier van communiceren en men komt snel ter zake.
Marco, RosmalenArbeidsrecht2024 via Klantenvertellen
Cliënten krijgen na afloop van hun zaak een uitnodiging van Klantenvertellen om hun ervaring te delen.
Leg uw kwestie vrijblijvend voor
Beschrijf in het kort waar uw vraag over gaat. Een van onze advocaten neemt contact met u op om te bespreken wat mogelijk is.