Navigatie

 

Urenaanbod en rechtsvermoeden arbeidsomvang bij oproepkrachten

De uitspraak van de Hoge Raad van 28 november 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1802) vormt een belangrijk ijkpunt in het arbeidsrecht, met name voor oproepkrachten en flexwerkers. De zaak draait om de vraag in hoeverre een werknemer aanspraak kan maken op loon en arbeidsomvang wanneer hij een aanbod voor een vaste urenomvang afwijst en hoe het rechtsvermoeden van arbeidsomvang uit artikel 7:610b BW zich verhoudt tot de regeling voor vaste arbeidsomvang voor oproepkrachten (artikel 7:628a lid 5 BW). De uitspraak heeft verstrekkende gevolgen voor zowel werknemers als werkgevers in sectoren waar flexibele arbeid gebruikelijk is.

 

Casus

De werknemer in deze zaak was sinds 2017 als taxichauffeur op oproepbasis werkzaam bij Taxiwerq. Vanaf juli 2019 was hij werkzaam op basis van een nulurencontract. Door de coronapandemie viel het werk grotendeels stil van maart 2020 tot juni 2021. In deze periode deed de werkgever tweemaal een aanbod voor een vaste arbeidsomvang (44,69 uur per maand met terugwerkende kracht tot februari 2020 en 26,20 uur per maand vanaf februari 2021), maar de werknemer wees beide aanbiedingen af. Pas vanaf mei 2022 werd een vaste urenomvang van 30 uur per maand overeengekomen.

De werknemer vorderde loon over de periode 3 augustus 2020 tot 1 juli 2021, met een beroep op het rechtsvermoeden van arbeidsomvang (artikel 7:610b BW), wat betekent dat als een arbeidsovereenkomst minstens drie maanden duurt, de omvang van de arbeid vermoed wordt gelijk te zijn aan het gemiddelde van de gewerkte uren in de drie maanden daarvoor. De werkgever stelde dat de werknemer door het afwijzen van het aanbod geen beroep meer kon doen op het rechtsvermoeden.

 

Oordeel van de rechter, het hof en de Hoge Raad

De kantonrechter wees de loonvordering toe vanaf het moment dat de werknemer zich op het rechtsvermoeden beriep, maar niet voor de daaraan voorafgaande periode. Het hof bevestigde dit oordeel en vond dat het afwijzen van het aanbod een omstandigheid was die het beroep op het rechtsvermoeden met terugwerkende kracht uitsloot.

De Hoge Raad vernietigde dit oordeel. Volgens de Hoge Raad bestaan het rechtsvermoeden van arbeidsomvang (artikel 7:610b BW) en de regeling voor vaste arbeidsomvang voor oproepkrachten (artikel 7:628a lid 5 BW) naast elkaar en hebben beide een eigen beschermingsdoel. Het afwijzen van een aanbod voor een vaste arbeidsomvang sluit het beroep op het rechtsvermoeden niet uit, ook niet met terugwerkende kracht. De werknemer kan dus, ondanks afwijzing van het aanbod, alsnog aanspraak maken op loon over het verleden op basis van het rechtsvermoeden.

De Hoge Raad benadrukt dat deze bescherming past bij de bedoeling van de wetgever om oproepkrachten meer zekerheid te bieden, juist in onzekere tijden zoals de coronapandemie.

 

Juridisch kader en ratio

De uitspraak draait om de verhouding tussen twee wettelijke regelingen:

(1) Rechtsvermoeden arbeidsomvang (artikel 7:610b BW): als een werknemer gedurende drie maanden gemiddeld een bepaald aantal uren per maand heeft gewerkt, wordt vermoed dat dit de arbeidsomvang is.

(2) Aanbod vaste arbeidsomvang (artikel 7:628a lid 5 BW): na twaalf maanden oproepwerk moet de werkgever een aanbod doen voor een vaste arbeidsomvang.

De Hoge Raad oordeelt dat deze regelingen elkaar aanvullen. De ratio is dat de werknemer niet zijn bescherming mag verliezen als hij een aanbod afwijst. Bijvoorbeeld omdat hij verwacht dat het werk weer aantrekt of omdat hij flexibiliteit wenst. De wetgever beoogt met beide regelingen inkomenszekerheid en bescherming tegen misbruik van flexibele contracten te bieden.

 

Voor werknemers

(1) Ken je rechten: Je behoudt het recht op loon op basis van het rechtsvermoeden, zelfs als je een aanbod voor een vaste arbeidsomvang afwijst;

(2) Documenteer je gewerkte uren: Houd nauwkeurig bij hoeveel je werkt, zodat je een beroep kunt doen op het rechtsvermoeden;

(3) Wees alert op aanbiedingen: Overweeg goed of je een aanbod voor vaste uren accepteert, maar weet dat afwijzen niet meteen betekent dat je je rechten verliest;

(4) Tijdig actie ondernemen: Wacht niet te lang met het inroepen van het rechtsvermoeden als je structureel meer werkt dan je contract vermeldt.

 

Voor werkgevers

(1) Communiceer zorgvuldig: Leg aanbiedingen voor vaste arbeidsomvang schriftelijk vast en licht de consequenties toe;

(2) Let op dubbele bescherming: Het doen van een aanbod voor vaste uren sluit loonclaims op basis van het rechtsvermoeden niet uit;

(3) Duidelijke administratie: Houd de gewerkte uren van oproepkrachten goed bij en wees voorbereid op loonvorderingen met terugwerkende kracht;

(4) Voorkom misverstanden: Bespreek met oproepkrachten hun wensen en verwachtingen over arbeidsomvang en leg afspraken vast.

 

Conclusie

De Hoge Raad bevestigt met deze uitspraak dat oproepkrachten een sterke bescherming genieten, ook als zij een aanbod voor een vaste arbeidsomvang afwijzen. Werkgevers kunnen niet volstaan met het doen van een aanbod om loonclaims te voorkomen. Het rechtsvermoeden van arbeidsomvang blijft een zelfstandig recht van de werknemer. Voor beide partijen is het van groot belang om hun positie goed te kennen en afspraken zorgvuldig vast te leggen.

 

Heeft u naar aanleiding van deze blog vragen hierover of een andere arbeidsrechtelijke vraag? Neem dan gerust contact met ons op!

 

mr J. (Hanneke) van Haarlem                                        Van Zinnicq Bergmann Advocaten

Advocaat Arbeidsrecht                                                    ‘s-Hertogenbosch

 

BLOGARCHIEF

  • januari 2026
  • oktober 2025
  • september 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • januari 2024
  • november 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • februari 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • maart 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012

  • TAGS

    Ontvang onze gratis juridische tips
    Van Zinnicq Bergmann advocaten publiceert regelmatig een gratis e-mail-nieuwsbrief met daarin juridische tips. Wil je als eerste op de hoogte zijn? Schrijf je nu in!

    Nieuwsbrief

    • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.