Er is één situatie in de erfbelasting die bij veel mensen wrevel oproept: u erft van uw vader of moeder, maar u krijgt niets in handen, en toch is er belasting verschuldigd. Dat gebeurt bij de wettelijke verdeling, en het is geen fout of een strenge uitleg. Het volgt rechtstreeks uit de manier waarop de wet die verdeling heeft ingericht.
De langstlevende ouder krijgt alle goederen: de woning, het spaargeld, de inboedel. De kinderen krijgen een vordering op die ouder ter grootte van hun erfdeel, en die vordering is pas opeisbaar als ook de tweede ouder overlijdt. Voor de erfbelasting geldt die vordering echter meteen als een verkrijging.
Gelukkig heeft de wet daar een praktische oplossing voor. De kinderen hoeven de aanslag niet uit eigen zak te voldoen. Hieronder leest u precies hoe dat werkt, wat het betekent voor de langstlevende en waar u op moet letten.
⚖️ In het kort
- Bij de wettelijke verdeling zijn kinderen meteen belastingplichtig over hun kindsdeel, ook al is dat nog niet opeisbaar.
- De langstlevende schiet die erfbelasting voor.
- Het voorgeschoten bedrag wordt verrekend met de vordering van het kind, die daardoor kleiner wordt.
- De vordering wordt niet voor de volle nominale waarde belast maar contant gemaakt.
- Ieder kind heeft een eigen vrijstelling van 26.230 euro en een eigen aanslag.
- Bij een nalatenschap die vooral uit een woning bestaat, kan het voorschieten voor de langstlevende zwaar zijn.
Waarom u belasting betaalt over geld dat u niet krijgt
De erfbelasting knoopt aan bij het moment van overlijden en bij wat u op dat moment verkrijgt. Bij de wettelijke verdeling verkrijgt u als kind geen goederen maar een geldvordering op de langstlevende. Juridisch is dat een volwaardige verkrijging, ook al kunt u er voorlopig niets mee.
De wetgever heeft er bewust voor gekozen om die vordering meteen te belasten. Zou dat pas bij het tweede overlijden gebeuren, dan zou de heffing tientallen jaren kunnen worden uitgesteld en zouden vrijstellingen dubbel kunnen worden benut.
Wat de wet daar tegenover heeft gezet, is de regel dat de langstlevende de belasting van de kinderen voldoet. Zo hoeft er niemand geld te lenen voor een aanslag over iets wat hij nog niet heeft. Zie ook het kindsdeel.
Wat er gebeurt als de langstlevende het vermogen opmaakt
De vordering van de kinderen staat op naam van de langstlevende, en die mag over de goederen beschikken. Dat betekent ook dat het vermogen kan slinken, door zorgkosten, door schenkingen of gewoon door leven.
Juridisch verandert dat niets aan de vordering: die blijft bestaan en wordt bij het tweede overlijden opgeëist. Is er dan niet genoeg om haar te voldoen, dan is er per saldo minder te verdelen en krijgen de kinderen naar rato minder.
Kinderen kunnen daar tijdens het leven van de langstlevende weinig tegen doen. De wettelijke verdeling gaat er nadrukkelijk van uit dat de langstlevende vrij is in het gebruik. Alleen bij een voorgenomen hertrouwen ontstaan er wilsrechten waarmee zij goederen naar zich toe kunnen halen.
Voor de erfbelasting is dit relevant omdat er bij het eerste overlijden al is afgerekend over een vordering die uiteindelijk mogelijk niet volledig wordt voldaan. Dat is geen weeffout maar een bewuste keuze van de wetgever, en het is een goede reden om bij het opstellen van een testament na te denken over de balans tussen vrijheid voor de langstlevende en zekerheid voor de kinderen.
Gratis nieuwsbrief
Juridische tips in uw mailbox
Wij sturen regelmatig een korte nieuwsbrief met praktische juridische tips over arbeidsrecht, huurrecht en erfrecht. U laat alleen uw naam en e-mailadres achter.
Hoe het voorschieten en verrekenen werkt
De langstlevende betaalt de aanslagen van de kinderen. Dat bedrag wordt vervolgens in mindering gebracht op de vordering die de kinderen op hem of haar hebben.
Een voorbeeld. De nalatenschap bedraagt 480.000 euro. Er is een langstlevende en er zijn twee kinderen. Ieder heeft recht op een derde, dus 160.000 euro. Na aftrek van de vrijstelling van 26.230 euro is per kind 133.770 euro belast tegen 10 procent, dat is 13.377 euro.
De langstlevende voldoet die twee aanslagen, samen 26.754 euro. De vordering van elk kind daalt daardoor van 160.000 euro naar ongeveer 146.623 euro. Bij het tweede overlijden wordt dat lagere bedrag uitbetaald.
Per saldo betaalt het kind de belasting dus wel degelijk zelf, alleen niet nu. Het geld komt uiteindelijk in mindering op wat het later ontvangt.
De rente over het kindsdeel
De vordering van de kinderen staat jarenlang open. Over die periode kan rente lopen, en dat heeft directe gevolgen voor de erfbelasting bij het eerste én het tweede overlijden.
Staat er niets in het testament, dan geldt de wettelijke regel: er wordt pas rente vergoed wanneer de wettelijke rente boven een bepaald percentage uitkomt. In de praktijk betekent dat vaak dat er geen of nauwelijks rente aangroeit.
Veel testamenten regelen dat anders en geven de langstlevende en de kinderen samen de bevoegdheid om binnen de aangiftetermijn een rentepercentage te kiezen. Dat is geen detail. Een hoge rente laat de vordering aangroeien, waardoor het vermogen van de langstlevende afneemt en er bij het tweede overlijden minder te belasten valt. Een lage rente doet het omgekeerde.
De keuze werkt ook door in de contante waarde van de vordering bij het eerste overlijden en dus in de aanslagen van de kinderen. Laat die keuze daarom doorrekenen voordat de aangifte wordt ingediend. Het is een van de weinige momenten waarop er na een overlijden nog fiscaal iets te sturen valt. Zie rente van de legitimaire vordering, dat gaat over een andere vordering maar legt hetzelfde mechanisme uit.
Wat u moet vastleggen
De vordering van een kind blijft soms twintig jaar of langer staan. In die periode overlijden betrokkenen, verhuizen mensen en raken papieren zoek. Dat maakt vastleggen belangrijker dan het op het moment zelf voelt.
Leg in elk geval vier dingen vast. Het bedrag van de vordering zoals dat bij het eerste overlijden is vastgesteld. De erfbelasting die de langstlevende per kind heeft voorgeschoten en die op de vordering in mindering komt. Het rentepercentage dat is gekozen en vanaf welke datum het loopt. En eventuele tussentijdse betalingen door de langstlevende.
Bewaar daarnaast de aangifte, de aanslagen en het testament bij elkaar. Bij het tweede overlijden is dat het dossier waaruit blijkt wat ieder kind nog tegoed heeft. Ontbreekt het, dan begint de discussie bij nul en gaat zij vaak over bedragen waarvan niemand meer weet hoe ze tot stand zijn gekomen.
Onze ervaring is dat dit het meest onderschatte punt van de hele wettelijke verdeling is. De regeling zelf werkt goed, maar zij is afhankelijk van een administratie die decennia moet meegaan.
De vordering wordt contant gemaakt
Een tweede punt dat vaak wordt gemist: de vordering wordt voor de erfbelasting niet altijd op de volle nominale waarde gesteld. Omdat zij pas over jaren opeisbaar is, wordt zij contant gemaakt.
Hoe langer de verwachte periode tot uitbetaling, hoe lager de contante waarde. Ook de rente die over de vordering wordt vergoed speelt daarbij een rol. Is er in het testament een hoge rente afgesproken, dan ligt de contante waarde hoger.
Voor de langstlevende geldt het spiegelbeeld. Die verkrijgt de goederen minus de vorderingen van de kinderen. Wordt de vordering lager gewaardeerd, dan verkrijgt de langstlevende meer. Meestal blijft dat ruim onder de partnervrijstelling, zodat er aan die kant niets te betalen valt.
Waarom de vordering niet zomaar kan worden uitbetaald
Een vraag die vaak terugkomt: als de langstlevende genoeg geld heeft, kan het kindsdeel dan niet gewoon meteen worden uitbetaald?
Dat kan, en het gebeurt ook. Voor de erfbelasting levert het geen nieuwe heffing op, want die is al bij het eerste overlijden geheven over de vordering. Wat wel speelt, is de vraag of er meer wordt betaald dan de vordering waard is. Wordt er bijvoorbeeld nominaal uitbetaald terwijl er een lage contante waarde is gehanteerd, dan kan het verschil als schenking worden aangemerkt.
Er is ook een keerzijde die weinig aandacht krijgt. Zolang de vordering openstaat, drukt zij bij het tweede overlijden op de nalatenschap en verlaagt zij de heffing dan. Wordt zij nu al voldaan, dan verdwijnt die aftrekpost. Of vervroegd uitbetalen per saldo gunstig is, hangt dus af van de omvang van het vermogen en van de verwachte periode tot het tweede overlijden.
Wat vaker de doorslag geeft, is iets anders: de langstlevende wil rust en de kinderen willen duidelijkheid. Ook dat is een legitieme reden, mits de gevolgen bekend zijn en er wordt vastgelegd dat de vordering is voldaan. Zie het kindsdeel opeisen.
Wanneer het knelt voor de langstlevende
Het systeem werkt goed zolang er voldoende liquide middelen zijn. Bestaat de nalatenschap vooral uit een woning en is er weinig spaargeld, dan moet de langstlevende de aanslagen van de kinderen voldoen zonder dat daar geld tegenover staat.
In dat geval zijn er verschillende mogelijkheden. Uitstel van betaling vragen bij de Belastingdienst, een betalingsregeling treffen, of in overleg met de kinderen afspreken dat zij hun eigen aanslag voorlopig zelf voldoen en dat dit in de vordering wordt verwerkt. Zie uitstel van betaling erfbelasting.
Wat wij afraden is het probleem laten liggen tot de betaaltermijn is verstreken. Er ontstaat dan invorderingsrente en uiteindelijk een aanmaning, terwijl een verzoek vooraf doorgaans redelijk wordt behandeld.
Wat als een kind is onterfd
Een onterfd kind is geen erfgenaam en krijgt dus geen kindsdeel. Wel houdt het recht op de legitieme portie, de helft van wat het volgens de wet zou hebben gekregen. Die aanspraak is een vordering in geld, geen recht op goederen.
Fiscaal wordt die vordering belast als verkrijging, met dezelfde vrijstelling van 26.230 euro en hetzelfde tarief van 10 en 20 procent die voor een gewoon kind gelden. De onterving verandert dus niets aan de tariefgroep.
Wat wel verschilt, is het moment. De legitieme portie moet binnen vijf jaar na het overlijden worden ingeroepen, anders vervalt zij. En de vordering is in beginsel pas opeisbaar zes maanden na het overlijden, of later wanneer er een langstlevende echtgenoot is.
Voor de erfbelasting betekent dit dat er ook bij een onterving een aangifte moet worden gedaan waarin de aanspraak wordt meegenomen, zodra duidelijk is dat het kind haar inroept. Zie de legitieme portie inroepen en onterven.
Als er een testament is met een andere regeling
Veel testamenten wijken af van de wettelijke verdeling. Bekende varianten zijn een vruchtgebruiktestament, waarbij de langstlevende het gebruik krijgt en de kinderen de blote eigendom, en een testament waarin de vordering van de kinderen kan worden vergroot of verkleind.
Die keuzes hebben directe fiscale gevolgen. Wordt de vordering van de kinderen groter gemaakt, dan wordt hun vrijstelling nu al benut en valt er bij het tweede overlijden minder te belasten. Wordt zij kleiner gemaakt, dan houdt de langstlevende meer ruimte.
Welke variant gunstig is, hangt af van de omvang van het vermogen en van de leeftijd van de langstlevende. Laat dat doorrekenen voordat het testament wordt vastgesteld. Zie testament opstellen.
Onenigheid over de omvang van het kindsdeel
De vordering van een kind is een bedrag, en dat bedrag volgt uit de waardering van de nalatenschap bij het eerste overlijden. Precies daar ontstaat regelmatig discussie.
Twee onderwerpen keren telkens terug. Het eerste is de woning: is die op de WOZ-waarde gezet of op de werkelijke waarde? Voor de erfbelasting geldt de WOZ-waarde, maar voor de omvang van de vordering tussen de langstlevende en de kinderen telt de werkelijke waarde. Het tweede is een schenking uit het verleden aan één van de kinderen, die volgens de anderen had moeten worden verrekend.
Kinderen kunnen inzage vragen in de gegevens waarop de berekening berust. Wordt die niet gegeven, dan is dat een reden om door te vragen, want zonder onderbouwing is niet vast te stellen of de vordering klopt.
Ons advies is om de vaststelling niet te lang te laten liggen. Hoe langer er wordt gewacht, hoe moeilijker het wordt om saldi, waarden en schenkingen te achterhalen. Een vroege vaststelling, op papier en door iedereen bevestigd, voorkomt een geschil dat zich pas bij het tweede overlijden openbaart. Zie het kindsdeel berekenen.
Het kindsdeel opeisen en de belasting
De vordering is in beginsel pas opeisbaar na het overlijden van de langstlevende. Er zijn uitzonderingen: bij faillissement, bij schuldsanering en in de gevallen die in het testament zijn opgenomen.
Wordt de vordering eerder uitbetaald, bijvoorbeeld omdat de langstlevende dat vrijwillig doet, dan is dat voor de erfbelasting geen nieuwe verkrijging. De belasting is immers al bij het eerste overlijden geheven. Wel kan een vrijwillige betaling onder omstandigheden als schenking worden aangemerkt, bijvoorbeeld wanneer er meer wordt betaald dan de vordering waard is.
Over de vraag wanneer en hoe u uw deel kunt opeisen, leest u meer bij het kindsdeel opeisen en bij het kindsdeel berekenen.
Een rekenvoorbeeld van begin tot eind
Rekenvoorbeeld uit dit artikel
Belasting over een vordering die u nog niet krijgt
Uitgangspunt: vader overlijdt zonder testament. De nalatenschap bedraagt 420.000 euro, een woning met een WOZ-waarde van 350.000 euro en 70.000 euro spaargeld, zonder hypotheek. Er zijn een echtgenote en twee kinderen.
- Ieder heeft recht op een derde140.000 euro
- De vordering van een kind, contant gemaakt118.000 euro
- Af: de vrijstelling voor een kind26.230 euro
- Belast tegen 10 procent91.770 euro
- Erfbelasting per kind9.177 euro
Om het geheel concreet te maken, hieronder één nalatenschap uitgewerkt tot en met het tweede overlijden.
Vader overlijdt. Er is geen testament, dus geldt de wettelijke verdeling. De nalatenschap bedraagt 420.000 euro: een woning met een WOZ-waarde van 350.000 euro en 70.000 euro spaargeld, zonder hypotheek. Er zijn een echtgenote en twee kinderen.
Ieder heeft recht op een derde, dus 140.000 euro. De moeder krijgt alle goederen, de kinderen ieder een vordering van 140.000 euro die pas opeisbaar is na haar overlijden.
Voor de erfbelasting worden die vorderingen contant gemaakt. Stel dat zij daardoor op 118.000 euro per kind uitkomen. Ieder kind trekt de vrijstelling van 26.230 euro af en betaalt 10 procent over 91.770 euro, dus 9.177 euro. De moeder verkrijgt de goederen minus de vorderingen en blijft ruim onder haar vrijstelling, dus zij betaalt niets.
De moeder voldoet de twee aanslagen, samen 18.354 euro. De vordering van elk kind daalt daardoor van 140.000 naar 130.823 euro.
Jaren later overlijdt de moeder. Haar nalatenschap bedraagt op dat moment 380.000 euro, waar eerst de vorderingen van de kinderen vanaf gaan: twee keer 130.823 euro, samen 261.646 euro. Wat resteert is 118.354 euro, dat de kinderen als erfenis uit haar nalatenschap verkrijgen, ieder 59.177 euro. Na hun nieuwe vrijstelling van 26.230 euro betaalt ieder 10 procent over 32.947 euro, dus 3.294,70 euro.
Ieder kind ontvangt dan zijn vordering van 130.823 euro plus zijn erfdeel van 59.177 euro, samen 190.000 euro, en heeft over het geheel ruim 12.400 euro erfbelasting gedragen. Dat de vordering fiscaal al bij het eerste overlijden is afgerekend, betekent dat er bij het tweede overlijden niet nogmaals over wordt geheven.
Als de langstlevende hertrouwt
Hertrouwt de langstlevende, dan blijft de vordering van de kinderen gewoon bestaan. Wel ontstaat er een risico dat het vermogen waaruit die vordering ooit moet worden voldaan, via de nieuwe partner een andere kant op gaat.
De wet biedt kinderen daarvoor bescherming in de vorm van wilsrechten. Zij kunnen onder bepaalde omstandigheden verlangen dat goederen aan hen worden overgedragen, zodat hun aanspraak niet alleen op papier bestaat. Die rechten ontstaan onder meer wanneer de langstlevende het voornemen heeft te hertrouwen.
Die bescherming is geen automatisme, u moet de rechten inroepen. Bovendien raakt het onvermijdelijk de verhoudingen binnen het gezin, en dat weegt voor veel kinderen zwaarder dan het financiële belang. Bespreek de mogelijkheden daarom voordat de situatie zich voordoet. Zie de wilsrechten van kinderen en erfrecht in samengestelde gezinnen.
Veelgestelde vragen over erfbelasting en het kindsdeel
Moet ik echt betalen terwijl ik niets krijg?
U bent belastingplichtig, maar de langstlevende voldoet de aanslag en dat bedrag wordt verrekend met uw vordering. U hoeft dus niet uit eigen middelen te betalen.
Wordt mijn vordering daardoor kleiner?
Ja. Het voorgeschoten bedrag gaat van uw vordering af, zodat u bij het tweede overlijden minder ontvangt. Per saldo draagt u de belasting dus zelf.
Wat als de langstlevende het niet kan betalen?
Dan kan uitstel van betaling of een betalingsregeling worden gevraagd. Ook kunnen de kinderen in overleg hun eigen aanslag voldoen, mits dat correct in de vordering wordt verwerkt.
Heb ik als kind ook een eigen vrijstelling?
Ja, van 26.230 euro. Die geldt per kind en per nalatenschap. Zie de vrijstelling erfbelasting.
Betaal ik bij het tweede overlijden opnieuw over ditzelfde bedrag?
Nee, over de vordering uit de eerste nalatenschap is al geheven. Bij het tweede overlijden wordt belasting geheven over wat u uit die nalatenschap verkrijgt.
Geldt dit ook als ik onterfd ben?
Dan heeft u geen kindsdeel maar mogelijk wel een aanspraak op de legitieme portie. Die is in beginsel pas opeisbaar na zes maanden en wordt eveneens belast.
Duidelijkheid over uw positie als kind
De combinatie van een vordering die u niet kunt opeisen en een aanslag die wel meteen komt, voelt onrechtvaardig. In de praktijk valt het mee, omdat de langstlevende de belasting voorschiet en het bedrag met uw vordering wordt verrekend. Wat overblijft is een administratieve kwestie die goed moet worden vastgelegd.
Daar zit wel het aandachtspunt. Wordt niet bijgehouden welke bedragen zijn voorgeschoten en welke rente er over de vordering loopt, dan ontstaat er bij het tweede overlijden discussie over wat er precies uitbetaald moet worden. Leg dat dus vast op het moment dat de aanslagen worden voldaan.
Van Zinnicq Bergmann staat sinds 1870 naast cliënten in Noord-Brabant en daarbuiten. Heeft u een aanslag ontvangen over een kindsdeel dat u nog niet heeft gekregen, of is er onduidelijkheid over wat er destijds is voorgeschoten, neemt u dan gerust telefonisch contact met ons op.
Wetgeving en rechtspraak veranderen. Dit artikel geeft algemene informatie en is geen juridisch advies. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend.
Wat cliënten over ons kantoor zeggen
uit 43 beoordelingen op Klantenvertellen
Ze schakelt snel, communiceert helder en heeft oog voor zowel de juridische als de menselijke kant van de zaak.
Jeroen, HedelHanneke van Haarlem, arbeidsrecht2026 via Klantenvertellen
Hij is deskundig, betrokken en werkt heel zorgvuldig. De communicatie verliep prettig en duidelijk, wat mij veel rust en vertrouwen gaf.
Sophie v G., ArnhemJean van Zinnicq Bergmann, erfrecht2026 via Klantenvertellen
Ik werd bij elke stap geholpen, werd voortdurend op de hoogte gehouden en werd hartelijk behandeld.
Olha Safarova, 's-HertogenboschHanneke van Haarlem, arbeidsrecht2026 via Klantenvertellen
Na maanden van op en neer mailen en bellen zijn we er dankzij de deskundigheid van Hanneke toch samen uitgekomen.
Edwin, UdenHanneke van Haarlem, arbeidsrecht2026 via Klantenvertellen
Ze vertelt alles heel rustig en kalm. Je weet meteen waar je aan toe bent en je kunt zien dat ze heel ervaren is.
Michael Oosterwaal, VlijmenHanneke van Haarlem2026 via Klantenvertellen
Zeer toegankelijk en laagdrempelig in de communicatie, evenals doortastend en meelevend.
René, BestHanneke van Haarlem2025 via Klantenvertellen
Krachtig, snel en kundig. Alissa heeft direct de onzekerheden weggenomen.
Anoniem, 's-HertogenboschAlissa van der Voet2025 via Klantenvertellen
Het kantoor hanteert een heldere en prettige manier van communiceren en men komt snel ter zake.
Marco, RosmalenArbeidsrecht2024 via Klantenvertellen
Cliënten krijgen na afloop van hun zaak een uitnodiging van Klantenvertellen om hun ervaring te delen.
Leg uw kwestie vrijblijvend voor
Beschrijf in het kort waar uw vraag over gaat. Een van onze advocaten neemt contact met u op om te bespreken wat mogelijk is.