Navigatie

 

Kan de rechter een omgangsregeling vaststellen voor de hond?

Hoewel mensen vaak in staat zijn om grotendeels in goed onderling overleg de gevolgen van het verbreken van hun relatie te regelen, zijn er ook gevallen waarbij partijen het helemaal nergens over eens kunnen worden. Begin dit jaar deed Rechtbank Limburg een opmerkelijke uitspraak in een dergelijk geval.

Partijen hadden gedurende 8 jaar een relatie met elkaar gehad. Na het verbreken van de relatie heeft de vrouw de woning verlaten. Onder meer de hond, waarvan partijen gezamenlijk eigenaar zijn, is bij de man achtergebleven.

De vrouw verzoekt de rechtbank in een kort geding procedure onder andere de man te verplichten de hond aan haar af te geven, op straffe van een dwangsom. Zij verzoekt de rechtbank voorts de hond aan haar toe te delen tegen betaling van € 350,- aan de man of (subsidiair) te bepalen dat de hond voor een gelijke periode als de man de hond heeft gehad in het bezit van de vrouw blijft.

Juridisch gezien is een hond een goed. De vordering van de vrouw om te bepalen dat de hond voor een gelijke periode als de man de hond heeft gehad, in het bezit van de vrouw zal blijven komt, juridisch vertaald, neer op een verzoek tot het vaststellen van een voorlopige beheersregeling.

Ingevolge artikel 3:168 BW kan de kantonrechter ten aanzien van het genot, het gebruik en beheer van gemeenschappelijke goederen een regeling treffen. Dat de bevoegdheid een beheersregeling vast te stellen tot het domein van de kantonrechter behoort, ziet de voorzieningenrechter in deze zaak niet als obstakel om in kort geding een (tijdelijke) ordemaatregel te treffen.

De man stelt dat de hond in de bodemprocedure waarschijnlijk aan hem zal worden toescheiden. Dit geeft hem echter, zo overweegt de rechter, niet het recht de vrouw het gebruik en het genot van de hond te onthouden, zolang daarover niet in de bodemprocedure is beslist. De uitkomst is op dit punt onduidelijk. De vrouw kan derhalve met recht een voorlopige beheersregeling ten aanzien van de hond verlangen.

De hond in kwestie is overigens pas drie jaar oud, de mogelijkheid om de hond tot aan zijn dood onverdeeld te laten, is een optie. Partijen zullen elkaar over en weer het exclusieve gebruik en genot van de hond gedurende enige tijd moet gunnen. Die gunfactor lijkt in deze procedure echter nog niet aanwezig.

De rechter staat in de uitspraak stil bij de “belangen van de hond” en zelf de invloed van de verbroken relatie van partijen voor hem.

“De hond is een Franse Bulldog en behoort daarmee tot een ras dat op het wereldwijde web wordt omschreven als aanhankelijk, vaak vrolijk en bepaald gesteld op goed gezelschap. Een Franse Bulldog kan dan ook slecht tegen te weinig aandacht en is niet opgewassen tegen een onvriendelijke behandeling. Voor een hond als deze moet de scheiding van zijn baasjes dan ook een hard gelag zijn geweest. Een Franse Bulldog is echter ook een doorzetter die graag alles naar zijn hand zet. Die eigenschap verlangt van het baasje dat duidelijke regels worden gehanteerd, dat grenzen worden aangegeven en dat consequent wordt opgetreden wanneer die grenzen worden overschreden. Dat de vrouw onvoldoende beschikbaar zou zijn voor de hond of dat de vrouw niet met die eigenschappen is behept, die benodigd zijn een hond als deze ‘te verzorgen en op te voeden’ heeft de man niet gesteld. De vrouw heeft dat overigens ook niet van de man beweerd. Nu over en weer geen feiten of omstandigheden zijn aangevoerd op grond waarvan moet worden aangenomen dat aan de zijde van de hond zwaarwegende belangen bestaan die zich tegen een (langer) verblijf bij één van partijen verzetten, zal de voorzieningenrechter, naar billijkheid rekening houdend zowel met de belangen van partijen als met het algemeen belang, de hierna in het dictum uitgewerkte voorlopige beheersregeling ten behoeve van de hond treffen.”

De rechter bepaalt dat, zolang in de bodemprocedure niet anders zal zijn beslist of anders overeenkomen wordt (het exclusieve gebruik en genot van), de hond gedurende de oneven weken aan de vrouw toekomt en in de even weken aan de man met een wisselmoment op zondag om 18:00 uur stipt op verbeurte van een dwangsom.

De rechter heeft in deze zaak dus in feite een voorlopige omgangsregeling vastgelegd in de vorm van een voorlopige beheersregeling ten aanzien van de hond.

Heeft u hulp of advies nodig bij het afwikkelen van de gevolgen van het verbreken van een relatie, neem dan gerust even contact op.

Ontvang onze gratis juridische tips
Van Zinnicq Bergmann advocaten publiceert regelmatig een gratis e-mail-nieuwsbrief met daarin juridische tips. Wil je als eerste op de hoogte zijn? Schrijf je nu in!

Nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.