Na een jaar ziekte ligt in veel dossiers dezelfde vraag op tafel: lukt terugkeer bij de eigen werkgever nog, of is het tijd voor het tweede spoor? Tweede spoor re-integratie is de begeleiding van een zieke werknemer naar passend werk bij een andere werkgever. De werkgever is daartoe verplicht zodra terugkeer in het eigen bedrijf niet meer realistisch is.
Voor werkgevers is dat geen formaliteit. UWV toetst bij de WIA-aanvraag of het tweede spoor op tijd is ingezet en inhoudelijk deugt. Voor werknemers voelt het vaak als afscheid van de eigen baan, terwijl de wet wel medewerking vraagt.
Hieronder leest u hoe het tweede spoor werkt en wat u als werkgever of werknemer kunt doen.
⚖️ In het kort
- Het tweede spoor is re-integratie bij een andere werkgever, verplicht zodra terugkeer in het eigen bedrijf niet meer realistisch is.
- Het traject moet uiterlijk zes weken na de eerstejaarsevaluatie lopen, en eerder als terugkeer al eerder onhaalbaar blijkt.
- Een arbeidsdeskundig onderzoek is niet verplicht, maar onderbouwt in de praktijk de keuze.
- De werkgever betaalt het traject en blijft verantwoordelijk, ook als een re-integratiebureau het uitvoert.
- De werknemer moet meewerken. Weigeren zonder deugdelijke grond kan tot een loonstop leiden.
- Het tweede spoor stopt pas als het doel is bereikt of er aantoonbaar geen mogelijkheden zijn.
Het verschil tussen het eerste en het tweede spoor
Bij langdurige ziekte gaat het eerst om terugkeer binnen de eigen organisatie, het eerste spoor: het eigen werk, het eigen werk in aangepaste vorm of ander passend werk bij dezelfde werkgever. Het tweede spoor richt zich op passend werk bij een andere werkgever. Volgens artikel 7:658a BW moet de werkgever dat bevorderen als vaststaat dat de werknemer zijn eigen werk niet meer kan doen en het bedrijf geen ander passend werk heeft.
De sporen lopen vaak naast elkaar, en ook tijdens het tweede spoor blijft de werkgever zoeken naar intern passend werk. De arbeidsovereenkomst blijft bestaan, net als de loondoorbetaling bij ziekte. Het tweede spoor is dus geen ontslag.
Wanneer het tweede spoor moet starten
Volgens UWV moet het tweede spoor starten zodra er geen zicht meer is op structurele hervatting binnen de eigen organisatie, en uiterlijk binnen zes weken na de eerstejaarsevaluatie, de verplichte evaluatie in de 52e ziekteweek. Staat al in maand 8 vast dat terugkeer in het eigen bedrijf niet lukt, dan is wachten tot week 52 te laat.
Na de eerstejaarsevaluatie mag het tweede spoor alleen achterwege blijven als er binnen drie maanden concreet zicht is op structurele werkhervatting in het eigen bedrijf. Daarnaast is een tweede spoor niet snel aan de orde als de werknemer geen of slechts zeer beperkte mogelijkheden heeft. Ontstaan er pas in het tweede ziektejaar mogelijkheden, dan horen de activiteiten binnen acht weken te starten, met het tweede spoor direct naast het eerste. Heeft de werknemer de AOW-leeftijd bereikt, dan geldt de plicht niet.
Ook een arbeidsconflict zet de re-integratie niet stil, zie arbeidsconflict en ziekmelden. Hieronder staan de momenten rond het tweede spoor; de volledige tijdlijn vindt u bij de Wet verbetering poortwachter.
Gratis nieuwsbrief
Juridische tips in uw mailbox
Wij sturen regelmatig een korte nieuwsbrief met praktische juridische tips over arbeidsrecht, huurrecht en erfrecht. U laat alleen uw naam en e-mailadres achter.
Het arbeidsdeskundig onderzoek als onderbouwing
Verplicht is alleen de begeleiding door een bedrijfsarts of arbodienst. Een arbeidsdeskundig onderzoek is dat niet, maar gaat in de praktijk aan vrijwel elk tweede spoor vooraf. De arbeidsdeskundige legt wat de werknemer volgens de bedrijfsarts nog kan naast het eigen werk, de andere functies in het bedrijf en de arbeidsmarkt, en adviseert over beide sporen.
Plan het onderzoek als werkgever zo dat de uitkomst er ligt vóór de eerstejaarsevaluatie. Lees het kritisch, want de arbeidsdeskundige werkt onder uw verantwoordelijkheid, en laat het actualiseren als de belastbaarheid verandert.
Een re-integratiebureau inschakelen
De werkgever mag het tweede spoor zelf uitvoeren, maar moet een re-integratiebureau aanbieden en betalen als de werknemer daarom vraagt. Een mogelijkheid is detachering: de werknemer werkt tijdelijk bij een ander bedrijf en blijft bij u in dienst, terwijl dat bedrijf doorgaans een vergoeding betaalt.
Het bureau stelt een re-integratieplan op met een persoonsprofiel, een beredeneerd zoekprofiel met de functies waarin wordt gezocht, een planning en vaste rapportagemomenten. Laat de werknemer daarmee instemmen, zodat hij op de afspraken aan te spreken is. U blijft eindverantwoordelijk: lees de rapportages, bespreek de voortgang ten minste eens per zes weken met de werknemer en grijp in als het bureau de opdracht niet waarmaakt.
Wat het tweede spoor kost
De werkgever draagt de kosten van het tweede spoor. De prijs verschilt per bureau, dus vraag vooraf om een concreet plan met een heldere prijs. Heeft u een verzuimverzekering, kijk dan in de polis of re-integratiekosten worden vergoed.
De plicht is niet onbeperkt. Een traject waarvan vooraf duidelijk is dat het de kansen niet vergroot, zoals een dure opleiding voor één functie zonder vacatures, hoeft u meestal niet te betalen. Een kortdurende training of scholing die de kansen vergroot, mag UWV daarentegen wel verwachten. Afgezet tegen een jaar extra loondoorbetaling is een goed traject doorgaans de goedkopere keuze.
Wat UWV bij de poortwachtertoets beoordeelt
Bij de WIA-aanvraag, uiterlijk in week 93, levert de werkgever het re-integratieverslag in. UWV kijkt eerst naar het resultaat: werkt de werknemer structureel in passend werk dat zo dicht mogelijk aansluit bij zijn mogelijkheden? Zo niet, dan beoordeelt UWV de inspanningen. Voor het tweede spoor gaat het erom of het aan de orde was, op het juiste moment is ingezet, inhoudelijk deugde en is bijgestuurd toen de situatie veranderde.
Een adequaat traject is een logische reeks activiteiten die de afstand tussen persoonsprofiel en zoekprofiel zo snel mogelijk verkleint. Een traject waarvan de rapportages geen sollicitaties, gesprekken of werkervaringsplaatsen laten zien, haalt die lat meestal niet. Zijn de inspanningen zonder deugdelijke grond onvoldoende, dan volgt een loonsanctie van maximaal 52 weken.
De volgorde
UWV kijkt eerst naar het resultaat, dan naar de inspanningen
- 1Het resultaatWerkt de werknemer structureel in passend werk?
- 2De inspanningenZo niet: was het tweede spoor aan de orde, is het op tijd ingezet, deugt het inhoudelijk en is het bijgestuurd toen de situatie veranderde?
- 3Een loonsanctie van maximaal 52 wekenAls de inspanningen zonder deugdelijke grond onvoldoende zijn.
Waar het in de praktijk misgaat
In ziektegeschillen zien wij aan werkgeverszijde steeds dezelfde fouten. Het arbeidsdeskundig onderzoek komt pas na week 52, waardoor het tweede spoor maanden te laat start. Het zoekprofiel past niet bij de beperkingen of is zo smal dat er nauwelijks vacatures zijn. Of het traject loopt af en daarna gebeurt er niets meer, terwijl de re-integratieplicht doorloopt.
Aan werknemerszijde gaat het mis als bezwaren alleen mondeling worden geuit, als afspraken worden afgezegd zonder oordeel van de bedrijfsarts of als een detachering wordt geweigerd omdat het werk minder aantrekkelijk lijkt. Juist die momenten komen later terug in een procedure over loon of ontslag.
Wat er van de werknemer wordt verwacht
De werknemer moet meewerken aan zijn re-integratie. Artikel 7:660a BW noemt drie plichten: redelijke voorschriften opvolgen en meewerken aan maatregelen, meewerken aan het plan van aanpak en passende arbeid verrichten waartoe de werkgever hem in de gelegenheid stelt. In het tweede spoor betekent dat: gesprekken en trainingen volgen, solliciteren binnen het zoekprofiel en ingaan op een proefplaatsing of detachering.
Weigert de werknemer zonder deugdelijke grond, dan heeft hij over die periode geen recht op loon (artikel 7:629 BW). Dat geldt ook voor passend werk bij een andere organisatie, mits de werkgever de weigering onverwijld meldt. In het uiterste geval kan het tot ontslag komen: na een schriftelijke aanmaning of loonstop geldt het opzegverbod tijdens ziekte dan niet meer. Zie ook ontslag tijdens ziekte.
Als het traject niet bij de werknemer past
Bent u werknemer en sluit het traject niet aan, bijvoorbeeld omdat het zoekprofiel functies bevat die niet bij uw beperkingen passen of de reistijd niet haalbaar is? Leg uw bezwaren dan schriftelijk en concreet voor aan het bureau en de werkgever. Gaat het om uw belastbaarheid, vraag dan de bedrijfsarts om een nieuwe beoordeling of een andere bedrijfsarts om een second opinion.
Komt u er samen niet uit, dan kunt u UWV om een deskundigenoordeel vragen, bijvoorbeeld over de passendheid van het werk of over de vraag of de werkgever genoeg doet. Blijf intussen meewerken aan wat redelijk is, want stoppen zonder deugdelijke grond kan een loonstop opleveren.
Wanneer het tweede spoor mag stoppen
Het doel is een structurele werkhervatting in passend werk dat zo dicht mogelijk aansluit bij de mogelijkheden van de werknemer, bij de eigen werkgever of met zijn instemming elders. Is dat bereikt, dan heeft het tweede spoor zijn werk gedaan. Dat geldt ook bij structureel passend werk met een loonwaarde van meer dan 65 procent van het oude loon, na een intensief traject en als beide partijen vinden dat er redelijkerwijs niet meer kan worden verwacht.
Een afgerond traject zonder resultaat is geen eindpunt, want de re-integratieplicht loopt door zolang de loondoorbetaling loopt. Ziet de bedrijfsarts tijdelijk geen benutbare mogelijkheden, dan kan het traject worden gepauzeerd. Lijkt doorgaan zinloos, laat dat dan onderbouwen door bedrijfsarts en arbeidsdeskundige. Is de werknemer het daar niet mee eens, dan kan een deskundigenoordeel van UWV duidelijkheid geven, dat UWV later bij de toets meeweegt. Zonder conflict geeft UWV zo’n oordeel op dit moment niet.
Wat er na twee jaar met de arbeidsovereenkomst gebeurt, leest u bij ontslag na twee jaar ziekte. Vindt de werknemer eerder werk elders, dan moet de huidige arbeidsovereenkomst nog eindigen, bijvoorbeeld met een vaststellingsovereenkomst.
Wat er voor kleine en middelgrote werkgevers verandert
Bij de Tweede Kamer ligt een wetsvoorstel waarmee werkgevers met een loonsom tot en met 100 keer het gemiddelde premieloon het eerste spoor vanaf het tweede ziektejaar onder voorwaarden mogen afsluiten. Zij richten zich dan alleen nog op het tweede spoor, met instemming van de werknemer of toestemming van UWV. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2030.
Het voorstel is nog niet aangenomen. Tot die tijd gelden de huidige regels onverkort, ook voor kleine werkgevers. Wie nu al vooruitloopt en het eerste spoor na een jaar loslaat, riskeert een loonsanctie.
Een voorbeeld van begin tot eind
Stel: een bouwmarkt met 40 medewerkers heeft een magazijnmedewerker van 56 die uitvalt met rugklachten. De bedrijfsarts concludeert dat zwaar tillen en lang staan blijvend niet meer gaan, maar dat 32 uur per week licht werk wel kan.
De HR-manager laat in maand 10 een arbeidsdeskundig onderzoek doen. Dat bevestigt dat er intern geen passend werk is en noemt planning, klantenservice en administratief werk als richting. Bij de eerstejaarsevaluatie kiezen beide partijen voor het tweede spoor en in week 55 start een re-integratiebureau.
De werknemer maakt bezwaar tegen het eerste zoekprofiel, omdat daarin ook functies als orderpicker staan, terwijl de bedrijfsarts zwaar tillen heeft uitgesloten. Hij zet dat op papier, de bedrijfsarts bevestigt het en het profiel wordt aangepast. In maand 17 begint hij via een detachering als planner bij een transportbedrijf.
In maand 21 biedt dat bedrijf hem een vast contract voor 32 uur aan, met ingang van het einde van de wachttijd. De arbeidsovereenkomst met de bouwmarkt eindigt met wederzijds goedvinden. Bij de WIA-aanvraag ligt er een dossier waarin elke keuze is vastgelegd, en UWV ziet geen reden voor een loonsanctie.
Veelgestelde vragen over het tweede spoor
Is het tweede spoor verplicht?
Ja, zodra er geen zicht meer is op structurele werkhervatting bij de eigen werkgever. Het mag alleen achterwege blijven bij concreet zicht op hervatting in het eigen bedrijf binnen drie maanden, of als de werknemer geen of slechts zeer beperkte mogelijkheden heeft.
Wanneer moet het tweede spoor uiterlijk starten?
Binnen zes weken na de eerstejaarsevaluatie in de 52e ziekteweek, of eerder als terugkeer in het eigen bedrijf al eerder onhaalbaar blijkt.
Wie betaalt het tweede spoor?
De werkgever. Ook als hij het traject zelf uitvoert, moet hij een re-integratiebureau aanbieden en betalen als de werknemer daarom vraagt.
Mag een werknemer het tweede spoor weigeren?
Niet zonder deugdelijke grond, want dan riskeert hij een loonstop. Wel kan hij bezwaar maken tegen de inhoud van het plan en UWV om een deskundigenoordeel vragen.
Blijft de werknemer tijdens het tweede spoor in dienst?
Ja. De arbeidsovereenkomst en de loondoorbetaling lopen door, ook tijdens een detachering. In de eerste twee ziektejaren geldt bovendien in beginsel een opzegverbod.
Hoe lang duurt een tweede spoortraject?
Er is geen vaste termijn. De duur hangt af van wat de werknemer belemmert bij het vinden van werk, en de re-integratieplicht loopt door zolang de loondoorbetaling loopt.
Zorgvuldig werken aan een nieuwe plek
Het tweede spoor vraagt van beide kanten iets. De werkgever moet tijdig kiezen, een serieus traject inzetten en dat blijven volgen. De werknemer moet meewerken aan een route die hij meestal niet zelf heeft gekozen.
Wat het verschil maakt, is een dossier waarin elke keuze is uitgelegd en elk bezwaar op papier staat. Omdat wij in ziektegeschillen werkgevers en werknemers bijstaan, kennen wij de klappen van de zweep van beide kanten. Verwante onderwerpen vindt u in ons overzicht van het arbeidsrecht.
Van Zinnicq Bergmann staat sinds 1870 werkgevers en werknemers bij in Noord-Brabant en daarbuiten. Twijfelt u over het moment of de inhoud van een tweede spoor, of loopt het traject vast, neemt u dan gerust telefonisch contact met ons op.
Wetgeving en rechtspraak veranderen. Dit artikel geeft algemene informatie en is geen juridisch advies. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend.
Wat cliënten over ons kantoor zeggen
uit 43 beoordelingen op Klantenvertellen
Ze schakelt snel, communiceert helder en heeft oog voor zowel de juridische als de menselijke kant van de zaak.
Jeroen, HedelHanneke van Haarlem, arbeidsrecht2026 via Klantenvertellen
Hij is deskundig, betrokken en werkt heel zorgvuldig. De communicatie verliep prettig en duidelijk, wat mij veel rust en vertrouwen gaf.
Sophie v G., ArnhemJean van Zinnicq Bergmann, erfrecht2026 via Klantenvertellen
Ik werd bij elke stap geholpen, werd voortdurend op de hoogte gehouden en werd hartelijk behandeld.
Olha Safarova, 's-HertogenboschHanneke van Haarlem, arbeidsrecht2026 via Klantenvertellen
Na maanden van op en neer mailen en bellen zijn we er dankzij de deskundigheid van Hanneke toch samen uitgekomen.
Edwin, UdenHanneke van Haarlem, arbeidsrecht2026 via Klantenvertellen
Ze vertelt alles heel rustig en kalm. Je weet meteen waar je aan toe bent en je kunt zien dat ze heel ervaren is.
Michael Oosterwaal, VlijmenHanneke van Haarlem2026 via Klantenvertellen
Zeer toegankelijk en laagdrempelig in de communicatie, evenals doortastend en meelevend.
René, BestHanneke van Haarlem2025 via Klantenvertellen
Krachtig, snel en kundig. Alissa heeft direct de onzekerheden weggenomen.
Anoniem, 's-HertogenboschAlissa van der Voet2025 via Klantenvertellen
Het kantoor hanteert een heldere en prettige manier van communiceren en men komt snel ter zake.
Marco, RosmalenArbeidsrecht2024 via Klantenvertellen
Cliënten krijgen na afloop van hun zaak een uitnodiging van Klantenvertellen om hun ervaring te delen.
Leg uw kwestie vrijblijvend voor
Beschrijf in het kort waar uw vraag over gaat. Een van onze advocaten neemt contact met u op om te bespreken wat mogelijk is.