Wie een onderneming erft, staat voor een vraag die bij een gewone nalatenschap niet speelt: hoe betaal ik de erfbelasting zonder het bedrijf te moeten verkopen? Een onderneming heeft vaak een aanzienlijke waarde op papier, terwijl er nauwelijks vrij geld in zit. De bedrijfsopvolgingsregeling is er om te voorkomen dat een gezond familiebedrijf door een belastingaanslag in de problemen komt.
De regeling, in de praktijk afgekort tot BOR, stelt ondernemingsvermogen onder voorwaarden grotendeels vrij van erf- en schenkbelasting. Zij geldt zowel bij vererven als bij schenken. De kern is dat er alleen belasting wordt geheven over het deel dat boven een ruime drempel uitkomt, en dat daarover ook nog eens een korting geldt.
Tegenover dat voordeel staan strenge eisen. De onderneming moet een echte onderneming zijn en geen beleggingsvehikel, de erflater moet haar een bepaalde periode in bezit hebben gehad, en de verkrijger moet haar daarna voortzetten. Wie aan een van die voorwaarden niet voldoet, verliest de vrijstelling alsnog.
⚖️ In het kort
- De eerste 1,5 miljoen euro aan ondernemingsvermogen is volledig vrijgesteld van erf- en schenkbelasting.
- Over het deel daarboven geldt een vrijstelling van 75 procent.
- De verkrijger moet de onderneming ten minste drie jaar voortzetten. Bij verkrijgingen van vóór 2025 is dat vijf jaar.
- De regeling geldt alleen voor echt ondernemingsvermogen, niet voor beleggingen.
- De toegang is beperkt tot gewone aandelen met een belang van minimaal 5 procent.
- Voor het niet vrijgestelde deel kan tien jaar uitstel van betaling worden gevraagd.
Wat de regeling oplevert
Het effect van de BOR is groot. Zonder de regeling zou een kind dat een onderneming van twee miljoen euro erft, na aftrek van de vrijstelling over bijna het hele bedrag erfbelasting betalen. Dat komt neer op enkele honderdduizenden euro’s, te voldoen uit een bedrijf dat dat geld niet los heeft.
Met de regeling blijft de eerste 1,5 miljoen euro volledig buiten de heffing. Over de resterende 500.000 euro geldt een vrijstelling van 75 procent, zodat er nog 125.000 euro belast is. Daarover volgt dan de gewone berekening met de vrijstelling en het tarief van de verkrijger. Zie erfbelasting berekenen.
Het verschil tussen wel en niet in aanmerking komen is dus zeer groot. Juist daarom kijkt de Belastingdienst kritisch naar de voorwaarden.
Rekenvoorbeeld uit dit artikel
Wat de bedrijfsopvolgingsregeling scheelt
Uitgangspunt: een kind erft een onderneming van twee miljoen euro.
- De eerste 1,5 miljoen euro blijft volledig buiten de heffing0 euro belast
- Over de resterende 500.000 euro geldt een vrijstelling van 75 procent125.000 euro belast
- Belast ondernemingsvermogen125.000 euro
Wat telt als ondernemingsvermogen?
De regeling is bedoeld voor echte ondernemingen: een bedrijf met personeel, klanten, voorraad, machines of een dienstverlenende praktijk. Vermogen dat alleen wordt aangehouden om rendement te maken valt er niet onder.
Dat onderscheid levert in de praktijk de meeste discussie op, vooral bij vastgoed. Een pand dat in de eigen onderneming wordt gebruikt telt mee. Een pand dat alleen wordt verhuurd, wordt in beginsel als belegging gezien. Bij vastgoedbedrijven hangt veel af van de vraag of er meer gebeurt dan normaal vermogensbeheer.
Ook bij een besloten vennootschap met veel overtollige liquide middelen is oplettendheid geboden. Geld dat niet nodig is voor de bedrijfsvoering telt niet als ondernemingsvermogen. Wie een overname of een opvolging voorbereidt, doet er goed aan de balans daarop vooraf te laten beoordelen.
Gratis nieuwsbrief
Juridische tips in uw mailbox
Wij sturen regelmatig een korte nieuwsbrief met praktische juridische tips over arbeidsrecht, huurrecht en erfrecht. U laat alleen uw naam en e-mailadres achter.
De bezitseis aan de kant van de erflater
De regeling geldt alleen als de overledene de onderneming al een bepaalde tijd in bezit had. Bij overlijden is die periode korter dan bij schenken, omdat een overlijden zich niet laat plannen.
De achtergrond is dat de wetgever wil voorkomen dat vermogen kort voor een overlijden of een schenking wordt omgezet in ondernemingsvermogen, alleen om de vrijstelling te kunnen gebruiken. Wie op late leeftijd nog een onderneming aankoopt met dat doel voor ogen, loopt het risico dat de regeling niet van toepassing is.
De toegang tot de regeling is verder beperkt tot gewone aandelen met een belang van ten minste 5 procent van het geplaatste kapitaal. Preferente aandelen en kleine belangen vallen er in beginsel buiten, tenzij zij zijn ontstaan uit een gefaseerde bedrijfsoverdracht die aan de voorwaarden voldoet.
De voortzettingseis aan de kant van de verkrijger
Wie de onderneming verkrijgt, moet haar voortzetten. Voor verkrijgingen vanaf 2025 geldt een termijn van drie jaar. Voor eerdere verkrijgingen is dat vijf jaar.
Voortzetten betekent meer dan aandeelhouder blijven. De onderneming moet werkelijk worden gedreven. Verkoopt u binnen de termijn, staakt u de activiteiten of zet u de onderneming om in een beleggingsvehikel, dan vervalt de vrijstelling en volgt alsnog een aanslag over het vrijgestelde deel.
Dat is een risico dat in de praktijk wordt onderschat. Een aantrekkelijk overnamebod twee jaar na een overlijden kan de fiscale rekening van de opvolging alsnog openbreken. Bespreek zo’n bod dus altijd eerst met een adviseur.
Twee voorwaarden
Aan beide kanten moet het kloppen
- Bezitseis, bij de erflaterDe overledene moet de onderneming al een bepaalde tijd in bezit hebben gehad. De toegang is beperkt tot gewone aandelen met een belang van ten minste 5 procent van het geplaatste kapitaal.
- Voortzettingseis, bij de verkrijgerWie de onderneming verkrijgt, moet haar voortzetten. Voor verkrijgingen vanaf 2025 geldt een termijn van drie jaar, voor eerdere verkrijgingen vijf jaar.
Meerdere kinderen, één bedrijf
Een klassieke situatie: één kind werkt al jaren mee in de zaak, de andere kinderen doen iets heel anders. De ouder wil het bedrijf bij het meewerkende kind laten en de anderen op een andere manier bedenken.
Dat kan, maar het vraagt om zorgvuldigheid. Het bedrijf vertegenwoordigt vaak het grootste deel van het vermogen, zodat de andere kinderen met een aanzienlijk kleinere verkrijging achterblijven. Zij hebben recht op hun legitieme portie, en die aanspraak wordt berekend over de werkelijke waarde, niet over de fiscaal vrijgestelde waarde.
Er ontstaat dan een spanning die vooraf moet worden opgelost. Een overnamesom in termijnen, een lijfrente, een legaat aan de andere kinderen of een combinatie daarvan. Wordt daar niets over geregeld, dan komt de discussie na het overlijden alsnog, met het bedrijf als inzet. Zie ook bedrijf of BV erven.
Uitstel van betaling voor het belaste deel
Ook met de vrijstelling blijft er vaak een bedrag over dat betaald moet worden. Daarvoor bestaat een aparte regeling: voor de erfbelasting over het niet vrijgestelde ondernemingsvermogen kan tien jaar uitstel van betaling worden gevraagd, waarbij in termijnen wordt afgelost.
Daar staat rente tegenover, maar het voorkomt dat er direct geld uit de onderneming moet worden gehaald. In combinatie met een geleidelijke overdracht bij leven is dit meestal de rustigste route. Zie ook uitstel van betaling erfbelasting.
De onderneming waarderen
Voordat er iets kan worden vrijgesteld, moet er een waarde op tafel liggen. Dat is bij een onderneming zelden een kwestie van de balans overnemen.
Gekeken wordt naar de waarde in het economisch verkeer: wat een willekeurige koper zou betalen. Daarbij tellen de resultaten van de afgelopen jaren mee, de vooruitzichten, de afhankelijkheid van de ondernemer zelf, de orderportefeuille en de staat van de bedrijfsmiddelen.
Twee posten leveren geregeld discussie op. De eerste is goodwill, zeker bij een bedrijf dat sterk op één persoon draait. Valt die persoon weg, dan is de goodwill vaak minder waard dan de cijfers suggereren. De tweede is overtollig vermogen: geld en beleggingen die niet nodig zijn voor de bedrijfsvoering tellen niet mee als ondernemingsvermogen en vallen dus buiten de vrijstelling.
Voor de erfgenamen heeft de waardering een dubbele rol. Zij bepaalt de erfbelasting, en zij bepaalt wat de opvolger aan de andere kinderen moet vergoeden. Die twee belangen lopen niet gelijk: een lage waardering is fiscaal gunstig maar ongunstig voor wie moet worden uitgekocht. Laat de waardering daarom door een onafhankelijke deskundige doen die door alle betrokkenen wordt aanvaard.
Schenken bij leven of laten vererven
De BOR geldt voor beide routes. Schenken bij leven heeft als voordeel dat de overdracht kan worden begeleid en dat de opvolger geleidelijk ingroeit. Nadeel is dat er bij schenken een langere bezitsperiode geldt en dat de ouder zeggenschap loslaat.
Vererven heeft als voordeel dat de ouder tot het einde de touwtjes in handen houdt, maar het legt de hele overdracht op één moment, vaak op een moment van verdriet en zonder voorbereiding.
In de meeste familiebedrijven werkt een gefaseerde overdracht het best: een deel bij leven, een deel bij overlijden, vastgelegd in een testament en in de statuten. Over de fiscale afweging tussen beide routes leest u meer bij schenken of erven.
De bank en de continuïteit
Bij een overlijden van de ondernemer kijkt niet alleen de Belastingdienst mee. Ook de bank en de leveranciers stellen vragen, en dat gebeurt vaak eerder dan de fiscale afwikkeling.
Financieringsovereenkomsten bevatten regelmatig een bepaling die de bank het recht geeft om de lening op te eisen bij een wisseling van zeggenschap of bij het overlijden van de ondernemer. Ook een sleutelpersoonverzekering, een borgstelling of een persoonlijke aansprakelijkheid kan gevolgen hebben.
Loop die documenten daarom door voordat er iets misgaat, en bespreek de opvolging tijdig met de bank. Een financier die weet wie de opvolger is en hoe de overdracht is geregeld, reageert bij een overlijden heel anders dan een financier die het nieuws uit de krant haalt.
Hetzelfde geldt voor grote klanten en voor personeel. De fiscale regeling houdt het bedrijf betaalbaar, maar de continuïteit hangt af van vertrouwen. Wie dat vooraf organiseert, koopt precies de rust waarvoor de regeling is bedoeld.
De bezitseis in de praktijk
De bezitseis is de voorwaarde die het vaakst tot discussie leidt, omdat zij terugkijkt naar een periode waarin niemand aan een overdracht dacht.
Bij een overlijden is de vereiste periode korter dan bij een schenking, precies omdat een overlijden zich niet laat plannen. Bij schenken geldt een aanzienlijk langere termijn, met de gedachte dat wie bewust overdraagt daar ook op kan anticiperen.
De eis raakt niet alleen de onderneming als geheel, maar ook wijzigingen daarbinnen. Is er kort voor het overlijden een bedrijfsonderdeel aangekocht, een pand ingebracht of een holdingstructuur opgezet, dan kan voor dat deel een eigen termijn gaan lopen. Een herstructurering die op zichzelf zinvol is, kan zo een deel van de vrijstelling in gevaar brengen.
Praktisch betekent dit: leg vast wanneer welk onderdeel is verworven en bewaar de stukken van elke herstructurering. Bij een overlijden moet die geschiedenis te reconstrueren zijn, soms jaren later en zonder dat degene die het heeft opgezet er nog is.
Meerdere opvolgers
Nemen twee of drie kinderen samen de onderneming over, dan wordt de regeling per verkrijger toegepast. Ieder heeft een eigen deel, een eigen vrijstelling en een eigen voortzettingseis.
Dat klinkt eenvoudiger dan het is. Wie de onderneming samen voortzet, moet het ook samen eens blijven, en dat gaat lang niet altijd goed. Een aandeelhoudersovereenkomst met afspraken over besluitvorming, geschillen en uittreden is dan geen luxe maar een voorwaarde.
Stapt een van hen binnen de voortzettingstermijn uit, dan vervalt voor dat deel de vrijstelling en volgt alsnog een aanslag. Neem die situatie dus expliciet op in de afspraken, inclusief de vraag wie die belasting dan draagt. Zonder die afspraak komt de rekening bij degene die blijft.
Wij zien in de praktijk dat een gefaseerde overdracht met één duidelijke opvolger stabieler is dan gedeeld eigendom tussen broers en zussen die verschillend in het bedrijf staan. De andere kinderen worden dan uit het overige vermogen bedacht.
De doorschuifregeling naast de BOR
Naast de vrijstelling voor de erfbelasting speelt er nog een tweede fiscale vraag: de inkomstenbelasting over het aanmerkelijk belang. Wie aandelen erft in een besloten vennootschap, verkrijgt in beginsel ook een claim over de waardestijging die tijdens het leven van de erflater is ontstaan.
De doorschuifregeling maakt het mogelijk om die claim door te schuiven naar de opvolger, zodat er op het moment van overlijden niet hoeft te worden afgerekend. De opvolger neemt de oorspronkelijke verkrijgingsprijs over en betaalt pas wanneer hij zelf verkoopt.
Belangrijk is dat de twee regelingen los van elkaar staan en ieder eigen voorwaarden kennen. Het is goed mogelijk dat u wel aan de ene en niet aan de andere voldoet. Laat beide daarom in samenhang beoordelen, want een opvolging die alleen op de erfbelasting is geoptimaliseerd kan alsnog een aanzienlijke aanslag inkomstenbelasting opleveren.
Het testament van de ondernemer
Bij een familiebedrijf is een standaardtestament zelden voldoende. De wettelijke verdeling legt alle goederen bij de langstlevende, ook de aandelen, terwijl de opvolger juist de zeggenschap nodig heeft.
Een testament kan dat sturen met een legaat van de aandelen aan het opvolgende kind, tegen inbreng van de waarde of tegen een schuldigerkenning. De andere kinderen worden dan uit het overige vermogen bedacht, of krijgen een vordering.
Let daarbij op de statuten en op een eventuele aandeelhoudersovereenkomst. Staat daarin een aanbiedingsplicht bij overlijden, dan kan die botsen met wat er in het testament is geregeld. Die twee documenten moeten op elkaar aansluiten, anders ontstaat er precies op het verkeerde moment onduidelijkheid over de zeggenschap.
Wat er misgaat als er niets is geregeld
Wij zien in de praktijk drie terugkerende situaties. De eerste is een onderneming die bij het overlijden in onverdeeldheid terechtkomt, waarbij alle kinderen mede-eigenaar worden en geen van hen alleen kan beslissen. De tweede is een opvolger die de andere kinderen moet uitkopen tegen een waarde die de onderneming niet kan dragen. De derde is een balans waarop zoveel overtollig vermogen staat dat de vrijstelling maar op een deel van toepassing is.
Alle drie zijn te voorkomen, maar niet meer op het moment dat het overlijden zich heeft voorgedaan. Dat is de kern van dit onderwerp: de bedrijfsopvolgingsregeling is een instrument voor wie vooruit plant, niet een oplossing achteraf.
Is er onverhoopt niets geregeld en ontstaat er discussie tussen de erfgenamen over de onderneming, dan is het zaak de waardering en de zeggenschap snel te scheiden. Zolang die twee door elkaar lopen, komt er geen beweging in het gesprek. Zie een erfgeschil.
Een tijdlijn voor de voorbereiding
Een bedrijfsopvolging die goed verloopt, begint jaren voor de overdracht. Onderstaande volgorde komt in de meeste dossiers terug.
Vijf jaar vooruit: de balans opschonen. Overtollige liquiditeiten en beleggingen die niet nodig zijn voor de bedrijfsvoering tellen niet mee voor de vrijstelling. Dat is niet in één jaar op te lossen, zeker niet zonder fiscale gevolgen elders.
Drie tot vier jaar vooruit: de structuur vastleggen. Wie krijgt welke aandelen, hoe verhouden gewone en preferente aandelen zich, en voldoet het belang aan de eis van minimaal 5 procent van het geplaatste kapitaal.
Twee jaar vooruit: de afspraken op papier. Statuten, aandeelhoudersovereenkomst en testament moeten hetzelfde zeggen. Dit is het moment om te toetsen of een aanbiedingsplicht bij overlijden niet botst met wat er in het testament staat.
Eén jaar vooruit: de compensatie van de andere kinderen. Wat krijgen zij, waaruit wordt dat betaald en op welk moment. Dit is het onderdeel dat het vaakst blijft liggen en dat achteraf de meeste spanning geeft.
Doorlopend: de opvolger inwerken. Fiscale regelingen zeggen niets over de vraag of iemand het bedrijf kan leiden. Een opvolging die fiscaal perfect is en bedrijfsmatig niet, kost meer dan zij oplevert.
Wat er gebeurt als de regeling niet van toepassing is
Het is goed om ook het andere scenario te kennen. Voldoet de onderneming niet aan de voorwaarden, bijvoorbeeld omdat het om verhuurd vastgoed gaat of omdat de bezitsperiode te kort is, dan geldt de gewone berekening over de volle waarde.
Bij een onderneming van twee miljoen euro die naar één kind gaat, betekent dat na de vrijstelling van 26.230 euro een aanslag van ongeveer 384.000 euro. Dat bedrag moet ergens vandaan komen, en de onderneming zelf heeft het meestal niet liquide beschikbaar.
De routes zijn dan beperkt: uitstel van betaling vragen, een deel van de onderneming verkopen, of financieren bij de bank. Alle drie hebben gevolgen voor de continuïteit, en dat is precies het probleem dat de regeling bedoelt te voorkomen.
Wie er niet zeker van is of de regeling van toepassing is, kan dat laten toetsen voordat er iets wordt overgedragen. Zekerheid vooraf is bij dit soort bedragen aanzienlijk meer waard dan een discussie achteraf. Zie ook uitstel van betaling erfbelasting.
Veelgestelde vragen over de bedrijfsopvolgingsregeling
Geldt de regeling ook voor een eenmanszaak?
Ja. De BOR geldt voor ondernemingsvermogen, ongeacht de rechtsvorm. Bij een eenmanszaak of een vennootschap onder firma gaat het om het vermogen dat tot de onderneming behoort.
Valt verhuurd vastgoed onder de regeling?
In beginsel niet. Verhuur wordt doorgaans als belegging aangemerkt. Alleen wanneer er sprake is van meer dan normaal vermogensbeheer kan dat anders liggen, en dat is een discussie die goed onderbouwd moet worden.
Wat gebeurt er als ik binnen drie jaar toch verkoop?
Dan vervalt de vrijstelling voor het deel dat u niet heeft voortgezet en volgt alsnog een aanslag. Meld een voorgenomen verkoop dus altijd vooraf bij uw adviseur.
Moet ik zelf in het bedrijf werken om de regeling te gebruiken?
De wet eist voortzetting van de onderneming, niet dat u persoonlijk de dagelijkse leiding heeft. Wel moet de onderneming daadwerkelijk worden voortgezet en niet worden omgezet in belegd vermogen.
Heeft de regeling gevolgen voor de legitieme portie van de andere kinderen?
De fiscale vrijstelling verlaagt de waarde van de onderneming voor de erfbelasting, maar niet voor de berekening van de legitieme portie. Die wordt bepaald op de werkelijke waarde.
Kan de regeling met terugwerkende kracht worden toegepast?
U moet er in de aangifte een beroep op doen. Is dat niet gebeurd, dan kunt u binnen de bezwaartermijn nog corrigeren. Laat dat niet liggen, want na afloop van die termijn wordt het aanzienlijk lastiger.
Een opvolging die het bedrijf heel laat
De bedrijfsopvolgingsregeling is fiscaal aantrekkelijk, maar zij is geen doel op zich. Een opvolging slaagt pas wanneer ook de verhoudingen binnen de familie zijn geregeld: wie krijgt de zaak, hoe worden de anderen gecompenseerd en wat gebeurt er als de opvolger onverhoopt uitvalt.
Onze ervaring is dat de fiscale kant meestal wel oplosbaar is, en dat de conflicten ontstaan over de vraag of de verdeling rechtvaardig voelt. Daarom loont het om die twee sporen tegelijk te behandelen, ruim voordat de overdracht aan de orde is.
Van Zinnicq Bergmann staat sinds 1870 naast cliënten in Noord-Brabant en daarbuiten, waaronder veel familiebedrijven. Denkt u na over een bedrijfsopvolging, of is er na een overlijden discussie ontstaan over de onderneming, neemt u dan gerust telefonisch contact met ons op om uw situatie te bespreken.
Wetgeving en rechtspraak veranderen. Dit artikel geeft algemene informatie en is geen juridisch advies. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend.
Wat cliënten over ons kantoor zeggen
uit 43 beoordelingen op Klantenvertellen
Ze schakelt snel, communiceert helder en heeft oog voor zowel de juridische als de menselijke kant van de zaak.
Jeroen, HedelHanneke van Haarlem, arbeidsrecht2026 via Klantenvertellen
Hij is deskundig, betrokken en werkt heel zorgvuldig. De communicatie verliep prettig en duidelijk, wat mij veel rust en vertrouwen gaf.
Sophie v G., ArnhemJean van Zinnicq Bergmann, erfrecht2026 via Klantenvertellen
Ik werd bij elke stap geholpen, werd voortdurend op de hoogte gehouden en werd hartelijk behandeld.
Olha Safarova, 's-HertogenboschHanneke van Haarlem, arbeidsrecht2026 via Klantenvertellen
Na maanden van op en neer mailen en bellen zijn we er dankzij de deskundigheid van Hanneke toch samen uitgekomen.
Edwin, UdenHanneke van Haarlem, arbeidsrecht2026 via Klantenvertellen
Ze vertelt alles heel rustig en kalm. Je weet meteen waar je aan toe bent en je kunt zien dat ze heel ervaren is.
Michael Oosterwaal, VlijmenHanneke van Haarlem2026 via Klantenvertellen
Zeer toegankelijk en laagdrempelig in de communicatie, evenals doortastend en meelevend.
René, BestHanneke van Haarlem2025 via Klantenvertellen
Krachtig, snel en kundig. Alissa heeft direct de onzekerheden weggenomen.
Anoniem, 's-HertogenboschAlissa van der Voet2025 via Klantenvertellen
Het kantoor hanteert een heldere en prettige manier van communiceren en men komt snel ter zake.
Marco, RosmalenArbeidsrecht2024 via Klantenvertellen
Cliënten krijgen na afloop van hun zaak een uitnodiging van Klantenvertellen om hun ervaring te delen.
Leg uw kwestie vrijblijvend voor
Beschrijf in het kort waar uw vraag over gaat. Een van onze advocaten neemt contact met u op om te bespreken wat mogelijk is.